woensdag 29 juni 2016

KAAP HOORN EN DE 'EENDRACHT' REIS.


EEN KAAP VERNOEMD NAAR 

EEN SCHIP EN EEN STAD.


400 JAAR GELEDEN.

Op 29 januari 1616 voer een Hollands schip de 'Eendracht' om het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika op weg via een nieuwe vaarroute naar Terra Australis en Indië.
Men noemde de kaap die mijn passeerde; "Kaap Hoorn" naar de stad waar het schip vandaan kwam; Hoorn.

ZIJ GINGEN DE HOLLANDERS VOOR. 

In feite waren het de Portugese zeelieden die de Hollanders voor gingen in het ontdekken van nieuwe scheepvaart routes. Zij waren de eersten die het zuidelijkste punt van Afrika ronden op weg naar Indië. De Hollanders voeren in hun kielzog en stichten Kaapstad als bevoorradingsstation en scheepsreparatiewerf. 


Intussen was het bij de Hollanders al bekend, dat in september 1519 Fernand Magellan, met vijf opgelapte scheepjes; de 'Trinidad', 'San Antonio', 'Conception', 'Santiago'en Victoria', tussen de 75 en 120 ton en totaal 265 opvarenden was vertrokken uit San Lucar aan de Guadalquivir voor het ontdekken van een zeeroute om Zuid-Amerika in opdracht van koning Karel V van Spanje.

 Magellan stak de Atlantische Oceaan over en voer langs de oostkust van Zuid-Amerika. Na veel tegenslag, waarbij één schip verloren ging en een onderdrukte muiterij, passeerde hij op 28 november 1520 de zeestraat tussen de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan, die later naar hem werd genoemd, Straat van Magallanes.
Halfweg deze straat keerde één schip heimelijk terug. Hij voer verder langs de westkust van Zuid-Amerika tot 35 graden zuiderbreedte en begon vandaar de oversteek naar de west.
Op 6 maart 1521 bereikte hij de Ladronen (Marianen) Eilanden en op 16 maart de Filipijnen. 
Magellan sneuvelde bij een gevecht op het eiland Mactan nabij Cebu.

In de zomer van 1598 voeren vijf Hollandse schepen; 'Geloof', 'Hoop', 'Trouw' en 'Blijde Boodschap'uit naar Zuid-Amerika. Het waren de eerste schepen die trachten via de Straat van Magallanes Indië te bereiken.
Alleen het schip 'Geloof", onder commando van Sebald de Weert keerde na ruim twee jaar terug in Holland. De overige schepen gingen verloren door schipbreuk of vielen in vijandelijke handen.

DE GEHEIME EXPEDITIE.


In 1614 heerste er een grote geheimzinnige bedrijvigheid op de rede van de stad Hoorn. Twee schepen werden zee klaar gemaakt voor een lange reis. De bemanning die bij de schout en schepenen werden aangemonsterd kregen ook de reisbestemming niet te weten. Over een ding was de bevolking het eens; het was een geheime missie, maar niet van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
Ook verklikkers en spionnen onder het havenvolk die werkten voor de Spanjaarden en de Portugezen tasten in het duister.


Het ging hier om twee schepen die gereed gemaakt werden door in België geboren reder Isaac Lemaire; het spiegelschip de 'Eendracht', 180 last en het jacht 'Hoorn' 55 last.   
In het voorjaar van 1615 vertrokken de beide schepen naar de rede van het eiland Texel om daar volledig afgeladen te worden met bevoorrading en drinkwater.
Uiteindelijk vertrokken de schepen op 14 juni 1615 en koersten in zuidelijke richting op de Noordzee.
De expeditie stond onder leiding van Jacob Lemaire (1585 Amsterdam - 31-12-1616 op zee) de zoon van de reder. De 'Eendracht' had als schipper Willem Corneliszoon Schouten ( Hoorn ? - baai van Antongil 1625) en het jacht had als schipper zijn broer Jan.


WIE WAS DE REDER ISAAC LEMAIRE?

Isaac Lemaire werd geboren in 1558 te Doornik in België en overleed in Egmond a/d Hoef op 20-09-1624. Na de verovering van Doornik door de Spaanse troepen onder Parma in 1581 vertrok hij naar Antwerpen waar hij in 1584 huwde. Na de val van Antwerpen vestigde hij zich in 1585 in Amsterdam. Hij was met enige Zuid-Nederlanders oprichter van de Brabantsche Compagnie voor de vaart op Oost-Indië. Verenigde zich in 1602 met de Oude Compagnie en werd de op een na grootste aandeelhouder bewindhebber van de VOC.
In 1605 werd hij uit de VOC gezet op beschuldiging van malversaties en besteedde sedertdien zijn grote kennis, werklust en vermogen aan het breken van het monopolie van de VOC en raakte daardoor in verschillende processen verwikkeld.
Als nieuwe aanval op het VOC monopolie richtte hij in 1614 de Australische- of Zuid Compagnie op, met doel een zuidwestelijke route naar de Stille Oceaan te ontdekken. In het aangevraagde octrooi kreeg hij het monopolie voor de te ontdekken zeeweg en voor de handel daar waar niet de VOC vertegenwoordigd was. Zo begon de reis van de 'Eendracht' en de 'Hoorn'.

DE REIS NAAR KAAP HOORN.

Na een oversteek van de Atlantische Oceaan kwamen de schepen op 6 december 1615 aan in Puerto Deseado in Argentinië. Slecht weer gedurende de oversteek had schade aan de schepen opgeleverd en deze waren ook zwaar aangegroeid met zeewier en schelpen. Zodoende werd besloten de schepen het strand op te varen en ze te kalefaten. Bij het afbranden van de aangroei op de scheepshuid van de 'Hoorn' ging het fout en het schip ging verloren door de ontstane brand.
Met de gehele bemanning zette de 'Eendracht'op 8 januari 1616 de reis voort. Men passeerde de ingang van de Straat van Magallanes, deze viel onder het monopolie van de VOC,  en koersten verder zuidwaarts. Op 24 januari werden de Straat Lemaire en Stateneiland ontdekt.
Op 29 januari rondde men de Kaap, die Kaap Hoorn werd genoemd, waarvan men dacht dat het de zuidpunt was van Vuurland. Kaap Hoorn was ontdekt!


DE EXPEDITIE LEIDER EN DE SCHIPPER.

De expeditie leider Jacob Lemaire (links) de zoon van de reder Isaac Lemaire maakte gedurende de reis uitstekende tekeningen van de ontdekte eilanden, kusten in inhammen.
Vooral later ook van de noordkust van Nieuw-Guinea en andere eilanden. Tijdens de gehele reis verschilde hij vaak van mening over de te varen route met schipper Schouten.


Schipper Willem Corneliszoon Schouten (rechts) was een ervaren man en had reeds vele zeereizen achter zich in dienst van de VOC.
Hij was reeds schipper op het op het jacht 'Duyfken' in de vloot van admiraal Wolphert Marmenszoon, die op 23 april 1601 uit Texel vertrok naar Oost-Indië.
Hij hield als schipper het scheepsjournaal bij en ging daarmee met de eer strijken van deze reis; tot woede van Isaac Lemaire.



HET VERVOLG VAN DE REIS  EN VERNEDERENDE THUISKOMST.

Vreugde onder de bemanning was groot na het passeren van de kaap, maar nu was het van belang om Zuidland te vinden. Een land dat sinds de oudheid werd beschreven om de rijkdommen en de exotische bewoners.
Men volgde de roeute 15 graden zuiderbreedte en ontdekte eilanden die respectievelijk, Waterlant, Vliegeneylant, Cocoseylant, Verraderseylant en Eylant van Goede Hoop werden genoemd.
Tot dan had Lemaire zijn zin kunnen doordrijven, daar Schouten aldoor noordelijker wilde varen, maar uiteindelijk dwong Schouten een noordwestelijke koers af.
Ondertussen kreeg men aan boord te kampen met scheurbuik en daarbij de onderlinge strijd tussen Lemaire en Schouten deed de spanning aan boord oplopen. De meer ervaren Schouten won het pleidooi en koerste naar Nieuw-Guinea, daar eindeloos  ronddolen op zee op zoek naar Zuidland geen zin had.

In het voorjaar van 1616 werd Ternate op de Molukken bereikt en werden de opvarenden op hartelijke wijze ontvangen door de gouverneur Laurens Reaal. De Australische Compagnie, waartoe de 'Eendracht' behoorde, kreeg wel een verbod opgelegd om handel te drijven in deze door de VOC beheerste gebieden.
Levensmiddelen werden ingekocht en 15 leden van de bemanning ging over in dienst van de VOC.
Op 26 september voer het schip onder toezicht van opperkoopman Van Bree naar Jacarta, waar ze op 29 oktober aankwamen. Hier verliep het welkom geheel anders. Ingevolge de instructies van de Heren XVII van de VOC werd de 'Eendracht'met alles wat aan boord was in beslag genomen, zo ook de scheepspapieren. De bemanning kon in dienst van de VOC treden. De nieuwe gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen, zelf uit Hoorn komende kon weinig uitrichten. Ook schipper Schouten trad in dienst van de VOC, maar werd  met Lemaire en 24 bemanningsleden min of meer als gevangenen aan boord van twee schepen onder bevel van Van Spilbergen naar Amsterdam gestuurd.
Het was het einde van de expeditie. Jacob Lemaire overleed tijdens de terugreis.

DE NASLEEP.

Isaac Lemaire heeft tot 1622 moeten procederen tegen de VOC aleer hij een schadevergoeding kreeg voor zijn schip en de papieren van zijn zoon. In 1621 was de West-Indische Compagnie opgericht die het monopolie voor de vaart door Straat Lemaire en rond Kaap Hoorn verkreeg.


zaterdag 25 juni 2016

OSEN: HET VERDWENEN KASTEEL.

NU LIGT ER DE SCHUTSLUIS LINNE.





Alles wat er rest aan het voormalige kasteel en de bijbehorende hoeve is een naambord met de naam 'OSEN' er op.
Het geheel wordt begrenst door de grote 'Lus van Linne' van de rivier da Maas en in het westen het Lateraalkanaal Linne-Buggenum.

HET KASTEEL EN ZIJN BEWONERS.


Het voormalige kasteel Osen was gelegen aan de westelijke oever van de rivier de Maas en behoorde tot de gemeente Linne, nu de gemeente Maasgouw.
De geschiedenis van het grootgrondbezit Osen , 300 hectare groot, gaat terug tot de 14e eeuw. De bouw van het kasteel begon vroeg in de eerste helft van de 14e eeuw door Heynrick van Oze.
Deze Heynrick werd in de leenregisters van hertogdom Gelre al in 1326 als leenheer vermeld.
Hij liet bij het kasteel een nieuwe leenhoeve bouwen, 'Nyehoff te Oden', in 1474, wat het landgoed compleet maakte. Deze leenhoeve werd verpacht aan een leenboer die pacht betaalde en een gedeelte van de oogst en de slacht van vee afdroeg aan de kasteelheer.
De kasteelheer en zijn familie behoorden tot de vermogende burgerstand van Roermond en hij noemde zich zelf; 'Heer van Osen'.



In 1671 komt het landgoed Osen door vererving in het bezit van de uit Valkenburg komende familie van Mheer, die zich spoedig de 'Mheer Van Osen, noemde. Tijdens de Franse overheersing gingen alle rechten verloren, maar het kasteel bleef aan De Mheers.
Deze Frederik Joseph Ramon Felix Manoël baron De Mheer van Osen werd in 1785 in Barcelona geboren. De titel baron had hij zich zelf toegekend. Pas in 1842 mag hij zich officieel baron noemen nadat hij als kamerheer van koning Willem I in de adelstand wordt verheven. Hij overleed in 1869.
In 1844 op 14 februari trouwt de enige dochter Emile Josephine De Mheer met  Theodore Maurice Charles Constantin graaf de Geloes d'Elsaloo. Deze familie van zeer welgesteld en beheerde kastelen als Exaten bij Baexem en Groot Buggenum bij Grathem met bijbehorende gronden.


De familie De Geloes, de vroegere bewoners van het kasteel.

Helaas was graaf de Geloes d'Elsloo een man die van het luxe leven hield en verslaafd was aan het gokken aan de kaarttafel. Binnen enkele decennia werden de landgoederen bij Baexem en Grathem verkocht vanwege de speelschulden van de graaf. Gravin Emilie de Mheer overleed in 1905 en werd in het familie graf te Elsloo begraven. Hierna ging het bergafwaarts met de financiën van de bewoners. Kasteel Osen met rond de 300 hectare grond werd op 24 januari 1887 verkocht aan een consortium. Het kasteel in Elsloo kwam rond de zelfde periode onder de hamer. De Geloes vertrekken met stille trom naar Frankrijk.
Kasteel Osen en de pachthoeve zouden ten onder gaan door de slopershamer.


DE SLUIS VAN LINNE.


Rechts op de luchtfoto de sluis van Linne en rechts de sluis van Heel welke toegang geeft tot het Lateraalkanaal Linne-Buggenum.

In 1915 besluit de regering om een deel van de Maas tussen Maasbracht en Grave te kanaliseren.
Zo werd er in de rivier bij Linne een stuw gebouwd en een schutsluis zou het zuidelijke deel van de Maas met het noordelijke verbinden naar Roermond.
De sluis van Linne zou precies daar komen te liggen, waar  het reeds onderkomen kasteel Osen lag. Dit betekende de gehele sloop en verdwijning van het kasteel en de leenhoeve.


De 'Lus van Linne' is nu een natuur gebied. Door de winning van de Maasgrind zijn er grote plassen ontstaan, wat weer overstroom gebieden zijn voor de rivier bij hoge waterstand. Zo verdween ook de grond van het voormalige kasteel Osen.
De kanalisatie van de Maas werd grondig aangepakt voor de scheepvaart van Maastricht naar Roermond. In 1934 kwam het Julianakanaal gereed met in het zuiden de stuw en sluis van Borgharen en aan het einde bij Maasbracht weer de toegang tot de Maas.
Het Lateraalkanaal van Heel naar Buggenum kwam in 1972 gereed.




woensdag 15 juni 2016

NEDERLANDSE PROVINCIE HOOFDSTEDEN. VLAGGEN EN WAPEN EMBLEMEN. (DEEL 3)


NEDERLANDSE PROVINCIE

HOOFDSTEDEN. (3)

VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN.



PROVINCIE ZUID-HOLLAND

MET DE HOOFDSTAD DEN HAAG.


VLAG VAN DEN HAAG.


De vlag van Den Haag is een horizontale twee kleur: geel-groen.
De vlag werd op 2 december 1920 door de gemeenteraad aangesteld als de gemeentelijke vlag.
De vorige vlag had de kleuren; groen-geel en op 28 maart 1949 werden de kleuren aangepast in geel-groen en werd de kleur groen aangepast.
De keuze van de kleuren is gebaseerd op de grond waarop de stad is gebouwd. Deels op de zandgrond van de duinen en deels op veen.


WAPEN VAN DEN HAAG.


Het wapen van Den haag is van goud met daarop afgebeeld een ooievaar in natuurlijke kleuren.
De vogel staat in een rust stand met een poot geheven en heeft in zijn bek een zwarte paling.
Het schild wordt gedragen door twee gouden leeuwen met afgewende koppen. Het schild wordt gedekt door een gravenkroon.
Het geheel staat op een groene band met de tekst; "Vrede en Recht". 
Het eerste wapen van Den Haag dateert van voor 1813 en hierop staat de ooievaar op een groen grasveld.
Door de geschiedenis heen heeft het wapen altijd de afbeelding van een ooievaar gedragen. Volgens oude gravures hadden de Ridderzaal en de Gevangenenpoort voorzieningen voor ooievaarsnesten.
Ook werden de ooievaars gekortwiekt gebruikt om de vismarkten schoon te houden.
De paling werd weergegeven als een slang met een gevorkte tong. Palingen werden in vroegere tijden gekweekt in de Hofvijver.
De wapenspreuk werd per Koninklijk Besluit van 9 mei 2012 aan Den Haag toegekend. Den Haag
werd deze spreuk verleend omdat de stad zich al meer dan honderd jaar inzet voor het internationale recht

PROVINCIE ZEELAND 

MET DE HOOFDSTAD MIDDELBURG.




VLAG VAN MIDDELBURG.

De vlag van Middelburg heeft een rood veld met in het midden een afbeelding van een toren in het geel. Deze toren komt ook voor in het wapen van de stad.
Het is een dubbele toren met een open poort in het midden. Op de bovenste toren staan vier kantelen. Op de onderste toren staan ook vier kantelen en deze lopen door naar beneden.
In het midden is een rond raam aangebracht omringt door een band met daarin vier trapeziumvormige stenen.

WAPEN VAN MIDDELBURG.

Het wapenschild van Middelburg wordt gedragen door een zwarte adelaar met gele snavel en poten en rode tong. De vogel kijkt af van het schild
De adelaar is gekroond met de Rudolfinische keizerkroon. Deze kroon is officieel nooit aan de stad verleend.
Het wapen kwam voor het eerst voor op een zegel gebruikt in 1299. Vermoedelijk komt het wapen van graaf Willem II van Holland. Op het zegel stond een andere toren afgebeeld, een toren met twee zijtorens verbonden door een ringmuur ook met kantelen Op de middelste toren stond een torenwachter met een vork in de ene hand en een hoorn in de andere hand. Op de spitsen van de twee buitenste torens zitten vogels.
Na 1500 komt er een wapen met een dubbel koppige adelaar welke waarschijnlijk afkomstig was van keizer Maximiliaan I, van het Heilige Roomse Rijk.


Het huidige wapen dateert van 31 juli 1817.
De toren op het huidige wapen staat voor een burcht gelegen tussen twee andere burchten, die van Domburg en Souburg.
De kleuren komen van de wapens van de burggraven van Zeeland.

PROVINCIE BRABANT

MET DE HOOFDSTAD DEN BOSCH.



VLAG VAN DEN BOSCH.

De vlag van 's-Hertogenbosch bestaat uit vijf horizontale banen, drie roden en twee witten met linksboven in het kanton een zwart vak met een gele bosboom.
De vlag van Den Bosch werd in 1996 veranderd toen de nieuwe gemeente ontstond en bij raadsbesluit van 23 september 1999 goed gekeurd.
De kleuren rood en wit verwijzen naar het Maasland, het gebied waar de voormalige gemeenten Empel en Meerwijk en Rosmalen toe behoorden. het aantal banen heeft betrekking op de vijf gemeenten waar de stad nu uit bestaat; 's Hertogenbosch, Empel en Meerwijk, Rosmalen, Engelen en Bokhoven. De vijf gemeenten komen ook terug in de boom in het zwarte kanton. De boom heeft vijf takken.


WAPEN VAN DEN BOSCH.


Het wapen dateert uit de middeleeuwen toen de stad gelegen vlak bij een bos van Hertog Hendrik I van Brabant stadsrechten verkreeg tussen 1185 en 1196.
De boom op het schild verwijst naar het bos waaraan de gemeente haar naam heeft te danken. In de 14e eeuw werd het wapen van Hertogdom Brabant gevoerd uit het Brabantse en Limburgse huis wat bestond uit twee Limburgse en twee Brabantse leeuwen. Dit wapenschild staat linksboven in de boom. Tussen 1515 en 1519 werd de Habsburgse adelaar aan het wapen toegevoegd. De kroon en de twee schilddragers werden pas in 1670 aan het wapen toegevoegd.
De beide schilddragers veranderden in 1817 en 1978 van positie en ook de kroon kreeg een andere uitvoering. De schildragers moeten de bos bewoners voorstellen gewapend met een knots.


PROVINCIE LIMBURG

MET DE HOOFDSTAD MAASTRICHT.





VLAG VAN MAASTRICHT.

De vlag van Maastricht heeft een rood veld met aan de hijszijde een grote witte vijfpuntige ster. deze ster komt ook voor in het wapen van Maastricht.






WAPEN VAN MAASTRICHT. 

Het wapen van Maastricht is sinds de middeleeuwen in gebruik.
Sindsdien zijn alleen de engel als schildhouder toegevoegd welke volgens oude gegevens al in 1535 werd gebruikt. Later is de kroon aan het wapen toegevoegd.
Het wapen wordt als volgt omschreven: "Een rood schild, beladen met een vijfpuntige ster van zilver; het schild van achteren vastgehouden door een engel en gedekt door een kroon van goud".
De engel staande achter het schild houdt het schild vast met een gouden koord of touw en het geheel staat op een ondergrond van gras.
De herkomst van de engel is waarschijnlijk afgeleid van Stella Maris, een variant van Maria die met name door de vissers vereerd wordt. Ook de ster zou naar Maria verwijzen.


                                                                              Einde.

dinsdag 14 juni 2016

NEDERLANDSE PROVINCIE HOOFDSTEDEN. VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN. (DEEL 2)


NEDERLANDSE PROVINCIE

HOOFDSTEDEN. (2)

VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN.



PROVINCIE FLEVOLAND

MET DE HOOFDSTAD LELYSTAD.



VLAG VAN DE LELYSTAD.

De vlag van Lelystad is tegelijkertijd in gebruik genomen als het wapen.
De vlag wordt als volgt beschreven: Het doek is prinsengeel, op de denkbeeldige scheiding van broeking en vlucht in het midden een kobaltblauwe, op één punt staande zeshoek, waarop een witte lelie die deze zeshoek volledig vult, ingesloten van boven en aan de onderzijde rakend, vier kobaltblauwe, kloksgewijs rondgaand geplaatste en met één poot tot de vlagzijde rakend verlengde hoeken.
De zeshoek komt voor in het wapen van Lelystad en staat voor de betonblokken die de dijken van Flevoland vormen. De lelie komt uit het wapen van Ir. Lelie. De Lelie komt ook voor in de vlag van Flevoland. het geel staat voor de dijken en het blauw voor het water.


WAPEN VAN LELYSTAD.


Het wapen is bij Koninklijk Besluit op 11 september 1079 toegekend aan de gemeente Lelystad.
Het schild is de vorm van de dijken die de stad beschermen tegen het water uit het Markermeer. De dijken zijn aan de voet verstevigd met zeshoekige basaltblokken en die vormen het patroon op het schild. Deze bescherming is zeer kostbaar en daarom is het schild van goud.
In het midden van het schild het wapen van Ir. Lely, waarnaar de stad is vernoemd.
De schilddragers zijn zeeleeuwen, zij geven weer dat het land eerst water was. Hun staarten zijn zilverkleurig en vinnen en tong zijn rood.
Het schild is gedekt met een gravenkroon van drie bladeren en twee parels.

PROVINCIE GELDERLAND

MET DE HOOFDSTAD ARNHEM.




VLAG VAN ARNHEM.

De vlag van Arnhem is een twee kleur met twee horizontale banen; wit en blauw.
Aan de hijszijde van de vlag staat een twee koppige arend afgebeeld die in de witte baan blauw van kleur is en in de blauwe baan wit. Deze arend komt ook voor in het wapen van de stad.
Over de oorsprong van de vlag en de kleuren is niets bekend.



WAPEN VAN ARNHEM.

 Het wapen van Arnhem werd op 20 juli 1816 aan de gemeente toegekend. het wordt als volgt omschreven: "Van lazuur beladen met een dubbele arend van zilver, gebekt en geklauwd van goud. Het wapen gedekt met een kroon van goud met vijf fleurons (bladeren) en vastgehouden van weerskanten door een staande leeuw".
De leeuwen hebben een natuurlijke kleur en kijken de toeschouwer aan. Wapen en wapendragers staan op twee samenkomende groene takken.
Zegels uit 1281 vertonen reeds een twee koppige adelaar, die in de 17e eeuw in het wapen kwam te staan. het wapen is vermoedelijk afgeleid van het wapen van familie Van Arnhem.


PROVINCIE UTRECHT

MET DE HOOFDSTAD STAD UTRECHT.




VLAG VAN UTRECHT.

De vlag van Utrecht kent een oude geschiedenis en is samengesteld uit twee driehoekige wimpels die door de lokale schutterijen werden gevoerd. Deze schutterijen dienden voor de verdediging van de stad.
Door samenvoegen van de twee wimpels is de huidige vlag van de stad ontstaan.
Op oude stadsvlaggen was vaak in het witte deel van de vlag de schutspatroon van de stad, Sint Maarten. afgebeeld. In de 16e eeuw verdween deze afbeelding in de vlag.

WAPEN VAN DE STAD UTRECHT. 


Het wapen van de stad Utrecht werd op 10 juni 1818 opnieuw bevestigd door de Hoge Raad van Adel. Het wapen kwam reeds in 1529 voor op stadszegels, maar pad in 1818 werd de kroon er aan toegevoegd. De geschiedenis van het wapen gaat terug naar de middeleeuwen toen in 1122 de stad stadsrechten kreeg.
Het wapenschild heeft de zelfde kleuren als de vlag en is ontstaan uit de twee driehoekige wimpels van de schutterij.
Het wapen wordt gedekt door een kroon met vijf bladeren voorzien van parels. De schilddragers zij twee gouden staande leeuwen met een rode tong.


PROVINCIE NOORD-HOLLAND

MET DE HOOFDSTAD HAARLEM.



VLAG VAN HAARLEM.

De vlag van Haarlem bestaat uit een rood veld met aan de hijszijde de afbeelding van een zilveren zwaard met daarboven een wit kruis en aan beide zijden twee zes puntige sterren.
De vlag komt ook voor in het wapen van Haarlem.





WAPEN VAN HAARLEM.


Het wapen van Haarlem is op 15 februari 1974 toegekend bij een Koninklijk besluit.
Op het rode wapen schild komen de zelfde afbeeldingen voor als in de vlag.  het wapen wordt als volgt omschreven: "In keel een zwaard van zilver met een gevest van goud, vergezeld boven van een verkort breedarmig kruis en aan beide zijden twee zespuntige sterren boven elkaar, alles van zilver.
Het schild is gedekt met een kroon van vijf bladeren van goud, waarachter een afgeknotte dorre boom van sabel (zwart) oprijst, waarin twee gouden klokken hangen.
De schilddragers zijn twee gouden leeuwen met een rode tong en nagels staande op een zilveren lint met de wapen spreuk in Latijnse letters 'Vicit vim virtus' ("Moed heeft het geweld overwonnen").
Vroeger waren de schilddragers twee herten die toen leefden in het Haarlemmerhout. De dorre boom verwijst ook naar het Haarlemmerhout. De kroon is een markiezenkroon (gravenkroon).
De twee klokken, Damiaatjes, in de boom gaan terug naar de Vijfde Kruistocht  toen in 1215 Paus Innocentius III opriep Jeruzalem te veroveren op de moslims. Onder aanvoering van Graaf Willem I van Holland gingen Haarlemmer troepen scheeps en wisten bij de strijd om het bastion bij Damiate in de monding van de Nijl de ketting te doorbreken die de doorgang blokkeerde in 1218.
Het zilveren zwaard werd aan een Haarlemse ridder toegekend door Keizer Frederik II en het kruis van de patriarch van Jeruzalem vanwege de verdiensten van de stad tijdens de Vijfde Kruistocht.



                             Zie vervolg: NEDERLANDSE PROVINCIE HOOFDSTEDEN.
                                       VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN. (DEEL 3)

 


maandag 13 juni 2016

NEDERLANDSE PROVINCIE HOOFDSTEDEN; VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN. (DEEL 1)


NEDERLANDSE PROVINCIE 

HOOFDSTEDEN. (1)

VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN. 





[ In een artikel werden de  'Vlaggen en wapens Nederlandse provincies' (14 t/m 19-03-2014) behandeld.]

Ook de Nederlandse provincie hoofdsteden hebben hun eigen vlag en wapen embleem zoals vele andere steden in Nederland. Sommige zijn ontstaan uit een heraldische verleden uit hertogdommen of oude adellijke families. Andere zijn aangepast aan historische feiten of zelfs lokale legendes.
Duidelijk is er een verschil tussen de oostelijke en zuidelijke provincies, waar de vlaggen en wapens vaak nog een invloed hebben uit de buurlanden, waarbij de vlaggen en wapens uit de overige provincies meer te maken hebben met de opkomst van Holland.

PROVINCIE GRONINGEN

MET DE HOOFDSTAD GRONINGEN.



VLAG VAN STAD GRONINGEN.

De vlag van de stad Groningen is een horizontale twee kleur; wit-groen-wit.
Vanaf de 17e eeuw werd op de Groninger vlaggen en vaandels vaak gebruik gemaakt van een afbeelding van het stadswapen, eventueel in combinatie met de kleuren van de vlag. groen en wit.
De vlag in haar huidige vorm werd voor het eerst in 1879 vertoond.
In 1897 werd door de burgemeester van de stad besloten dat de vlag van de gemeente uit drie banen zou bestaan van gelijke breedte, waarvan de middelste baan groen zou zijn en de buitenste banen wit. De kleuren zijn ontleend aan het gemeente wapen en aan de Groningse prefecten. Deze prefecten waren in de middeleeuwen vertegenwoordigers van de Utrechtse bisschop. In die periode sprak met over de stad Gorecht.

WAPEN VAN STAD GRONINGEN.


Het wapen van de stad Groningen werd officieel vastgesteld in 1819, maar het werd reeds in de 15e eeuw gebruikt. Het was de afbeelding van een adelaar met een schild met een dwarsbalk.
Het zilveren schild met een groene dwarsbalk werd oorspronkelijk gebruikt als wapen door de Groningse prefecten. De eerste afbeelding dateert uit 1263.
Op de meest vroege afbeelding stond een eenkoppige Duitse adelaar, maar in 1433 werd deze vervangen door een dubbelkoppige adelaar, verwijzend naar de stad als een vrije rijksstad.
Ruim een eeuw later werd de kroon boven aan het wapen toegevoegd.
Het wapen staat als volgt omschreven volgens de Hoge Raad uit 1819: "Een schild van goud beladen met een dubbele zwarte arend, met uitgespreide vleugelen en pooten hebbende op deszelfs borst een schildje van zilver, beladen met een groene dwarsbalk, het schild gedekt met eene gouden kroon en ter wederzijde vastgehouden door een zwarte arend".




PROVINCIE FRIESLAND

MET DE HOOFDSTAD LEEUWARDEN.




VLAG VAN LEEUWARDEN.

De oorsprong van de vlag die in 1700 werd geïntroduceerd is niet bekend.
De vlag bestaat uit vier gelijke horizontale banen met de kleuren lichtblauw-geel-lichtblauw-geel.
De vlag werd op 1 augustus 1947 bij gemeentelijk besluit vastgesteld als de gemeentelijke vlag van Leeuwarden.



WAPEN VAN LEEUWARDEN.

Het wapen van Leeuwarden werd bij Koninklijk Besluit van 25 maart 1818 bevestigd. Het is het enige gemeentewapen van een provincie hoofdstaat zonder schilddragers.
Het wapen wordt als volgt omschreven: "Van lazuur beladen met een klimmende leeuw van god. Het schild gedekt met een gouden kroon".
Over de oorsprong van het wapen is weinig bekend en ook over wat voor een type kroon het gaat.
Men zou kunnen uitgaan naar het leeuw in de naam Leeuwarden.
Ook kan men uitgaan naar de beschermheilige van Leeuwarden Sint Vitis en de patroon van de oudste parochiekerk de Oldenhove.
Als symbool komt de leeuw vanaf 1422 voor op het stadszegel. maar dan als een gaande leeuw.
Sinds 1430 komt de leeuw voor op de stadsmunten, maar dan als een klimmende leeuw.
De ouds bekende afbeelding in kleur dateert uit het jaar 1584.





PROVINCIE DRENTHE

MET DE HOOFDSTAD ASSEN.



VLAG VAN ASSEN.

De vlag van Assen is een horizontale twee kleur; blauw-wit.
De vlag werd bij raadbesluit op 21 mei 1959 vastgesteld.
Voor de huidige vlag kende de stad een vlag met drie horizontale banen in de kleuren; blauw-wit-geel.
De kleuren verwijzen naar de kleuren die gebruikt zijn in het wapen van Assen.



WAPEN VAN ASSEN.


Het wapen van Assen wordt als volgt beschreven: Van lazuur beladen met een gekroond Maria beeld in het wit gekleed, zittende tussen twee gouden zuilen, met een naakt kind, waarvan het hoofd is omringt door stralen, op de rechter knie. Het schild wordt gedekt door een kroon van goud en gedragen door twee klimmende leeuwen, staande op een grasgrond.

In het blauwe wapen staat een gekroond Mariabeeld, met op haar rechterknie het Christuskind, zittend tussen twee gouden afgedekte zuilen. In het wapen komen de kleuren van de vlag van Assen voor.
Het wapen is gebaseerd op het zegel van de Landschap Drenthe. De herkomst van het zegel hangt samen met de vestiging van het klooster 'Maria in Campis', in 1258 in Assen.


PROVINCIE OVERIJSSEL

MET DE HOOFDSTAD ZWOLLE.



VLAG VAN ZWOLLE.

De vlag van de stad Zwolle bestaat uit een blauw veld met daarop een groot breed wit kruis.
Over de herkomst en het ontstaan van de vlag zijn geen gegevens bekend. De kleuren zijn die van de beschermheilige van de stad Sint-Michael.
De vlag komt wel voor in het wapen van de stad.




WAPEN VAN ZWOLLE.


Het huidige wapen kwam in de plaats van het wapen uit 1819. Dit wapen werd gedragen door twee bruine leeuwen met het aangezicht naar voren.
Het wapen van Zwolle is bij Koninklijk besluit op 18 april 1974 aan de gemeente verleend.
Het wapen wordt als volgt omschreven: "In azuur een kruis van zilver. het schil;d gedekt met een keizerkroon van goud en gehouden door twee leeuwen van goud, getongd en genageld van keel (rood)". Het rood en blauw zijn heraldische kleuren.
De kleuren op het wapen zijn die van de beschermheilige van Zwolle, Sint-Michaël.
De keizerlijke kroon dateert van 4 oktober 1488 toen Zwolle het recht kreeg van keizer Frederik III  van het Heilige Roomse Rijk om munten te slaan.
Een afbeelding van de Aartsengel Michaël is in de loop der tijd van het wapen verdwenen.

Zwolle is een van de tien Nederlandse gemeenten die een keizerkroon mogen voeren. Alleen de kroon van Medemblik is in azuur (blauw). De overige gemeenten zijn: Amsterdam, Bolsward, Deventer, Hulst, Kampen, Medenblik, Middelburg, Nijmegen en Tiel zijn rood.

                          
                              Zie vervolg: NEDERLANDSE PROVINCIE HOOFDSTEDEN,
                                        VLAGGEN EN WAPENEMBLEMEN. (DEEL 2)