zondag 29 maart 2015

FIJI NDRUA. WAT IS DAT?


 DE REIZEN VAN DE POLYNESIËRS.





Met als startpunt de eilanden van Zuid-Oost Azië en zich uitstrekkend tot de eilanden groepen van Tonga en Samao begonnen de Polynesiërs, naar alle waarschijnlijkheid al rond 1000 v.Chr. zich op het weidse water van de Stille Oceaan te begeven.
De eerste etappe voerde naar de oostelijk gelegen Gezelschapseilanden, vervolgens naar Tuamoto en de Marquesaseilanden.
De tweede ging in zuidoostelijke richting naar Paaseiland en in noordwestelijke naar de Hawaï-eilanden en een derde zuidwestelijk, waarbij Nieuw Zeeland en de Chathameilanden werden bereikt. Deze langeafstandsreizen, die vermoedelijk werden ondernomen op zoek naar nieuw land omdat overbevolking een probleem was geworden, werden gemaakt in prauwen waarvan de Polynesische meestal dubbelprauwen waren en de Micronesische prauwen met een uitlegger, de zogenaamde vlerkprauwen.
De lengte van deze prauwen schommelde tussen de 15 en 23 meter, een lengte die met materialen en technologie waarover men in die regio beschikte de grootst mogelijke zeewaardigheid bood. Deze prauwen konden wel een snelheid behalen van 15 knopen (28 km/uur).


Er is dikwijls beweerd dat de Micronesische en Polynesische prauwen waren gebaseerd op het concept van de uitgeholde boomstam, maar in feite verschilden ze qua bouw niet heel veel van het type van de beplankte boten.
Ze hadden brede huidgangen die met kokosvezels aan elkaar waren genaaid of gesjord, evenals aan de spanten en de kiel. De kiel was uit massieve boomstammen gedisseld die aan elkaar waren vastgemaakt en samen een V-vormige dwarsdoorsnede vormden.
De 'pahi' was de voor de oceaan bestemde prauw van de Tahitiaanse en de Tuamotuaanse archipel en bestond uit een tweemastvaartuig dat een dubbele romp had en ruim 21 meter lang kon zijn.
De 'tongiaki' was de definitieve Tongaanse dubbelprauw, overeenkomend met het Samoaanse vaartuig, en die had, evenals de 'pahi', twee lange rompen die verbonden waren door een vrij groot platform.

De ´ndrua´ was de Fijische dubbelprauw met een lengte van 35 meter of meer. Deze verschilde van de ´tongiaki´ en de ´pahi´ in dat zijn rompen ongelijk van lengte waren, waarbij de kortste eerder dienst deed als uitlegger, en de mast geplaatst was op de grotere romp en niet op het overbruggende platform.
Zijn vorm zorgde voor een grotere wendbaarheid dan waarover de ´tongiaki´ beschikte en hij begon de prauwen in het West/Polynesische vaargebied al snel na de komst van de eerste blanke ontdekkers te vervangen.
De 'baurua' was de reisprauw van de Gilbert- en Marshalleilanden en was een vlerkprauw met wel een lengte die wel 30 meter kon bedragen.
Het meest opmerkelijke verschil tussen de diverse zeilprauwen in Oceanië is wel te vinden in de manier waarop overstag werd gegaan: er waren vaartuigen die, zoals ook de onze gewoonlijk doen, de kop in de wind draaiden, maar van andere werd de vaarrichting ten opzichte van de wind 180 graden gedraaid. Door de wind draaiende prauwen hadden, net zoals onze vaartuigen, een permanente boeg en een achtersteven, maar bij de Micronesische prauwen waren de uiteinden geheel gelijk zodat ze beide kanten konden opvaren. De wind kwam dus altijd van de zelfde kant en de uitlegger bleef altijd aan loef zijde, waar hij dienst deed als tegengewicht.

( Een moderne uitgave van de oude prauw met twee rompen.)

Om tegengestelde richting in te slaan werd de mast schuin naar de 'nieuwe boeg' getrokken, het zeil om de mast heen gezwaaid en de stuurpeddel overgebracht naar de 'nieuwe achtersteven'.

In de vlag van Polynesië staat in het middenveld een prauw met een dubbele romp afgebeeld.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen