woensdag 7 november 2012

SUNETTA M.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 2/1)

M.S.SUNETTA.

1 JUNI 1991 - 22 NOVEMBER 1991. 



Op de rede van Fos sur Mer (Marsellie Frankrijk) stapte ik aan boord van het m.s.Sunetta met enige andere collega's. De verlofgangers die het schip van Shell UK hadden overgenomen gaven ons de zegen voor de verdere vaart.
Al snel drong het tot ons door wat de zegen betekende. Nog nooit eerder in mijn loopbaan had ik een vervuilder schip gezien. Zowel de accomodatie, machinekamer en het hoofddek waren smerig. Roest, vuil, vet en andere smerigheid was overal te vinden. Dit was iets wat we kenden aan boord van de schepen van de Nederlandse Koopvaardij en zeker niet aan boord van de toen nog bestaande Nederlandse Shellvloot.



(Port Said aan de ingang van het Suez Kanaal.)

Onze eerste reis was naar Port Said en verder via het Suez Kanaal naar de Golf van Suez om te gaan laden aan de Geisum Marine Terminal.


( Het Suez Kanaal met in het noorder de stad Port Said, het kanaal naar de Bittermeren en het kanaal naar de Golf van Suez met aan het einde van het kanaal de stad Suez.)


( Doorvaart van het Suez Kanaal met aan beide zijden 'de dorre vlakten der woestijnen'.)


( Doorvaart van de Bittermeren.)

Al spoedig kwamen we tot de ontdekking dat al de reserve onderdelen waren gekanibaliseerd of niet waren gereviseerd na het verwisselen van de gemaakte draaiuren. Van de boekhouding voor de reserve onderdelen klopte in het geheel niets.
Het hoofddek dat oorspronkelijk rood-bruin was geschilderd, was nu rood-bruin van de roest. Al de Nederlandse tankers hadden een groen geschilderd dek.
Het belangrijkste op het moment was de tent draaiende te houden en op verantwoorde- en veilige wijze de lading in te nemen en te vervoeren.


( In de takel van de slangenkraan de bootjes van de meerploeg.)


( Een ding was zeker; er was weinig te jatten aan boord van dit schip. Iets waar de meerploeg om bekend stond.)

Dit schip was bemand met Nederlandse staffofficieren, Indonesische junior werktuigkundigen, gedeeltelijk in opleiding, en Indonesische bemanning.


( Een blik naar achteren op het Suez Kanaal bij het passeren van de stad Suez aan het einde van het kanaal en het begin van de Golf van Suez.)


( Gemeerd langszij de Geisum Marine Terminal.)

Deze terminal was een verankerde opslag- overslagtanker waarvan de lading werd overgepompt in de ladingtanks van de Sunetta. Deze lading was bestemd voor Ulsan in Korea.


( De affakkel installatie aan boord van de opslag tanker was tijdens deze overpomp operatie buiten werking gezet om explosie gevaar te voorkomen.)


( Het aankoppelen van de lading slangen aan het ladingmanifold aan boord van de Sunetta.)


( De 'ship to ship' operatie zoals dat genoemd wordt.)


Niet alleen in de machinekamer kampten we met problemen want ook aan de dekinstallatie mankeerde er het nodige. De Inertgas installatie, een niet explosief gas geleverd uit de stoomketel uitlaatgassen wat boven op de lading werd geperst na gewassen te zijn, werkte niet naar behoren. Met veel kunst en vliegwerk kregen we dit weer aan de praat. Het ladingtankwassen na het lossen op de ballastreis verliep ook niet vlekkeloos en was het vaak de ene tankwasmachine die niet goed werkte te verwisselen met een andere die wel goed werkte.
Gebrek aan werk hadden we dus in het geheel niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten