donderdag 16 februari 2012

EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 5)

KANEEL.

Kaneel is niet zo zeer een kruid, maar meer een smaakmaker. Het wordt in de keuken gebruikt in zoete gerechten zoals stoofpeertjes en appelmoes. Verder in veel soorten gebak en snoepgoed. Het is nu ook een smaakmaker in thee en koffie en verder in likeuren en als etherische olie in parfums. Het is verkrijgbaar in stokjes en als poeder gemalen. Oudere mensen kennen het van vroeger op de warme rijst met boter en suiker.




Kaneel is een produkt uit binnenbast scheuten van de kaneelboom. Deze boom komt voor op Sri Lanka, Java, Brazilië en Egypte.
De boom groeit het liefst aan de kust in een tropisch klimaat. Door het snoeien van de boom krijgt ze eigenlijk meer de vorm van een uit de kluiten gewassen struik. Voor de produktie wordt de boom drie maal per jaar ingesnoeid, waarbij de scheuten van anderenhalf jaar oud een lengte hebben van zo'n twee meter. Als de kaneelboom in bloei staat heeft deze creme-witte bloesem.



Van de geoogste scheuten wordt de bast geoogst, waarna het schors en de binnenste bast worden verwijderd. Wat overblijft is een dunne bast die tussen de twee verwijderde lagen lag en deze rolt zich vanzelf in de lengte op zodra ze vrijkomt. Deze opgerolde bast wordt in de openlucht gedroogd, waarna ze de typische geel-bruine kleur krijgt.
Op de lokale markten zijn de kaneelstokken in bijeen gebundelde bosjes te koop in verschillende lengten.



Er is een gezegde: 'Zo oud als de weg naar Rome". Dit kan ook van de kaneel gezegd worden. De naam is afkomstig uit het Latijn voor stokje, 'canella'.

Reeds rond 2800 jaar voor Christus kende men in China kaneel als smaakmaker in een kruidkoek voor de Chinese keizer Shennung. Ook de oude Egypteneren kende het vermengd met plantaardige olie als een soort parfum. Ook in het Oude Testament wordt kaneel genoemd als een waardig geschenk voor vorsten en andere hoogwaardigheid bekleders.



De Portugezen hadden het monopolie over kaneel toen ze vanaf 1580 de heerschappij verkregen over het toenmalige Ceylon, nu Sri Lanka. Ze legden de bewoners zulke zware produktie opbrengsten op van meer dan 100 ton per jaar, dat deze de hulp inriepen van de Nederlanders, de VOC, die e Portugezen verdreef van het eiland en hiermee ook het monopolie verkreeg op de kaneel. Pas in 1765 werd er op Ceylon voor het eerst kaneel verbouwd op plantages.

Tijdens de specerijen oorlog veroverden in 1796 de Engelsen het eiland op de Hollanders en zo verviel het monopolie in Engelse handen. Om onder dit monopolie uit te komen begonnen de Hollanders met een experiment door in het voormalig Nederlands Indië kaneelplantages aan te leggen, wat succes had. Indonesië exporteerd nu meer dan achtduizend ton kaneel per jaar.







































































Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen