donderdag 23 februari 2012

VENTERS GELUIDEN in INDONESIË. (Deel 3)

(vervolg deel 2)

16.00 uur. "Payungpayungpayung" Een payung is een paraplu. Tijdens de regenperiode komt de venter langs bij de mensen om de kapotte paraplu's te repareren.



17.00 uur. "Cliningclining" De kinderen houden van dit geluid. Het is de tratitionele ijsventer. Hij maakt zijn ijs nog op een zeer oude traditionele manier in zijn kar. Vandaag heeft hij kokossmaak. Hij verkoopt zijn ijs op een dun broodje of in een hoorntje.

19.00 uur. "Tuuuuuutuuuu" Het gefluit van stoom uit een container met kokend water op een houtskoolvuurtje op een platformpje in een karretje. Op een ander platformpje liggen ingredienten voor putu, zoals rijstebloem, in water gekookte padanbladeren, bruine palmsuiker en kokos. Om putu voortebereiden mengt te verkoper rijstbloem met kokos en vult hiermee een bamboekoker met in het midden plamsuiker. Daarna stoomt hij de koker op een rooster boven het kokende water tot de putu gaar is.




20.00 uur. "Tintang" Als je dit geluid hoort is het de Mie Kocok venter. Hij verkoopt noedelsoep met mungbonen, tauge en gekooktte runderhuid. Zijn kar is meestal gebouwd in de vorm van een piramide.


21.00 uur. "Dingdingding" De sekoteng venter met zijn traditionele drank komt langs. Sekoteng is gemaakt van gember, plamsuiker, gelatine en gebakken pinda's.



19.00 - 23.45 uur. "sate - sateee" Het voortdurende geroep van dezxe venter klinkt als een hongerige geitenstal.. Welke sate' wil je hebben? Kip of geit? Hij maakt het klaar waar je bijstaat op zijn grill.

21.00 uur. "Clangclangclang" Ujo de nachtwaker van de buren is er weer. Hij is zowaar op tijd om zijn dienst te beginnen. Hij doet de spaarzame verlichting aan in het wachtershuisje op de hoek van de tuin bij de poort. Met een stuk oudijzer slaat hij op de paal van de straatlantaarn om aan te kondigen dat zijn dienst is begonnen.


De volgende ochtend om vier uur begroet hij alweer de eerste venter die langs komt en verteld hij dat hij spoedig naar huis gaat.


Een gedeelte van dit artikel is overgenomen, vertaald en aangepast uit een tijdschrift uit 1997 van Garuda Indonesian Airways, geschreven door Agung Gurito over één dag in Bandung West-Java.



Zelfs op een bijna verlaten stukje strand van Bali verschijnt de venter met zijn baksokar om een hongerige maag even te vullen. Weerspiegeld in het nog natte zand bij laagwater.








VENTERS GELUIDEN in INDONESIË. (Deel 2)

(vervolg van deel 1)



10.30 uur. "Koran-koran-koran" Deze venter koopt of verzameld gebruikt papier en karton. Hij is geen kranten verkoper. Met zijn kar gaat hij langs de huizen en koopt hij papier, karton, oudijzer en plastic in per kilo. Dit verkoopt hij later weer aan het recyclingbedrijf.



11.00 uur. "Terroktoktok" Hij slaat met een stuk hol bamboe op een houtenplank. Deze venter verkoopt noedel-kippensoep. Hij heeft een blauwe kar met een dak er op en in de kar een klein fornuisje. Hij heeft water, noedels, specerijen en blokjes kip bij zich om de soep klaar te maken.


11.15 uur. " Pos" Dit wordt met een lage stem geroepen. De normale en aangetekende post stukken worden aan huis bezorgt door een Tukang Pos in een oranje uniform, met oranje helm en rijdend op een oranje motorfiets. Telegrammen worden bezorgt door de Tukang Pos in het blauwe uniform, met blauwe helm, op een blauwe motorfiets.

11.30 uur. " Gaas-gaas" Een paar keer per week komt de gasventer langs. Vanuit het portierraam van zijn pick-up auto prijst hij zijn tankjes gas aan. Op dit gas wordt gekookt. Hij levert ook op bestelling.




12.00 uur. " Puw, sapuu" Fluit deze venter. Naast bezems verkoopt hij ook vloermatten, keukenbenodigheden, pannen en emmers.




13.00 uur. " Manggaaa" De fruitventer heeft vandaag alleen maar mango's en bananen in de verkoop. Op andere dagen heeft hij een uitgebreider assortiment.


13.30 uur. " Toktoktoktok" Een bamboebel voor de bakso Malang venter. Malang is gehakt vlees. De venter komt oorspronkelijk uit de stad Malang in Oost-Java. De stad is bekend om zijn rundvlees gehakt.




11.30 - 19.00 uur. " Dingdingdingding" Het geluid van in lepel op een poceleinenkom. De Mie Bakso venter is in aantocht. Op zijn kleine kar met een kerosine fornuis, pannen, gehakt balletjes, noedels en sausen maakt hij heerlijke rundvleessoep met noedels en balletjes.


13.00 - 18.00 uur. "Cloccloccloccloc" Het geluid van kloppen met een bamboestok op een stuk hole bamboestam. Het is weer een ander tofu verkoper. Ze komen met hun populaire produkten wel twee keer per dag hier in de straat.


10.00 - 15.00 uur. " Bapuuuu" Ook deze venters komen twee keer per dag door de straat. Ze verkopen uit een aluminium container bapau, chinees witbrood.


15.30 uur. "Bugis" Het is een zachte vrouwelijke stem. Ze verkoopt zoetigheden van de lokale markt. Bugis is een soort rijstcake met kokos gemengd met palmsuiker.

(vervolg deel 3)






woensdag 22 februari 2012

VENTERS GELUIDEN in INDONESIË. (Deel 1)

De oudere generatie onder ons kent nog van vroeger het geluid van de ratel als de schillenboer of de vuilnisman langs de huizen kwam. Of het geluid van een grote triangel of bel van de vodden- en oudijzerman.



Voor de Indonesiër is het geluid dat de venter maakt die op bepaalde uren van de dag in de straat komt een normale klank in hun oren, wetende welke venter het is en wat hij verkoopt. Voor ons westerlingen is het 'adakadraba', maar als je er een tijdje bent leer je ze wel uit elkaar houden. Hun roep is vaak per stad of per eiland verschillend.
Het is vijf uur in de ochtend en de nachtwaker bij de buren gaat na zijn nachtdienst naar huis. De eerste activiteiten van de venters beginnen. Veel van deze venters zijn al vanaf twee uur in de nacht in de weer, na op de grote markt hun waren ingekocht te hebben.
Straat venters overspoelen de straten, roepen, kloppen fluiten of maken een ander specifiek geluid om te laten weten wat hij/zij te koop heeft. Bij ons in de straat komt als eerste altijd de kranten jongen; het is......

06.00 uur "Koraan" roept de krantenjongen vanaf zijn fiets. Het is nu regenperiode en de kranten liggen onder het zadel van zijn fiets. Hij geeft me de krant bij de tuinpoort met een vriendelijk "Selamat Pagi" ( Goedemorgen), maar bij de verder gelegen grote huizen gooit hij de krant op de oprit.



07.00 uur. "Ja-muuu" roept de Jama Gendong vrouw en het laatste "muuuu" zo lang en hoog mogelijk. Gendong betekend iets dragen op je rug wat gedaan wordt met behulp van een geknoopte sarong op de schouder. Ze draagt een paar flessen jamu, een traditionele Javaanse medicinale drank, die ze aanlengt met warm water, wat ze bijzich heeft. Ze heeft ook een emmertje water voor het schoonmaken van het gebruikte glas.





07.15 uur. "Sayuur" of te wel "Yur". De venter roept het 'Yur' zo hoog mogelijk, dat het lijkt alsof hij huilt. Dit zijn de groente venters. Naast groente verkopen ze ook zoete delicatessen, kippen- en rundvlees en vlees voor de soep en kleine gerechten. Deze venters staan bekend als de wandelende nieuwbladen voor de wijk.




07.45 uur. "Dading"- "Odading". Deze venter draagt zijn mand op zijn schouder. Odading is gewon e cake of gebakken brood, wat soms zoet is van smaak, maar ook soms heet van de chillisaus. Hij was al sinds vier uur onderweg en zijn mand is bijna leeg.




08.00 uur. "Tahuuuu" Het klinkt als de roep van een spook. De venter rijd op een Yahama motorfiets met achterop een glazenkastje, waarin de tahu zit, een cake van sojabonen.




08.30 uur. "Krupuk" Het klinkt snel en hoog als het geluid van een vogel. Hij komt alleen maar twee keer per week in de straat. Hij verkoopt twee soorten krupuk, witte en gele, uit twee grote aluminium containers. Ze zijn zo groot dat je zijn fiets amper nog ziet.


09.00 uur. Weer een "Tahuu". West-Java staat bekend om zijn verschillende soorten soja-cake produkten. Zodoende ook verschillende venters.

09.15 uur. "Tuk-tuk-tuk" Cunaki prijst zijn zelfgemaakte baso (gehakt balletjes) aan. Dit gehakt is erg populair en verkoopt snel. Hij moet twee keer per dag zijn voorraad aanvullen.

09.30 uur. "Getuk" De vrolijke stem van de Javaanse getukventer. In zijn glazen door zien we lupis, groene driehoekige kleefrijst, condil, gestoomde gelatine tapioca. Getuk is een kleefdeeg gemaakt van cassave en palmsuiker. Kelepon keline; groene balletjes van kleefrijst gestoomd met palmsuiker er in.


10.00 uur. "Mii-nyaak" Een niet zo vrolijke stem van de venter die soms ook alleen maar "Nyaak" roept. Minyak is kerosine wat als brandstof gebruikt wordt om op de koken. Als de weg even verder door omhoog loopt wordt hij geholpen met het duwen van zijn kar, want al de drummetjes minyak zijn bij elkaar erg zwaar.

(vervolg deel 2)

maandag 20 februari 2012

VULKAAN KAWAH IJEN de ZWAVELSTEKERS. (Deel 2)

Het ochtendlicht baant zich met moeite een weg door de zware regenwolken. In een hut tegen de berghelling in Oost-Java kruipen twintig mannen bij elkaar voor het ontbijt: koude rijst, zoute visjes en een schep sambal. Terwijl ze praten over de dag die komen gaat en over 'de stemming' van de vulkaan, vult de hut zich met de geur van kreteksigaretten, zweet en vochtige kleding.
Tegen halfvijf in de ochtend beginnen de mannen aan de beklimming van de oostelijke helling van de Ijen-krater, een van de vele vulkanen op Java. Over hun schouders hangen de bamboemanden waarmee ze telkens vrachten van ruim negentig kilo zwavel uit de ingewanden van de berg sjouwen.




De krater levert maandelijks naar schatting zo'n 150 ton zwavel op. Tachtig procent wordt daarvan gebruikt om suiker te bleken. De rest is voor de kunstmest-industrie en lucifers.
Halverwege de drie kwartier durende tocht naar boven stopt de 39-jarige Sadi even. Hij masseert zijn linkervoet die gezwollen is sinds hij bij een afdaling in de krater ten val kwam.
Sadi is een van de vijfhonderd 'zwavelmijnwerkers' in de Ijen-krater. Net als de meeste van hen is Sadi een landarbeider die de helft van het jaar op de rijstvelden doorbrengt. "Als ik niet werk, is er geen geld voor mijn gezin", zegt hij tussen een scheurende hoestbui door. "Ik werk hier al vijtienjaar. Het is zwaar werk, maar ik kan er niet mee ophouden, want ander werk is er niet".









De mijnwerkers vervolgen hun weg naar de steile rand van de krater voordat zij zich begeven in de zwaveldampen die uit de bodem opstijgen. Dan zoeken ze houvast op de glibberige treden die tot 250 meter diepte zijn uitgehouwen.


Onder in de krater borrelt het meer. De zuurgraad van het water is zo hoog dat het de kleding wegvreet. Bijtende wolken zwaveldioxide verspreiden de guur van verbrande lucifers. Vloeibare zwavel, met buizen aangevoerd, verhardt tot een gele plak. De mijnwerkers slaan brokken los en leggen ze in de bamboemanden.


Stofmaskers bieden geen bescherming tegen de chemische mist. Binnen enkele minuten gaan de ogen tranen. Neus, mond en longen voelen branderig aan. Sommige mannen schuilen onder zwerfkei, instinctief op zoek naar frisse lucht.



Met een beetje geluk zijn de mannen binnen een uur weer uit de krater. Dan volgt de twee uur durende voettocht naar hun basis. Ze krijgen 25.000 rupiah ( ongeveer zes gulden) voor honderd kilo zwavel brokken. Naar Indonesische maatstaven is dit niet slecht betaald. Maar dan moeten het weer en de gezondheid wel meewserken. Halverwege de ochtend levert Sadi zijn eerste vracht af. Hij ziet er ouder en kwetsbaarder uit dan in de vroege schemering.




Deze mannen dragen geen deugdelijke werkschoenen, maar lopen op teenslippers, geen werkhandschoenen, geen gezichtbescherming of een gasmasker en een vakbond kennen ze in het geheel niet. Veel van deze mannen sterven dan ook jong tussen de 35 en 40 jaar aan longkanker. Door de opkomst van steeds van steeds meer zwavelstekers, vanwege de goede betaling, wordt er zelfs door sommige s'nachts doorgewerkt bij het licht van fakkels. Dodelijke ongevallen zijn aan de orde van de dag. Het is een beroep, hoe zwaar en gevaarlijk het ook mag zijn, dat doorgegeven wordt van vader op zoon.







VULKAAN KAWAH IJEN de ZWAVELSTEKERS. (Deel 1)

Jl. zag ik een programma op de televisie, van National Geographic, over het onmenselijk zware werk van de zwavelstekers in de vulkaankrater van de Kawah Ijen. In een doos met knipsels kwam ik daarover ook nog een klein artikel tegen uit het Flying Dutchman Magazine van KLM. Met wat andere gegevens wil ik dit werk onder de aandacht brengen in dit artikel.



De Kawah Ijen is een 'slapende' vulkaan in het oostelijke deel van het eiland Java (Indonesië) en heeft een hoogte van 2800 meter. De vulkaan ligt niet ver van de Raung vulkaan met een hoogte van 332 meter en de Merapi vulkaan met 2800 meter in het Ijen-Merapi-Mealang Reservaat. Bij helder weer kan men vanaf de vulkaan het eiland Bali zien liggen.



De krater van de vulkaan steekt ver boven het wolkendek uit wat een prachtig gezicht is vanuit het vliegtuig.



Het landschap rond de vulkaan is vruchtbaar en er groeien palmen, bananen en er zijn sawa's voor de rijstcultuur. Uit dorpen gelegen in dit voor het oog zo mooie gebied komen de mannen die de zwavelsteken uit de vulkaan krater.



In de vulkaankrater ligt een blauw-groen gekeurd meer van een kilometer in doorsnede. Uit de wanden komen de zwaveldampen te voorschijn en om de gaten zijn de zwavel afzettingen te zien met een kleur van oranje tot fel geel. De lucht is vergeven van de stank van rottende eieren.



Het is een bezienwaardigheid voor de touristen, maar de realiteit voor de lokale bevolking is heel wat anders.


Door de gaten waaruit de zwaveldampen ontsnappen groter te maken komt ook de zwavel vrij, welke door een met de hand aangelegd stelsel van keramische buizen wordt afgevoerd naar een plaats waar ze kan afkoelen en hard worden. Amper afgekoeld worden er enorme brokken afgestoken en in bamboemanden geladen tot een totaal gewicht van wel zo'n honderd kilo. Dit alles wordt gedaan in een omgeving vergeven van de zwaveldampen. In het vervolg van dit artikel volgen we een groep van deze werkers.


































































































































zondag 19 februari 2012

KECAK DANS. BALI.

De Kecak- of Apendans is een van de bekendste dansen waarin Hanunan een rol speelt. Hanunan is de leider van het apenleger uit de Ramayana vertellingen.
De dans is boeiend met een adembenemende intensiteit en fanatieke opvergave gespeelde Kecak. Van oorsprong was het een bezwerende, pantomimische koordans om het slechte af te wenden; zoals natuurrampen en ziekte epidemieën. De dans kon vroeger zolang duren totdat de dansers er volledig uitgeput bij neervielen.
Bij deze dans is geen begeleiding van een gamalan-orkest, maar wordt het muzikale gedeelte overgenomen door het koor van de dansers.



De Kecak-groep bestaat uit mannen gekleed in een zwart-wit geblokte lendendoek met bloot bovenlijf en blote voeten. Het zingen is zeer kenmerkend door de klank in verschillende ritmes en tempo's van het "tjak - tjak - tjak".
De dansgroep zit in een cirkel en maakt met handen en armen deinende bewegingen, waarbij de bovenlichamen vaak overelkaar heen komen te liggen. Ze worden tijdens het opzwepende kecak geroep als een storm voortgejaagd; tegen de grond geworpen, weer omhoog komend en van links naar rechts en andersom geslingerd.

Door de toevingen van de Ramayana aan de traditionele Kecak-dans was er een speciale rol voor Hanunan in de dans. Sinds de toevoeging wordt het ook wel de 'Apendans' genoemd. Binnen de cirkel van de zangers verschijnen de rijkelijk uitgedoste personages met maskers.
Ook voor ons Westerlingen is als je dit meemaakt een meeslepend geheel. Het is een extatisch rituele dans.






Aan het einde van de Kecak-dans verschijnen er twee jonge danseressen, de widadaris (hemelnimfen), die door de goden naar de aarde zijn gestuurd. De danseressen raken door de zang volledig in trance gedurende hun dans, ze dienen als medium en geven de aanwezige priester het antwoord van de goden; hoe en wat te doen om het onheil te voorkomen.


Aan het einde van de dans duurt het weer even eer ze weer geheel bij hun positieven zijn. Na informatie ingewonnen te hebben bij bekenden, werd me medegedeeld dat bij de dans geen hallucinerende middelen zijn gebruikt.




Als afsluiting wordt er midden op de vloer een vuurmat aangelegd van brandende kokosbast voor de Sanghyang Jaran Dans (vuurdans). Hieromheen danst, opgezweept door de zang, de priester die geheel in trance geraakt. Volledig in trance betreedt hij de vuurmat en trapt deze al dansend uit met zijn blote voeten, waarna hij zich terugtrekt uit de cirkel om uit de trance te komen. Opmerkelijk is, dat hij totaal geen brandwonden onder zijn voetzolen heeft, wat bij ons Westerlingen wel indruk achterlaat.






zaterdag 18 februari 2012

EUCALYPTUS de 'MEDICIJNBOOM'.

Van deze boom uit het geslacht van de mirtefamilie (Myrtaceae) kennen we meer dan 600 verschillende soorten, afhankelijk van het soort geslacht. Deze bomen komen oorspronkelijk uit Australië.



Daar het snelle groeiers zijn worden ze in tropische en subtropische landen op vochtige ondergrond aangeplant voor de houtindustrie. Het hout wat zacht is wordt gebruikt voor de productie van papier. Oorzaak hiervan is, dat op Midden-Sumatra in Indonesië honderden hectaren tropisch regenwoud plaats heeft moeten maken voor de verbouwing van de boom voor deze industrie.



Sommige eucalyptus soorten worden gebruikt om moeras gebieden op te doen drogen, daar de boom vochtopslorpende eigenschappen heeft, en waardoor de malariamug minder kans van bestaan heeft. Dit soort eucalyptus draagt de bijnaam; 'koortsboom'.

Uit het hout wat wit van kleur is en waarom het in Indonesië kaju-putih (wit-hout) wordt genoemd perst men een aromatische olie. Daar het hout rijk is aan olie is het zeer brandgevaarlijk en kan het bij temperaturen van boven de 30 graden celcius en grote droogte spontaan ontvlammen met de bosbranden tot gevolg.


De olie die uit het hout geperst wordt noemt men in Indonesië; Kaju Putih olie. De beste van deze oliën komen van de Molukken. Do olie wordt ook gebruikt voor het maken van zalf, vooral bekend onder de naam; Tiger Balm.

Bij het aanbrengen van deze producten op de huid, zal deze warm gaan aanvoelen en komt de karakteristieke geur vrij van het hars. De olie en de balsem zijn kiemdodend, koortsverlagend, pijnstillend, antiseptisch en ideaal tegen spierpijnen. Het werkt verlichtend bij verkoudheid.

De olie uit het hout en de bladeren worden gebruikt in de farmaceutische industrie voor inhaleerproducten en mondwasmiddelen. Verder als massage-oliën, productie van parfum en zeep.


In Australië is de boom van levensbelang voor de alleen daar voorkomende Koala-beer. Deze is sterk afhankelijk van zijn dagelijkse portie verse bladeren. Dit komt omdat de olie in het blad alle voedingsbestanddelen bevat die het koala-beertje nodig heeft.




De Australiërs spreken inplaats van de eucalyptusboom over de 'gumtree' (gomboom). Strikt genomen slaat dit alleen op die eucalyptusboom die ieder jaar zijn schorslaag verliest. Zo kan er na het afvallen van het schors sprake zijn van verschillende kleuren hars. Zo kent men de 'bleu-gum', de 'red-gum' en de 'white-gum'.






vrijdag 17 februari 2012

EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 7)

SAFFRAAN.

Saffraan was reeds bekend bij de oude Persen als medicijn, pijstiller, smaakstof en kleurmiddel voor gerechten. De saffraankrokus; Crocus Sativus.
De plant een knolgewas, behorend tot de lissenfamilie, komt van oorsprong voor op de berghellingen van Turkije, Irak en Iran. De bloem heeft een sterke gelijkenis met onze paarse krokus. De naam komt van oorsprong uit het Arabisch, de vrouwelijke vorm safra, wat geel betekend.



Het zijn de stampers van deze bloem welke geoogst worden voor de zeer kostbare en dure saffraan. De plant bloeit alleen in de herfst gedurende acht dagen. Elke bloem heeft slechts drie meeldraden en stampers die met de hand geoogst worden en daarna gedroogd.
Het drogen kan worden gedaan in de volle zon bij droge wind of op een door vuur verwarmede stenen plaat.



De arbeids intensieve teelt, oogst en verwerking maakt saffraan tot één van de kostbaartste specerijen. Het wordt wel het 'Rode Goud' genoemd. Tegenwoordig wordt de saffraankrokus op bedden geteelt. De oogst is vrouwenwerk.
Van deze saffraan heeft men slechts een paar enkele draden nodig om een rijstmaaltijd geel te kleuren; de zo geheten nasi kuning.


donderdag 16 februari 2012

EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 6)

LOMBOK PEPERS.

Ga je in Indonesië naar de markt (pasar) dan vraag je als je rode-pepers nodig hebt naar lombok, maar wil je echt de kleine pepers hebben dan vraag je naar rawit. Het verschil is het formaat van de peper. Lombok draagt dus eigenlijk de naam van haar produkt.



De rode pepers stammen eigenlijk helemaal niet uit Indonesië, maar werden door de Spanjaarden en/of de Portugezen in Indonesië geïntroduceerd ruim vier eeuwen geleden, vanuit Zuid-Amerika. Ze worden nu ook veel op Java geteeld.



De Spanjaarden overheersten lange tijd een deel van de Philippijnen en de Portugezen, Madura en Ceylon. Voor de komst van de rode peper gebruikte de inheemse bevolking de gewone zwarte peper om hun etenswaren te kruiden.



De rode pepers (rawid) zijn vers te koop in de kleuren; groen, geel en rood en gedroogd als poeder. De rode rawit volledig gerijpt in de zon is de heetste (pedis) om te eten.

De pepers worden vers gegeten bij de gerechten, maar vooral gebruikt voor het maken van eigen sambal welk gerecht ook weer verschillende smaken kent door de manier van bereiden.





EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 5)

KANEEL.

Kaneel is niet zo zeer een kruid, maar meer een smaakmaker. Het wordt in de keuken gebruikt in zoete gerechten zoals stoofpeertjes en appelmoes. Verder in veel soorten gebak en snoepgoed. Het is nu ook een smaakmaker in thee en koffie en verder in likeuren en als etherische olie in parfums. Het is verkrijgbaar in stokjes en als poeder gemalen. Oudere mensen kennen het van vroeger op de warme rijst met boter en suiker.




Kaneel is een produkt uit binnenbast scheuten van de kaneelboom. Deze boom komt voor op Sri Lanka, Java, Brazilië en Egypte.
De boom groeit het liefst aan de kust in een tropisch klimaat. Door het snoeien van de boom krijgt ze eigenlijk meer de vorm van een uit de kluiten gewassen struik. Voor de produktie wordt de boom drie maal per jaar ingesnoeid, waarbij de scheuten van anderenhalf jaar oud een lengte hebben van zo'n twee meter. Als de kaneelboom in bloei staat heeft deze creme-witte bloesem.



Van de geoogste scheuten wordt de bast geoogst, waarna het schors en de binnenste bast worden verwijderd. Wat overblijft is een dunne bast die tussen de twee verwijderde lagen lag en deze rolt zich vanzelf in de lengte op zodra ze vrijkomt. Deze opgerolde bast wordt in de openlucht gedroogd, waarna ze de typische geel-bruine kleur krijgt.
Op de lokale markten zijn de kaneelstokken in bijeen gebundelde bosjes te koop in verschillende lengten.



Er is een gezegde: 'Zo oud als de weg naar Rome". Dit kan ook van de kaneel gezegd worden. De naam is afkomstig uit het Latijn voor stokje, 'canella'.

Reeds rond 2800 jaar voor Christus kende men in China kaneel als smaakmaker in een kruidkoek voor de Chinese keizer Shennung. Ook de oude Egypteneren kende het vermengd met plantaardige olie als een soort parfum. Ook in het Oude Testament wordt kaneel genoemd als een waardig geschenk voor vorsten en andere hoogwaardigheid bekleders.



De Portugezen hadden het monopolie over kaneel toen ze vanaf 1580 de heerschappij verkregen over het toenmalige Ceylon, nu Sri Lanka. Ze legden de bewoners zulke zware produktie opbrengsten op van meer dan 100 ton per jaar, dat deze de hulp inriepen van de Nederlanders, de VOC, die e Portugezen verdreef van het eiland en hiermee ook het monopolie verkreeg op de kaneel. Pas in 1765 werd er op Ceylon voor het eerst kaneel verbouwd op plantages.

Tijdens de specerijen oorlog veroverden in 1796 de Engelsen het eiland op de Hollanders en zo verviel het monopolie in Engelse handen. Om onder dit monopolie uit te komen begonnen de Hollanders met een experiment door in het voormalig Nederlands Indië kaneelplantages aan te leggen, wat succes had. Indonesië exporteerd nu meer dan achtduizend ton kaneel per jaar.







































































woensdag 15 februari 2012

EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 4)

VANILLE.

Vanille is niet zozeer een kruid, maar meer een smaakstof. We kennen deze smaakmaker in vanille-suiker, vanille-ijs en vroeger in de Coca-Cola voordat deze kunstmatige smaakmakers ging gebruiken. Het is de vrucht, die er uitziet als een lang dun boontje, van klimorchidee.



De plant komt oorsronkelijk uit Mexico, maar groeit ook in Indonesië en meerdere landen tussen de beide kreeftskeerkringen. De grootste producent van vanille is Madagaskar.



De vruchten van de plant worden onrijp geplukt, waarna ze vochtig worden verhit, waardoor het fermentatie proces optreedt. Hierna worden ze gedroogd. Door het drogen veranderd de onrijpe niet aromatische vrucht in een zwart gerimpeld vanille stokje met een fijne geur en smaak.



Vanille geeft pas goed de smaak en geur vrij als de gedroogde vrucht in de lengte wordt doorgesneden, waardoor de vanilline zichtbaar wordt als fijne naaldjes op de binnen zijde van de bast van het stokje.




EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 3)

NOOTMUSKAAT.

De ouderen onderons kennen nog het nootmukaat raspje uit de keuken, waarop de noot werd geraspt boven de boontjes of de spruitjes. Zowel de hele noot als gemalen is nootmuskaat te koop en er zijn zelfs muskaatnootmolentjes te verkrijgen.

Maar hoe moet je nu zo'n nootmuskaat vrucht voorstellen? We kennen allemaal de perzik, waarom de pitvrucht het vruchtvlees zit en in de pit weer een soort 'amandelnoot' zit. Maar om de pitvrucht van de nootmuskaat zit nog een zachte mantel, maar daar later meer over.


De nootmuskaat is de noot van een vrucht van de nootmuskaatboom die in regenrijke tropische gebieden wordt geteeld. De noot zit in een vlezigevrucht met okergele kleur en is iets groter dan een abrikoos. De pit, waar het omgaat, is door een harde schaal omgeven en om de schaal zit de zaadmantel.



Na het drogen barst de schaal en komt de muskaatnoot vrij en laat ook de zaadrok, rood van kleur los. De muskaatnoten worden na het drogen met kalk bepoederd aantasting door insekten, zoals de wormvlieg, tegen te gaan.


De muskaatbomen komen voor in Indonesië, India, Sri Lanka en Grenada. Ook om het monopolie van de handel en de verkoop van dit specerij van de Banda eilanden is in de 17e eeuw veel strijd geleverd tussen de Nederlanders ( de VOC) de Portugezen en de Engelsen.


FOELI.

Zeg je nootmuskaat dan zeg je ook foeli. Ze horen bij elkaar.

Foeli is de gedroogde zaadmantel van de nootmuskaat. Het woord is afgeleid uit het Latijns van folium.


De zaadmantel die niet volledig de noot afsluit lijkt op een netje zonder dwars draden. De zaadmantel die een typische rode kleur heeft wordt na het drogen oranje-achtig van kleur. Tijdens het droog proces wordt de foeli met zoutwater besproeid. Foeli is een smaakmaker in soepen en sausen.


De VOC had lange tijd het monopolie op de verbouwing, de oogst en de handel in de nootmuskaat en de foeli, die toen alleen op de Molukken voorkwamen.








dinsdag 14 februari 2012

EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 2)

KRUIDNAGEL.

De kruidnagel is in zijn geheel gedroogd te verkrijgen, gemalen en als kruidnagelolie. De kruidnagel komt oorspronkelijk van de Molukken en de Banda eilenden in Indonesië. Ook hier ontstond ten tijde van de VOC een strijd om het monopolie van dit produkt. Nu worden ze ook geoogst op de overige Indonesische eilanden met een tropisch zeeklimaat. Ook uit Maleisië, SAri Lanka, Madagaskar, Zanzibar, Pemba en Tanzania komen kruidnagels.



De kruidnagelboom welke negen tot 12 meter hoog kan worden groeid langzaam en kan pas na zes of acht jaar geoogst worden. Is de boom volwassen dan kan haar produktie wel honderd jaar meegaan. Het is een altijd groen blijvende bladboom die in de bloeitijd vol hangt met rossen felrode bloemknoppen die als ze bloeien en spinachtige witten bloem hebben.




Bij de kruidnagel gaat het niet om de vrucht, maar om de bloemknoppen. In deze knoppen is al duidelijk de vorm van de kruidnagel te herkennen. (Dit is dan waarschijnlijk ook de reden, dat veel mensen de sering de kruidnagelbloem noemen.)





De bloemknoppen worden geoogst als ze ongeveer anderhalve centimeter groot zijn en een groenroze kleur hebben. Dus zeer zeker voordat ze inbloei komen te staan.

Het plukken van deze knoppen wordt met de hand gedaan, waarna ze op matten of op een betonvloer worden uitgespreid om in de buitenlucht te drogen.

Het drogen duurt enige dagen, waarbij ze knoppen regelmatig worden omgeharkt zodat er lucht tussen kan komen om schimmel tegen te gaan. Na het drogen krijgen ze een donkerbruine kleur met een iets lichter kopje. Ze hebben dan ook gelijk hun karakteristieke sterke zoetige-, pikante- en vaak doordringende geur.

Kruidnagel heeft een medicinale werking. Zo werd het vroeger als een kwakzalvermiddel gebruikt tegen kiespijn. De olie wordt gebruikt tegen kalknagels. In Indonesië wordt de kruidnagel vermengt met sigarettentabak voor de produktie van de sterk ruikende 'Kretek-sigaretten'. In Nederland kennnen we de kruidnagelkoek, de Friese-kruidnagelkaas en de toevoeging ervan aan bepaalde likeuren.