woensdag 29 juni 2011

DE KOORNBRUG EN STADHUIS VAN LEIDEN.

DE KOORNBRUG.


Leiden kent vele bruggen maar de meest opvallende is de Koornbrug over het water van de Nieuwe Rijn. De brug stamt uit 1642 en op deze brug werd, zoals de naam het al zegt, eeuwenlang het koren verhandeld. Deze handel gebeurde in weer en wind waardoor het graan vaak nat werd en het snel begon te schimmellen. Om de handels waar droog te houden werd in 1834 een overkapping op de brug gebouwd naar het ontwerp van Salomon van der Pauw. Het is niet de enige overdekte brug, maar wel de oudste.
Het koren werd bovendien opgeslagen onder het dak en gaten in het plafond zorgden voor ventilatie.

HET STADHUIS.




Sinds de middeleeuwen staat het stadhuis van Leiden aan de Breestraat. In de 16e eeuw kreeg het een geheel nieuwe voorgevel in de renaissance stijl. Deze nieuwe gevel moest de voorspoed van de stad laten zien. Leiden was in 1574 nog belegerd geweest door de Spanjaarden. Ondanks de vele doden door de honger en de pest wist de stad stand te houden tot ze op 3 oktobert 1574 werd ontzet. Diverse afbeeldingen aan de gevel herinneren aan dit beleg en ontzet van Leiden.


In 1929 brandde het stadhuis bijna volledig af. De voorgevel werd weer in oude staat opgebouwd en daarachter verrees een geheel nieuw gebouw met een plein en ingang aan de Vismarkt.




maandag 27 juni 2011

DE LEIDSE SLEUTELS en de PIETERSKERK.

LEIDSE SLEUTELS.

Waar je ook loopt in het oude centrum van Leiden kom je de afbeelding van twee gekruiste sleutels tegen. Het symbool dateert al sinds 1293 toen op de stadsdocumenten, van de 'Stad Leyde', een stadszegel stond afgebeeld met daarop apostel Petrus met in zijn hand de sleutel van de hemelpoort.


Volgens de RK-kerk zou Petrus van Jezus de sleutel van de hemel hebben ontvangen en dat hij na de hemelvaart van Jezus diens plaatsvervanger op aarde was. Hij was de grondlegger van het pausdom. Petrus was tevens schutspatroon van de stad Leiden. Vandaar dat de sleutels als die van de stad Leiden ook voorkomen in het wapenschild van het Vaticaan.


DE PIETERSKERK.

( De Hooglandsekerk gezien vanaf de Burcht van Leiden.)



In 1121 lieten de graven van Holland een kapel bouwen gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus. Door de eeuwen heen werd er steeds meer aangebouwd en verbouwd en zo ontstond de huidige Pieterskerk. In 1512 stortte de meer dan 100 meter hoge klokkentoren, aan de westzijde van de kerk, in. De toren werd daarna nooit meer opgebouwd. De gebrokken klokken uit de toren werden omgesmolten om één grote klok van de gieten. Deze klok werd in een klokkenstoel van een apart staand gebouwtje opgehangen.















De Pieterskerk heeft ook een belangrijke rol gespeeld in het leven ven de 'Pelgrimfathers', die vanuit Leiden naar Delfshaven gingen om daar scheeps te gaan, om via Engeland hun nieuwe thuisland Amerika te bereiken. (zie artikel 24-04-2011 Pelgrimfatherskerk.)


De Pieterkerk wordt niet meer gebruikt voor godsdiensten, maar voor evenementen zoals concerten en tentoonstellingen.


Het stadswapen van Leiden bestaat uit een wit of zilveren schild met daarop twee gekruiste sleutels. Het toont een strijdbare leeuw op een vesting muur met de linker klauw rustend op het wapenschild en in de rechter klauw een zilveren zwaard met goude gevest. Onder het wapen de latijnse spreuk "Haec libertas ergo", vertaald als "Dit omwille van de vrijheid", wat een verwijzing is van het Leidse verzet tegen de Spaanse bezetters in de 16e eeuw. Het wapen is bij Koninklijk besluit vastgelegd op 25 januari 1950.




vrijdag 24 juni 2011

GEEN HOFJE MAAR EEN HOF.

" DE MEERMANSBURG ".




De Meermansburg is een hofje gelegen aan één van de mooiste grachten in het historische centrum van Leiden. Het werd in 1689, door Maarten Meerman, uit een belangrijke VOC-familie, samen metg zijn vrouw Helana Verburg gesticht. Het werd het grootste hof van Leiden en was oorspronkelijk gebouwd voor weduwen en alleenstaande dames van goede afkomst en zeden. Op deze plaats bevond zich tot de reformatie het klooster Nazareth.






Boven de statige ingang, ontworpen door architect Jacob Roman, voorzien van de familiewapens vindt men de Regentenkamer, die een uitzicht heeft aan de voorzijde op de Oude Vest en aan de achterzijde op een fraaie 17e eeuwse stadstuin.


Het interieur van de Regentenkamer wordt gedomineerd door een prachtige collectie 17e en 18e eeuwse portretten voorstellende de regenten. In de stichtingsakte uit 1680 werd bepaald dat deze schilderijen vooraltijd in de Regentenkamer moesten blijven hangen. Deze traditie wordt nog steed nageleefd. Het interieur heeft een elegant stucplafond en de wanden zijn belkeed met bordeaux rood fluweel en de kamer heeft een fraaie marmeren schouw.


Het hof werd in de jaren 1977-1979 geheel gerestaureerd, maar de Regentenkamedr heeft zijn functie blijven behouden. Nu vergaderen de regenten van het Meermanshof nog steeds in deze kamer die na 328 jaar niets van zijn charme heeft verloren. In de hal onder de Regentenkamer hangt een fraai wapen van de Meerman en een regenten stamboom.






LEIDSE HOFJES.

Vaak weggedrukt tussen gevels van woonhuizen of winkels liggen in de straten van de Leidse binnenstad de deuren die toegang geven tot de hofjes.
Vaak is het alleen maar een naam op de deur of op een fraaie stenen omlijsting van de deur, waarvan sommige zelfs versiert met een wapenschild.

De hofjes van Leiden, 35 stuks zijn er nog, zijn de oudste hofjes van Nederland en verkeren allemaal nog in een zeer goede staat.
Vroeger waren het huisjes voor de armen of weduwvrouwen. Welgestelde rijke lieden lieten deze huisjes bouwen om zo hun zieleheil te verkrijgen en zo hun kansen te verhogen om in de hemel te komen. Een soort berouw na de zonde.
Het waren de meest uiteenlopende beroepen die deze 'weldoeners' hadden, van gildemeester tot bierbrouwer.











Het is goed opletten, anders loop je de ingang van zo'n hofje achteloos voorbij. Ga je dan de deur binnen dan kom je terecht in een idyllische oase van rust, waar de tijd lijkt stil gestaan te hebben. Een keurig onderhouden tuin vol bloemen en een waterpomp vormen het binnenerf tussen de huisjes.




Vaak bestond een hofje uit 13 woonruimten, 12 voor het aantal apostellen en één voor de heer Jezus, wat meestal de woning boven de toegangspoort was. In veel hofjes is de ruimte nog herkenbaar waar vroeger twee buiten toiletten waren boven de beerput. De ruimten zijn nu kasten voor het opbergen van tuingereedschap etc. Nu zijn de huisjes allemaal voorzien van moderne sanitaire aansluitingen en electriciteit. Eén hofje, het Sint Anna Aaalmoeshuishofje, heeft zelfs nog de oude kapel achterin de tuin staan uit 1491.







woensdag 22 juni 2011

PESTHUIS en MUSEUM NATURALIS.

In het pesthuis is buiten de kassa en de museumwinkel een overzicht van de flora en fauna in ons eigen land te bezichtigen. Pesthuis Nederlandse Natuur. Via een overdekte loopbrug kom je dan in het Museum Naturalis.


In het Naturalis vertellen meer dan 10.000 echte dieren, planten, stenen en fossielen uit heel de wereld het verhaal van onze planeet, de aarde.


Hier ontdek je hoe de aarde en het leven een samenhangend geheel vormen. Miljoenen jaren oude fossielen in Oerparade zijn stille getuigen van de ontwikkeling en ondergang van leven.


In Natuurtheater kan je je aan de vele nog bestaande vormen van het leven vergapen.


Vijf verdiepingen over het vroegere leven en het huidige leven op aarde. Het ontstaan van aardbevingen, vulkanen en zeestromingen. De natuur van nu in al zijn diversiteit. Dieren. planten, bacteriën, schimmels, gesteenten en mineralen. Leven en overleven.


Leven op het land, in de zee en bodemschatten uit het binnenste van de aarde. Duik in de wereld van de walvissen en dolfijnen.




Een bezoek aan Naturalis in Leiden blijft een avontuur. Waar anders sta je oog in oog met een achtien meter lange dinosauriër of een wolharige mammoet? En waar zie je olifant en de orang-oetan van dichtbij?

Het museum is van maandag t/m zondag geopend van 10.00 - 17.00 uur.

Voor meer informatie ga naar www.naturalis.nl






HET PESTHUIS VAN LEIDEN.

In de 16e en 17e eeuw werd de stad Leiden regelmatig getroffen door pestepidemiën wat duizenden inwoners het leven koste. Om de pestleiders te isoleren en uit de bin nenstad te verbannen kocht de stad Leiden, in 1635, een stuk grond aan buiten de stadsgrens, toen in Oegstgeest. Op het terrein werd een houten pesthuis gebouwd, wat later door een bakstenen gebouw vervangen zou worden. Reeds voor de bouw van dit pesthuis bestond er buiten de stadsomwalling, in een buiten de Morspoort gelegen tuin, een houten gebouwtje voor de opvang van de aan de pest lijdende weeskinderen.


De pest is een ziekte die van de 14e tot en met de 19e eeuw in Europa veelvuldig, bij epidemische vlagen, voorkwam en enorme aantallen slachtoffers maakte. De meest voorkomende vormen van pest zijn de builenpest en de longpest. De ziekte kreeg al snel de bijnaam de 'zwarte dood'. Tussen 1347 en 1351 koste deze ziekte een derde deel van de inwoners van Europa het leven, wat geschat werd op enkele tientallen miljoenen. Zelf voor onze jaartelling kende men deze 'zwarte dood'.






In 1655 brak er in Leiden een nieuwe pestepidemie uit en was er nog steeds geen stenen pesthuis gebouwd. Het terrein was wel omgracht, maar werd gebruikt als boomgaard en moestuin. In 1657 gaf het stadsbestuur van Leiden toestemming voor de uiteindelijke bouw van het pesthuis aan de stadstimmerman Huybert Cornelizoon van Duyvenvlucht.



Het werd een carrévormig gebouw bestaande uit een achttal grote zalen rond een ruime binnenplaats. Het geheel was omringt door een gracht die ook de binnenplaats in tweeën deelde om zo de mannen en de vrouwen gescheiden te houden. In 1661 kwam het gebouw gereed.








In 1741 bleek het gehele gebouw, na een grondige inspectie, aan een grondige opknapbeurt toe. Het gebouw verloor met de jaren zijn functie als opvang van pestlijders, maar behield de naam. Zo werd het gebruikt in de 17e eeuw om gewonde soldaten in onder te brengen. Later werd het in 1822 bestemd als een gevangenis, maar het gebouw bleek al snel te klein te zijn en werden er aan de noordzijde een gebouw opgetrokken dat 384 cellen bevatte. In 1910 werd het een rijksopvoedingsgeticht voor jongens. In 1941 werd er het Kon. Nederlands Leger- en Wapenmuseum Generaal Hoefner in ondergebracht, wat in 1989 naar Delft verhuisde.


Boven de grote toegangspoort, met daarin een kleinere toegangsdeur, is een pesttafereel afgebeeld van Verhulst (1660) en op de balk daaronder de wapens van I.I.Vesanevelt, S.D. Block, P.V. Assendelft, C.A.V.Achthoven en M.V.Strigtenhuise. Geheel boven aan de Leidse sleutels.



Sinds 7 april 1998, na de opening door Koningin Beatrix, fungeert het pesthuis als entree, museumwinkel en museumcafé van het museum Naturalis. Ook is er ruimte voor kleinere tijdelijke tentoonstellingen

donderdag 16 juni 2011

LEIDSE STADSPOORTEN.

Van de drie stadspoorten van Leiden zijn er nog twee overgebleven. De Rijnburgerpoort uit 1632 bestaat niet meer. De meest bekende is de Morspoort die toegang geeft tot de drukke winkelstraat, de Haarlemmerstraat, de westelijke stadspoort. De oostelijkstadspoort is de Zijlpoort.


MORSPOORT.





De Morspoort gaf toegang tot de stadswijk die rond 1611 gebouwd werd op een drassig gebied met kleiafzettingen. De naam is afgeleid van de oude benaming voor moeras; morsch.

De oude naam van de tegenwoordige Morsstraat, de Kleiweg, herinnerde nog aan dit vroegere landschap. De huidige morspoort verving de bouwvallige houtenpoort uit 1640 in 1669.


Bij het naderen van de stad Leiden vanuit het noorwesten kreeg men niet de prettigste indruk van de stad. Buiten de Morspoort hingen de lichamen van terechtgestelde mannen en vrouwen aan een galg op het galgenveld. De Rijn kreeg zodoende op deze plaats de naam Galgewater.


De poort met een achtkantige koepel deed lange tijd dienst als gevangenis. De achtkantige koepel heeft vier vensters en grillige en olijke koppen, menselijke en dierlijke gestalten versieren de consoles op de achthoeken.


ZIJLPOORT.


De voorganger van deze poort stond vroeger aan het einde van de Haarlemmerstraat, nu het havenplein. De poort is net als de Morspoort het ontwerp van de Leidse bouwmeester Willem van der Helm. Het fraaie beeldhouwwerk is van Rombout Verhulst.

Doordat de poort zowel op de stadswal als op de brug ervoor moest aansluiten heeft het gebouw de vorm van een parallellogram.


In de 18e eeuw werd er in de zaal boven de poortdoorgang vergaderingen gehouden en vanaf 1736 was er een school gevestigd voore arme kinderen. In de 19e eeuw werden er stadsgoederen opgeslagen. Nu is er een horecagelegenheid in gevestigd.

Langs de Zijlpoort stroomt, vanaf het nabijgelegen riviertje de Zijl, de Nieuwe Rijn de stad Leiden binnen.











vrijdag 10 juni 2011

LEIDSE KAAS.

Niet voor niets hebben wij Nederlanders in het buitenland de bijnaam van 'Kaaskoppen'. Het aantal soorten kaas dat in ons land wordt geproduceert is op twee handen niet te tellen.
De meest bekende zijn dan ook de Edammer kaas, Goudse kaas, Friese kaas (met kruidnagels), Leerdammer kaas, Beemster kaas en de Leidsekaas. Verder nog de nodige soorten boerderijkazen van koemelk of geitenmelk en sommige provincies hebben dan ook nog een smeuig kaasje met een pikante geur.


Ook de stad Leiden heeft zijn Waag waar vroeger de kazen werden gewogen. Deze kaas kwam vroeger uit het gebied tussen Den Haag en Haarlem. Deze Leidse kaas bestaat nog steeds al is de naam veranderd in 'Boeren-Leidse kaas met sleutels'. Een erkende kaas met een rode korst met daarin de gekruiste Leidse sleutels gedrukt.





Natuurlijk kennen we ook de Leidse kaas met de gele korst, wat de fabriekskaas is en die geen rode korst mag hebben. Het merendeel van deze fabriekskaas komt uit de Frico-fabriek die niet in Leiden staat maar in het Friese Dronrijp.






Zo kwam ik eens in de USA een artikel tegen in een tijdschrift met de kop; DUTCH CHEESE IS NOT RED ! Wel de korst maar niet wat daar tussen zit.





Een roodbruine korst, komijn-zaadjes en een ronde vorm met één scherpe hoek: daaraan herken je de echte Leidse kaas. Een heerlijke smaak: droog en pittig en minder vet dan de Goudse kaas.


De komijn-zaadjes en de rode korst.

De karakteristieken van de Leidse ligt reeds in de tijd van de Gouden Eeuw. Het was de tijd dat de Nederlandse zeilschepen van de VOC en de WIC de gehele wereld overgingen. De kazen die aan boord meegingen en niet in de pekel lagen bedierven vrij snel, dus werd er oversgestapt op een magere soort kaas: beter houdbaar maar minder smakelijk.


Met het ontdekken van het komijn-zaad in Marokko en op Malta, kon de magere kaas toch op een goede smaak gehouden worden. Kaas werd altijd verpakt in een korst van biest, de eerste melk die de koe geeft na het kalven, maar dat was niet bestand tegen insekten.


In Peru kwamen de Nederlanders in kennis met de zaden van de Annattoplant. Dit zaad heeft een rode kleur en de plaatselijke bewoners gebruikten het om etenswaren in te verpakken die lang bewaard moesten worden. Zo werden die zaden ook uitgeprobeerd op de Leidse kazen aan boord. Zo is de rode korst van deze kaas soort ontstaan.


De 'Boeren-Leidse kaas met sleutels' is sinds 1992 wettelijk beschermd door de EG.


Eet smakelijk!








zondag 5 juni 2011

DE BURCHT van LEIDEN.

Leiden ontstond op het Waarderland bij de samenvloeiing van de Oude- en de Nieuwe Rijn. In de eerste vermelding van omstreeks 860 spreekt men van het dorp Leithon. Op een heuveltop, op het punt waar de Oude- en de Nieuwe Rijn samenkomen bouwde men een houten burcht, een mottekasteel, waarin aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht woonde.



Een mottekasteel is een hoogmiddeleeuws type burcht dat meestal uit hout is opgetrokken. Het belangrijkste kenmerk is dat het kasteel stond op een motte, een kunstmatig aangelegde aarde heuvel. Het kasteel zelf bestond meestal uit een torenvormig gebouw. In de elfde eeuw werd de heuvel diverse keren opgehoogd tot ongeveer 9 meter boven de omgeving ( 12 meter boven NAP). Rond 1100 kwam de burcht in handen van graaf Floris van Holland (1049-1061).




Onder graaf Dirk VI van Holland (1121-1157) werd omstreeks 1130 de houten burcht vervangen door een stenen bouwwerk opgetrokken uit stevige stenen, een vierkante verdedigingstoren (donjon) met daar omheen opslagruimten en woonvertrekken. Dit alles werd omringd door een stenen muur met kantelen. Het geheel werd omringd door een gracht om het nog meer te versterken tegen vijandelijke legers. Vanuit deze burcht bestuurden de graven van Holland hun gebied.



Tussen 1203 en 1204 liep de burcht tijdens een belegering zware schade op. Gravin Ada belegerde de burcht in 1204 en werd op haar beurt weer belegerd door de aanhangers van Willem I van het graafschap Holland. De schade aan de burcht werd hersteld met kloostermoppen, ook wel kloosterstenen of monniksstenen genoemd. Het zijn middeleeuwse bakstenen die veel groter zijn dan de huidige bakstenen en vooral werden gebruikt voor de bouw van kloosters, kerken en kastelen.


( Op het hek de fraaie wapens van Daniel van Alphen - Jacob Vromans - Jacob van Sanen - Conelis Wittens - Johan van der Marcke - Johan van der Goes van Absmade - Johan van den Bergh.)



Doordat de stad Leiden zich steeds verder uitbreide raakte de brucht ingebouwd en verloor zijn militaire functie. In 1651 werd er nog een nieuwe toegangspoort gebouwd in de zuidelijke muur. Deze werd verfraaid met natuurstenen wapenstenen en het stadswapen. In de eeuwen die volgden werd het bouwwerk nog regelmatig gerestaureerd.




( In het midden het wapen van Leiden met daar omheen de wapens van de stadsburggraven.)






De burcht, zoals ze er nu uitziet, heeft een borstwering met kantelen en heeft een doorsnede van ongeveer 35,5 meter. De muren zijn gemiddeld 6,2 meter hoog en hebben een dikte van 80 tot 90 centimeter. Aan de binnenzijde van de muur van de burcht is deze voorzien van diepe bakstenen spaarbogen. Boven deze bogen bevindt zich de weergang. In de muur zijn op verschillende plaatsen schietgaten aangebracht.



Aan de noord-, west- en zuidzijde is de heuvel vrij steil en aan de oozijde lkigt een uitgestrekt glooiend grasplateau. Vanaf de weergang van de burcht heeft men een uitzicht op de omliggende oude gebouwen van de stad Leiden.









donderdag 2 juni 2011

DE CRUCIFIX VIS.

The Sail Cast or Crucifix fish
Depicts Christ's life, but not as He wished.

See the body gleaming and white
Nailed to the Cross on that Day and Nite.



Upside down, you'll sure to find
The Hilt of the Sword, faintly outlined.

Turning over the cross, you will see.
The Roman shield as plain as can be.

Shaking the cross, you'll plainly hear. Rattling dice, cast for Christ's clothes near.


The Lord makes such woundrous things. Find one of these and "Good Luck" it brings.


(Lula B. Siekman)





woensdag 1 juni 2011

DE LEGENDE VAN DE ZAND DOLLAR.

THE LEGEND OF THE SAND DOLLAR.

There's a prety little legend.
That I would like to tell.
Of the birt and dead of Jesus.
Found in this lowly shell.

If you examine closely. You'll see that you find here. Four nail holes and a fifth one.
Made by a Roman's spear.




On one side the Easter lily.
Its center is the star.
That appeared unto the shepherds.
And led them from afar.

The Christmas poinsettia. Etched on the other side. Reminds us of His birthday. Our Happy Chrismastide..

Now break the center open.
And here you will release.
The five white doves awaiting.
To spread Good Will and Peace.

This simple little symbol. Christ left for you and me. To help us spread His Gospel. Through all eternity.