maandag 31 januari 2011

GEVEL RECLAME. (Deel 5. De Gouden ketting.)

Het huis met de Gouden ketting.

Aan het pand 268 aan de Keizersgracht in Amsterdam hangt aan de buiten gevel een 'gouden' ketting. Het is niet zomaar een ketting. Over de herkomst en de betekenis ervan zijn diverse verhalen in de omloop. Niet alleen over de ketting maar ook over het pand zelf.

De ondankbare vrouw.

Het verhaal luidt dat een koopman na een jarenlange reis terugkeerde en zijn vrouw een gouden ketting schonk. Omdat zij dit niet kon waarderen, wierp de koopman deze boos uit het raam om de ketting in de gracht te doen belanden. De ketting bleef echter aan een lange spijker hangen en bleef er hangen om aan te tonen hoe ondankbaar zijn vrouw was.

De dienstbode.

Op een dag zocht de bewoonster van het betreffende pand haar gouden ketting en kon deze niet vinden. Zij beschuldigde toen haar dienstbode van diefstal. Toen de ketting toch weer werd terug gevonden door de bewoonster en de onschuld van de dienstbode bleek waar te zijn, werd de ketting als bewijs aan de gevel van het pand gehangen om de dienstbode van blaam te zuiveren.

De inbreker

Op een avond toen de dienstbode alleen thuis as betrapte ze een inbreker die zich als vrouw vermomd had en zichzelf verried door zijn stoppelbaard. Tijdens het gevecht wat er ontstond doodde de dienstbode de inbreker. Als beloning kreeg ze van haar baas een gouden ketting, maar dit gebaar vondt ze te weinig en eiste meer van haar werkgever. Deze was zo verontwaardigd, dat hij de dienstbode ontsloeg en de ketting boven de buitendeur hing om de ondankbaarheid van de diensbode aan te tonen aan de bewoners van de stad.

Het volgende verhaal komt waarschijnlijk het dichste bij de waarheid.

De gevluchte koopman.

Lakenkoopman Eliseas Haerel, die in 1615 vauit Aken met vrouw en kinderen naar Amsterdam was gevlucht, kocht het kavel en liet er in 1620 het huis op bouwen. Toen na einige tijd zijn bezittingen in Amsterdam aankwamen bleek er een gedeelte door rovers gestolen te zijn. Slechts een baal was onbeschadigd aangeklomen, daar de rovers de ketting die er om heen zat niet los hadden kunnen krijgen. De koopman was zo blij, dat hij een sluk van de ketting liet vergulden en als gevelteken aan het pand hing.

In 1643 werd er voor het eerst in de archieven melding gemaakt van het Huis met de Gouden Ketting.

Het pand zelf stond in de 18e eeuw bekend als een spookhuis: voorbijgangers hoorden er wonderlijk gestommel. Volgens sommigen ging het om de geest van de ongelukkige weduwe van rauws, directeur-generaal van de Stadsgebouwen. Rauws was op 11 mei 1772 omgekomen bij de grote brand in de Schouwburg op de Keizersgracht, waarna zijn verdrietige vrouw zich had opgehangen.

GEVEL RECLAME. (Deel 4. Het uithangbord.)

De uithangborden.





Veel handelaren en winkeliers plaatsten een uithangbord aan hun gevel. Hierop werd kleurrijk hun produkt afgebeels, zoals manden vol met diverse broodsoorten. Anderen lieten een duidelijke afbeelding maken van hun beroep. Veel bakkers voerden in de regel vaak een witte, zwarte of vergulde olifant op hun uithangborden. Dit dier verwees naar de exotische landen der specerijen, zoals de gaper bij de apotheek.

Ook werd er vaak een bijenkorf op het uithangbord afgebeeld, want zoete broodjes gingen er best in. De krakeling komt uit Scandinavië als koekebakkers herkenningsteken.



Sommige bakkers bakten het wel erg bruin, wat blijkt uit gewaagde teksten op hun uithangbord zoals:

Hier bakt men Limburgse wafelen

goed en zuiver

een lieve meid bedient U

voor vier stuiver.

Het geeft wel te denken wat die lieve meid al n iet meer deed voor vier stuiver!



Een bakker op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam schreef op zijn gevel:

Weg met de apotheek en dokters vieze grillen.

Hier vindt je andere pillen.

Meisjes in de salon, schoon om van de rillen.



De walletjes hebben deze opruiende woorden getrouw nageleefd!


Langzaam maakten de uithangborden, door de uitvinding van electriciteit, plaats voor de uithang gevel neonverlichting.


Tegenwoordig voert alleen een chocoladefabrikant de oilfant als symbool voor zijn produkten, waarvan de naam niet voor niets naar de Afrikaanse Goudkust verwijst.

zondag 30 januari 2011

GEVEL RECLAME. (Deel 3. De Barbierstok.)

De barbiersstok.


Iets minder bekend in het hedendaagse straatbeeld, dan de gaper, is de barbiersstok die dan ook helemaal uit het straatbeeld is verdwenen en nu alleen soms gezien wordt als een lichtzuil bij een enkele kapperszaak.



De vroegere barbier had heel wat meer te bieden dan alleen knippen en scheren. Ook het trekken van tanden en kiezen, chirurgische ingrepen, zoals aderlaten, hersenoperaties en soortgelijke bloedstollende verrichtingen.
De achterliggende gedachte was even simpel als sterk: de barbier weet hoe hij op delicate wijze het mes moet hanteren. De directe aanleiding was waarschijnlijk een decreet van de paus uit ded dertiende eeuw, waarin het kerkelijke werk nemers verboden wewrd zich nog langer met juristerij of medicijnen bezig te houden. De barbiers profiteerden bijzonder van dit verbod. De chirurgie was een kolfje naar hun hand.
In 1371 werd de rechtspositie van de barbiers geregeld. Voor alle duidelijkheid moet wel worden opgemerkt dat de barbiers niet per definitie prutsende kwakzalvers waren. Sommige barbierchirurgen dwongen groot respect af bij hen tijdgenoten. Maar meer ook niet.
Anders dan een medicus werd de chirurg beschouwd als iemend die leuk zijn handen kon gebruiken, een aardige klusser, aan wiens in telectuelle vermogens feitelijk geen eisen werden gesteld. Hij hoefde slechts de aanwijzingen van de arts op te volgen.
Een enkele chirurg bracht het wat verder en eiste erkenning edn een academische titel. Artsen en barbiers verzetten zich zij aan zij tegen dergelijk ongepast gedrag van een afvallige enkeling.


De heelmeesters wensten hun competitie niet te delen met een eenvoudige snijmeester, de barbiers wilden hun inkomsten uit knippen en scheren niet in gevaar brengen. Liever een goed gevulde kas dan een duurklingkende titel. Eind zeventiende eeuw begon het tij echter te keren en in de achttiende eeuw veroverden de chirurgen toch enige erkenning als medicus.
Waarschijnlijk kwam dat vooral toen er een ongekende bloei aanbrak voor de goede kappers: de pruikentijd en ze zich hier meer op toelegden dan op de chirurgie.
Conflicten over de positie van de barbier hebben zich in de loop der eeuwen veelvuldig voorgedaan. Ded rood-wit gestreepte paal aan de gevel gold als een teken dat hier inderdaad chirurgie bedreven mocht worden. In Spanje werd in 1500 bepaald dat de barbiers een examen moesten afleggen voordat ze de zo populaire aderlating mochten verrichten. De klant wist zo dat hij in vertrouwde handen was. En wel zo belangrijk: de heelmeesters werd in 1787 verboden te knippen en scheren.


De dames- of herenkapper wast, knipt, verft, zet permanent en verteld over het weer, sport, levert commentaar op de politiek en is de informatie bron van het dagelijks leven in de buurt.
De barbiersstok heeft plaats moeten maken voor een ander soort reclame aan de gevel.

In de plaats Kairouan in Tunesië staat de Barbier Moskee zo genoemd naar Abu Zam'a al Balawi, metgezel en barbier van de profeet. Hij stond buiten dat hij goed haar kon knippen en scheren vooral bekend voor het perfect besnijden van jonge jongens. Er staat nu een grafmonument van hem in de moskee en het is een bedevaartoord voor jongeren.

( Zie woensdag 12 mei 2010, Barbiermoskee - Kairouan in mijn weblog.)

dinsdag 25 januari 2011

GEVEL RECLAME. (Deel 2. De Gaper.)

De Gaper en de apotheker.



De Gaper is het symbool van de apotheek. Het woord 'apotheke' komt uit het Grieks en betekend bewaarplaats. De Romeinen gebruikten het woord met name voor een bewaarplaats waar jonge wijnen konden rijpen. In het Middeleeuwse Europa was 'apotheker' in de eerste plaats een titel van de beheerder van kloostergoederen. In Nederland ontbreekt deze betekenis.
In ons land is de titel voorbehouden geweest aan degene die geneesmiddelen verhandeld. Maar het begrip geneesmiddel kan natuurlijk heel ruim worden opgevat!


In- en uitheemse kruiden vormen al eeuwenlang belangrijke bestanddelen van geneesmiddelen. Ze werden vroeger in gedroogde vorm bewaard, een taak die is overgenomen door de drogist de verkoper van 'drogerijen', in een vijzel fijngestampt en al dan niet als mengsel verkocht. Vaak werden de kruiden vermengd met wijn of brandewijn en zo verkocht de apotheker ook deze drank. Dit gedistilleerd werd door de apothekers verwerkt tot 'leckedranken'.
Zoals deze spreuk aanduidt: Hier koopt men zowel onder als boven dranken; het een is voor gezonden, 't ander voor de kranken.


De voornaamste vaardigheid van de apotheker was dat hij de als uiterst gezond beschouwde specerijen kon verwerken.


Door de kruistochten was men in contact gekomen met de Arabische wereld en de daar ontwikkelde kennis. De Arabische geneeskunde stond in de 16e en 17e eeuw in zeer hoog aanzien. De oosterse of Moorse man boven de winkeldeur was een zeer goed doordachte reclame. Oorspronkelijk gaapte de oosterling overigens nog niet, maar rookte een lange pijp.


Vooral in Amsterdam, wat toen het centrum was van de koloniale handel, werd het hoofd van de vreemdeling veelvuldig in de gevel gezet. De gaper werd ook wel Moriaanshoofd genoemd.
Men maakte namelijk geen onderscheid tussen een donkerbruine en een zwarte gelaatskleur.
De gaper is sindsdien het embleem gebleven van de apotheek en de drogisterij.
Aangezien ze in de regel van hout zijn gemaakt en bij weer en wind buiten staan, zijn er veel oude exemplaren verloren gegaan.

Langzaam verdween ook de Moriaanskop en liet men zijn fantasie er op los wat de voorgeving aangaat. De tulband werd bijvoorbeeld vervangen door een helm of een slaapmuts. De pijp verdween en de mond stond vaak ver open met de tong naar buiten met daarop een vergulde pil. Daar waar de gaper verdween nam de vijzel, met stamper, snel zijn plaats in.
Maar laten we niet gaan spreken ov er die goede natuurkruidengeneeswijze van vroeger, want sommige medicijnen zouden ons nu toch zeer slecht bekomen en smaken. Wat bijvoorbeeld te denken van de Antwerpse apotheker, die in 1540 reclame maakte voor een heel bijzonder, heel zeldzaam drankje dat alleen in Modena (Italië) en Tegernsee (Duitsland) werd gewonnen.
Het geniet tegenwoordig grote populariteit onder de naam ..... aardolie.





GEVEL RECLAME. ( Deel 1. De geschiedenis)

Hoe oud is de geveltaal?



Reeds in de tijd van de Romeinen kende men reeds de geveltaal, iets wat we nu reclame noemen. Doordat in 79 na Chr. door de uitbarsting van de vulkaan de Vesuvius as en lava de stad Pompeij bedekten werd deze stad en het leven er in alsware geconserveerd.
Een afbeelding van een geit op een muur van het huis duide op een handelaar in melk, mannen die een wijnvat dragen of een Bacchus met een druiventros op een drinklokaal en erotische afbeeldingen op een huis waar men aan zijn sex geneugten kon komen.


Ook toen kende reeds de apotheker zijn symbool met de slang Aesculapius met een appel in zijn bek. In Pompeij waren veel huizen met een afbeelding van een slang voorzien (zonder de appel), daar dit dier voor de inwoners van de stad heilig was en beschermende krachten zou hebben. Helaas kon de slang ze niet beschermen tegen de uitbarsting van de Vesuvius.

Het ontstaan in ons eigen land.
Tot voorkort waren nog maar weinigen mensen de edelekunst van het lezen en schrijven machtig. De tekens op en aan de gevels, van de huizen, waren voor hen een wegwijzering. Zo werd het de mens duidelijk gemaakt waar je wat kon eten, drinken, overnachten of een speciaal iets kopen.
Zo werd de apotheek voorzien van een gaper, de barbier (kapper) van een barbiersstok, het stadhuis van een afbeelding van Vrouwe Justitia, een schrijver van een ganzenveer en de familie Kikker van een kikker.
Zo vormden deze tekens een soort driemensionale Gouden Gids, maar ook een adressenboek, want een zichzelf respecterende familie maakte zich kenbaar met een pronkende façade.
Alleen de aller voornaamsten, waren meestal zo 'bescheiden' hun gevels te sieren met een familiewapen
In het begin werden veel uithangborden, waarop fraai was aangegeven wat er te bieden was, bijna op ooghoogte aan de gevel opgehangen. Door de komst van zwaarder vervoer en hogere koetsen over de straten moesten de uithangborden het snel hogerop zoeken om niet van de gevel afgereden te worden.















woensdag 19 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (slot)

NEDERLAND.

In vele landen wordt gesproken oven ons land, als het land achter de dijken. De naam is al duidelijk genoeg als je het vertaald in het Frans, Pays Bas en in het Duits. Niederlande.

We zij gewoon: DE LAGE LANDEN.

Nu de Deltawerken zijn voltooid moeten we niet denken: Zo we zitten veilig en droog. Zeker niet met de klimaatsverandering, waardoor het water niveau van de zeeën zal gaan stijgen. Ook zal er meer water afgevoerd door de rivieren door het smelten van de gletsjers, de sneeuw in de bergen en de langdurige regenval.

We moeten wakker blijven en het water in de gaten blijven houden, dag en nacht, week na week. maand na maand en jaar na jaar. Aan onze strijd tegen het water zal nooit een einde komen. Ons land komt steeds lager te liggen dan de zeespiegel. Stijgd de zeespiegel, dan zullen de rivieren moeilijker hun water kunnen lozen naar de zee. Laat de spreuk in het wapen van provincie Zeeland, niet de spreuk onder ons landswapen worden: Luctor et Emergo . Maar gewoon dat wat we kennen: Je Maintiendrai. Ik zal handhaven: de dijken, duinen en waterkeringen voor de toekomst van ons land.


Buiten mijn persoonlijke gegevens over de Deltawerken mijn dank voor informatie aan:
Rijkswaterstaat, Deltawerken online, Wikipedia, Boekwerken van D.Schaap; Het laatste Deltawerk en Het grootste waterwerk en het boek Tussen land en water van A.Boermans/H.Hoeneveld.

DE DELTAWERKEN. (8b)

De Hartelkering.


De Hartelkering in het Hartelkanaal bij Spijkenisse werd ongeveer tegelijk met de Maeslandkering gebouwd. Een stormvloedkering in het Europoort gebied bleek namelijk noodzakelijk als de Maeslandkering zou moeten sluiten. Via het Europoortgebied kan dan teveel zeewater landinwaarts stromen, waardoor Zuid-Holland niet meer veilig is.
De Hartelkering in het Hartelkanaal maakt samen met de Maeslandkering en een aantal dijkversterkingen in het benedenrivierengebied deel uit van de Europoortkering.

De Hartelkering bestaat uit twee grote ovaalvormige schuiven die tussen ovale torens hangen. Het water wordt gekeerd door de schuiven tot op de bodem in het water te laten zakken.
Bijzonder is dat het water over de kering heen kan slaan, zonder dat dit problemen veroorzaakt in het achterland. Dit komt door de elipsvorm. De Hartelkering hoefde daarom niet hoger gemaakt te worden. zou de kering hoger zijn, dan kan het leiden tot overstromingen in het Europoortgebied en tot overstroming van de dijk van de Brielse Maas.

De heftorens met bewegingswerken zijn in het verlengde van de pijlers (verticaal ondetsteunende keringsdelen) v an de Hartelbrug geplaatst. In de twee openingen die zo zijn ontstaan, hangen stalen hefschuiven met een overspanningslengted van 49,3 en 98 meter.
Bij een normale waterstand is de kering open en staan de schuiven omhoog. De onderkant van de schuif is dan op een hoogte van NAP + 14 meter. Dat is iets hoger dan de onderkant van de Hartelbrug. Zijn de schuiven dicht, dan kunnen ze een waterstand van NAP + 3 meter keren.
Toen de Hartelkering werd gebouwd, waren de hefcilinders ( die gebruikt worden om de schuiven te bewegen ) de grootste van Europa. Voor de kering is een vangconstructie gebouwd welke er voor zorgt dat zwerfvuil wordt tegen gehouden en voorkomt dat dit de kering zou beschadigen.
De beslissing om te sluiten wordt genomen door de BOS ( Beslis en Ondersteunend Systeem) computer bi de Maeslandkering. In principe sluiten beide keringen gelijktijdig. Beide keringen worden jaarlijks getest.

(Gegevens Rijkswaterstaat.)

DE DELTAWERKEN. (8a)

De laatste werken van de Deltawerken werden bijna gelijktijdig uitgevoerd.
Het is de Maeslandkering in de Nieuwe Waterweg en de Hartelkering in het Hartelkanaal.

De Maeslandkering.

De Maeslandkering ligt bij Hoek van Holland in de Nieuwe Waterweg. Dit spectaculaire bouwwerk is onderdeel van de Deltawerken en vormt samen met de Hartelkering en dijkverbreding Rozenburg de Europoortkering. De Maeslandlandkering is belangrijk bij de bescherming van Zuid-Holland tegen hoogwater vanuit de Noordzee. Samen met de dijken en de duinen beschermt deze kering een belangrijk gebied waar miljoenen mensen wonen en werken.



De Maeslandkering is een voorliggende kering, wat betekend dat hij bij hoogwater vanuit de zee de eerste 'klappen' van de hoge golven moet opvangen. Bij gevaar voor hoogwater wordt de kering gesloten om zeewater buiten te houden. De constructie van de Maeslandkering is heel sterk en kan een vloedgolf van 5 meter boven NAP tegenhouden.



De kering bestaat uit twee enorme armen waaraan de deuren zijn bevestigd. De deuren zijn eigenlijk drijvende pontons die leeg naar hun plaats worden gebracht.
De deuren (cirkelsegmenten van 22 meter hoog en 210 meter groot die eigenlijk op het water drijven daar ze hol zijn van binnen) draaien naar elkaar toe. Op het moment dat ze elkaar bijna raken, stromen ze vol water zodat ze afzinken naar de bodem en de Nieuwe Waterweg vrijwel volledig afsluiten. Om te voorkomen dat de deuren bij het sluiten beschadigen blijft er een kleine opening van 80 cm tussen de deuren, maar hierdoor zal slechts weinig water stromen.



Als de kering weer geopend kan worden, worden de deuren leeggepompt en worden ze weer naar buiten bewogen en komen in een soort droogdok te liggen wat wordt afgesloten en leeggepompt. Zo worden de deuren droog bewaard om corrosietechnische redenen.
Een computer systeem BOS genaamd (Beslis en Ondersteunend Systeem) beslist automatisch of de kering bij dreigend hoogwater gesloten moet worden. Dit gebeurd als de waterstand in Rotterdam boven de 3 meter NAP of in Dordrecht 2,9 meter boven NAP dreigt te komen.
Bijzonder is dat dit (dubbel ujitgevoerde) computersysteem de kering volledig zelfstandig sluit, zonder tussenkomst van mensen. BOS bestuurd ook de Hartelkering.



De scharnierpunten van de twee armen voor de deuren vormden voor de bouw een grote technologische stap: ze moesten niet alleen toestaan om de deuren open en dicht te draaien, maar moesten ook instaat zijn om de deuren omhoog en omlaag te laten gaan.
Uiteindelijk zijn hiervoor de grootste kogelgewrichten ter wereld gemaakt: de kogels hebben een diameter van 10 meter. De kogelgewrichten zijn gemaakt door de firma Skoda, de enige fabrikant die ze met de gewenste nauwkeurigheid kon maken.

De horizontale verplaatsing van de deuren wordt bekrachtigd door 5 cilinder oliedruk-motoren. Voor deze techniek is gekozen omdat ze zeer betrouwbaar is, en bovendien een constante kracht kan leveren onafhankelijk van de snelheid.


De bouw van de Maeslandkering begon in 1989 en werd op 10 mei 1997 oofficieel in gebruik gesteld. De kosten van dit project bedroegen ongeveer 450 miljoen €.
Op 9 november 2007 werd de kering wegens verwachte hoogwaterstanden gesloten.

dinsdag 18 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (7e)

De schepen en de stormvloedkering.


De Mytilus.
Met behulp van de vier trilnaalden is de oosterscheldebodem verdicht. De Mytilus is 68 meter lang, 33 meter breed en 63 meter hoog. Met de naalden kan de Mytilus 42 meter onder het gemiddelde zeeniveau een laag grond van 15 meter dikte verdichten. In totaal heeft de Mytilus een bodemoppetvlak van 350.00 m² verdicht.

De Cardium.
Voor het vlakken van de bodem en het leggen van de funderingsmatten is de Cardium gebouwd. De Cardium wordt ook wel de grootste stofzuiger ter wereld genoemd. Het schip heeft een dustpan (zuigmond) van maar liefst 44 meter breedte. De ponton heeft een lengte van 67,5 meter en een breedte van 82 meter. De diameter van de mattenrol is 16 - 20 meter.


De Ostrea.
Voor het heffen, transporteren en plaatsen van de 66 pijlers is de Ostrea gebouwd. Na aftrtek van de opwaartse druk wegen de zwaarste pijlers 10.000 ton. De Ostrea heeft een hefvermogen van 12.500 ton. De Ostera heeft een lengte van 87 meter, een reedte van 47 meter en een hoogte van 50 meter. Voor het manoeuvreren in de stroomgaten is de Ostrea uitgerust met vier roerpropellers.

De Macoma.
De Ostrea plaast de pijlers samen met de Macoma. De Macoma heeft een dusrpan (zuigmond) van 27 meter breed om vlak voor het afzinken van de pijlers aanzandingen te verwijderen. De Macoma heeft een lengte van 45 meter, een breedte van 47,5 meter en een hoogte van 25 meter.

De Stormvloedkering.


( klik met de linkermuisknop op de afbeelding om deze vergroot te bekijken en eventueel op beeld vergroting van 100% naar 125%.)

1,2,3. De schuiven in verschillende standen. Aantal 62: ze zijn allemaal 41,4 meter breed, en 5,9
tot 11,9 meter hoog. Getekend zijn de schuiven van 11,9 meter. Gewicht 480 ton.
De kleinere schuiven wegen 260 ton.
4. Eerst werd de bodem onder de pijlers verdicht door de Mytilus.
5. De onderste funderingsmat. Kunststofdoek met er tussen zand en grind in lagen. Ze zijn 200
bij 42 meter, 36 cm dik, gewicht rond de 5500 ton.
6. De bovenmat, 160 bij 31 meter, 36 cm dik.
7. Tussen de matten kwamen grindwiepen: breuksteen in gaas verpakt.
8. Rond de pijlers werd 5 miljoen ton steen gestort, van klein naar groot formaat.
9. Betonblokken van 1m³.
10. Grindzakken voor rond de voetplaat, een extra verdichting.
11. In de 65 pijlers zit 450.000 m³ beton. Bouwtijd per stuk 1,5 jaar.
12. Dorpelbalk, per stuk op maat gemaakt.
13. Hammerstukken voor het beweegwerk.
14. Het bewegingswerk: 2 hydrauische cilinders per schuif. Sluitijd: ongeveer 1 uur.
15. Holle bovenbalk, 1100 ton.
16. Verkeerskoker, gevuld met leidingen voor bewegingswerk en het mechanisme. Plus telefoon
lijnen. 1200 ton.




DE DELTAWERKEN. (7d)

Oosterscheldekering - De afbouw.
Teon de pijlers eenmaal muurvast op de Oosterscheldebodem verankerd waren kon men de de afbouw van de kering beginnen. De pijlers werden verhoogd met opzetstukken (hamerstukken). Aan deze hamerstukken werden vervolgens de schuiven geplaatst door een pontonkraan, de Taklift IV. Ook werden er holle kokers op de pijlers geplaatst waarin de hydraulischepompen, voor het openen en sluiten van de schuiven, zijn geplaatst en waarop later een verkeersweg zou worden aangelegd.

De schuiven zijn in feite stalen buisconstructies die aan de Oosterscheldezijde van platen zijn voorzien. De hoogte van idere schuif hing af van de diepte van het te sluiten gat. voor het diepte gat was een schuif van 12 meter hoogte nodig met een gewicht van 480 ton. De schuiven worden met hydraulische cilinders aangedreven en worden bediend vanuit het Ir. J.W.Topshuis.

Op 4 oktober 1986 opende koningin Beatrix de stromvloedkering. Nederlands duurste bouwwerk.
( Gegevens Rijkswaterstaat & Deltawerken online.)


DE DELTAWERKEN. (7c)

De Oosterscheldekering - De pijlers.

De pijlers waren de belangrijkste elementen van de dam. Ze werden gemaakt in een bouwput, bij het werkeiland Neeltje Jans, die 15,2 meter onder het zeeniveau lag en een oppervlakte had van on geveer 1km². Een ringdijk hield het zeewater buiten de bouwput en pompen verwijdereden het grondwater.

De bouw van een peiler nam bijna 1,5 jaar in beslag. Om de twee weken begon men aan de bouw van een nieuwe pijler. Zodoende was men altijd aan dertig pijlers tegelijk bezig. Het vergde een enorme organisering en planning om de complexe bouwwerken op tijd af te krijgen. De 65 pijlers waren ieder tussen de 30,25 en 38,75 meter hoog en wogen maximaal 18.000 ton. De pijlers waren gedeeltelijk hol van binnen daar het anders onmogelijk was ze te lichten als ze eenmaal in het water zouden staan.


Voor elke pijler was 7000 kubiekemeter beton nodig. Het dok kan dan ook beschreven worden als een grote betonfabriek, waarin tussen maart 1979 en 1983 450.000 m³ beton werd verwerkt. Als de pijlers in de bouwput gereed waren, dan werd deze onder water gezet en de damwand verwijderd. Aan dit project werd dag en nacht doorgewerkt omdat het beton anders niet op de juiste manier kon harden. Voor de zekerheid werden er twee pijlers extra gebouwd mocht er iets fout gaan met het transport of het plaatsen.

Het plaatsen van de pijlers.


Nadat men de bouwput van de gereed gekomen pijlers onderwater had gezet kon het transport naar de plaats waar ze geplaatst moesten worden beginnen. Voor dit transport was de vaartuig de Ostrea gebouwd. De Ostrea kon een pijler per keer optillen van de bodem en vervoerde het naar de plek waar de pijlers moest worden afgezonken. De plek werd gemarkeerd door een drijvend ponton.

De Ostrea (oester).
Aan de Ostrea werd het vaartuig de Macoma gekoppeld, wat in feite een grote stofzuiger was. De plaatsing van een pijler was een precisiewerk en kon alleen plaats vinden als de stroming zo klein mogelijk was: bij kentering van de getijden. Eerst verwijderde de Macoma alle zand en grind deeltjes van de mat om te voorkomen dat er water onder de pijler door kon stromen nadat deze geplaatst was.

De Ostrea en de Macoma (nonnetje een schelpdier) aan het werk.
In de ruimte tussen de pijlers werden dorpels gelegd. De holten tussen de pijlers en de matten werden opgevuld, zodat deze naadloos op de matten aansloten. Om verder een betere stabiliteit te verkrijgen werden de holle pijlers gevuld met zand. Tenslotte werden de pijlers ingepakt in een drempel van stortsteen. De kering moest absoluut onwankelbaar zijn. Als bijvoorbeeld een schuif niet zou kunnen sluiten zou de stroming in de opening gigantisch groot worden. In totaal werd er 5 miljoen ton steen rond de pijlers gelegd.

De stenen, die per stuk maximaal 10 ton wogen, werden door het kraanvaartuig Trias keurig op hun plaats gelegd, zodat pijlers en dorpels volledig verankerd werden met de zeebodem. Een groot deel van deze enorme sten kwam uit Duitsland, Finland, Zweden en België, omdat Nederland deze niet kon leveren. Bovendien was het een soort gesteente met een hoge dichtheid (2,8 tot 3 ton/m³) nodog, zodat de getijden er geen greep op konden krijgen.

(Gegevens Rijkswaterstaat & Deltawerken online.)


maandag 17 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (7b)

Oosterscheldekering - De bouw.

De afdichting van de Oosterschelde zou over een afstand gaan van 8 kilometer en is verdeeld over drie sluitgaten: Roompot, Hammen en Schaar van Roggeplaat. De stormvloedkering heeft een lengte van 3 kilometer. Om de enorme pijlers te bouwen werd er een werkeiland aangelegd, 'Neeltje Jans', waar ook alle het overige materiaal werd opgeslagen. Op het eiland werden buiten de pijlers ook de kokers en de funderingsmatten gemaakt.



De bouwputten van Neeltje Jans en Noordeiland vormden samen met de zandplaat Geul het dichte deel van de stormvloedkering. Tijdelijk werd er een werkbrug aangelegd vanaf Schouwen-Duivenland naar het werkeiland Neeltje jans.

De bodemversteviging.


Al snel rees de vraag of de Oosterschelde bodem wel berekend was op het gewicht van de kering. De bodem werd daarom aan een grondig onderzoek onderworpen. Daarbij werd gekeken nazar de vastheid van de grondslag, de grondsamenstelling, de grondgelaagdheid en de geologische bouw van het lagenpakket. Het onderzoek wees uit dat er aanpassingen gedaan moesten worden, voordat er daadwerkelijk met de bouw van de kering werd begonnen.


De bodem waarop de kering geplaatst zou worden, was aanvankelijk veel te slap. Om de bodem te verstevigen werden er een aantal werkzaamheden uitgevoerd.

( De Mytilus)

Er werd een zeer speciaal vaartuig ontworpen en gebouwd, de Mytilus (mossel) wat speciaal ontworpen trilpijpen in de bodem aanbracht voorzien van trilnaalden. Het vaartuig zorgde ervoor dat de Oosterscheldebodem werd verdicht langs het traject waar de kering zou komen. Als de bodem werd verdicht, komen de zand- en kleideeltjes dichter tegen elkaar aan te liggen en de bodem wordt steviger. Het verdichtingsproces speelde zich volledig onder water af en ging 24 uur per dag door. Het vaartuig bestaat uit vijf pontons: een hoofdponton van 18,9 meter lang en vier hulppontons met een totale lengte van 32,9 meter. Op het schip staan hefportalen van 55 meter hoog. De hieraan verbonden heflieren hadden een trekkracht van 120 ton. Trilnaalden met een doorsnede van 2,1 meter en een lengte van 18 meter werden in de bodem geboord. De motor van het schip wekte trillingen op die aan de naalden werden overgedragen. De naalden brengen deze trillingen ( met een frequentie tussen 25 edn 30 Hz en een amplitude van 4 tot 5 mm) over op de bodem.

Verder werden er kunstof matten op de bodem gelegd rond de plak waar de kering zou komen. Deze werden vervolgens met betonblokken bedekt. Ook werd er slip weggebaggerd en vervangen door zand. De bodem was echter nog steeds te slap om de kering te dragen. Daarom werden er aan land matten gemaakt die op het traject van de stormvloedkering kwamen te liggen.

(De Cardium.)

De Cardium (kokkel) was het duurste vaartuig van de Deltavloot. De daadwerkelijke kosten lagen 80% hoger dan gedacht. Voor dat geld voerde de Cardium een bijzonder taak uit: matten leggen. De matten die de Cardium op de zeebodem legde waren 36 cm. dik, 42 meter breed en 200 meter lang. De kunststofmatten werden in de fabriek gevuld met zand en grind. Vervolgens liep de mat direct op een enorme holle cilinder, die met behulp van sleepboten naar de Cardium werd gesleept en bevestigd. De matten werden met 10 meter per uur op de zeeboddem gelegd. Er blijft tussen de matten een naad van drie meter breedte open. Die naad wordt door het steenstortponton en asfaltfabriek, Jan Heymans, gedicht met een mengsel van zand, grind en afgedekt met grove kiezelstenen. Op de plaatsen waar de pijlers gezet zouden worden, kwam nog eens een extra mat te liggen, dit om de matten te beschermen tegen slijtage, die zou kunnen ontstaan bij het plaatsen van de pijlers.


( Gegevens Rijkswaterstaat & Deltawerken online.)

DE DELTAWERKEN. (7a)

Oosterscheldekering.

Oorspronkelijk was men ook van plan de Oosterschelde af te dammen. Het water achter de dam zou dan, net als in het Haringvliet en het Zeeuwse Meer, langzaam zoet worden. Er ontstond echter al snel een grote weerstand tegen deze ingreep. Het unieke zoutwatermilieu in de Oosterschelde zou namelijk de dupe worden van de vergrote veiligheid. Niet alleen het milieu, maar ook de visstand zou lijden onder een afdamming van de Oosterschelde.

In 1976 was Den Haag rijp voor een alternatief: er lag een plan op tafel waarin de Oosterscheldedam van een aantal sluizen te voorzien, die slechts bij extreme waterstanden gesloten zouden hoeven te worden. Het unieke zoutwatermilieu en de vistand zouden dan in stand worden gehouden.






Er zou een sluizencomplex geplaatst worden met 62 openingen van elk 40 meter breed in de kering om zoveel mogelijk zoutwater door te laten. Geprobeerd zou worden de getijdenwerking zo veel mogelijk in stand te houden. Uiteindelijk werd de Oosterscheldekering één van de grootste bouwwerken van de wereld. De kosten van een kering waren wel aanzienlijk hoger dan van een dichte dam: 2,5 miljard euro was er nodig om de kering te voltooien. Op 4 oktober werd de Oosterscheldekering geopend. Zelfs National Geographic heeft in haar tijdschrift en televisie programma's hier aandacht aan besteed.


Aan dit unieke bouwwerk wil ik graag meer aandacht besteden dan aan de overige. Tijdens mijn werkverlof in Nederland was ik verscheidene keren in de gelegenheid om met mijn vader, die intussen de Rijkspolitie vaarwel had gezegd en intussen als grindkwaliteitscontroleur werkte voor het Grind Verkoopkantoor in Nijmegen, een overkoepelend orgaan van de grindwinning in de Maas in Limburg en België, dit achtste bouwwerk van de Deltawerken te bezoeken.

Helaas was het ivm bedrijfsspionage niet toegestaan om in de bouwput en het werkterrein te fotograferen en dus mijn afbeeldingen elders vandaan moeten halen.

(Vervolg zie Deltawerken 7b)

zondag 16 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (6)

De Brouwersdam.

De Brouwersdam is het zevende bouwwerk van de deltawerken. De dazm sluit het Brouwershavense Gat af en door deze afsluiting onstond het Grevelingenmeer. Het was geen gemakkelijke dam om te bouwen , daar het te dichten gat tussen Goerree-Overvlakkee en Schouwen-Duivenland 6,5 kilometer lang was en 30 meter diep.





Net als bij de Grevelingendam werden voor de Brouwersdam zowel caissons als een kabelbaan gebruikt. Eerst werden twee zandplaten in het Brouwershavnse Gat opgehoogd en vervolgens werd het noordelijke gat met caissons gedicht.






Na het sluiten van het noordelijke gat werd met behulp van een kabelbaan, met heen en weer rijden gondels die hun lading betonblokken aan de zeebodem toevertrouwden, het zuidelijke gat gedicht. Eind 1971 was de dam gereed.




Tien jaar later werd er een wijziging in de dam aangebracht: er werd een doorlaatsluis gebouwd waarmee zeewater werd doorgelaten.

(Gegevens Rijkswaterstaat en Deltawerken online.)

zaterdag 15 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (5)

Haringvlietdam.

De Haringvlietdam is het zesde bouwwerk van de Deltawerken. De dam sluit het Haringvliet af en ligt tussen Voorne-Putten (aan de noordzijde) en Goeree-Overvklakkee (aan de zuidelijke zijde).

Omdat de rivieren Rijn en Maas in het haringvliet uitmonden kon het Haringvliet niet zonder meer worden afgesloten. Er werd daarom gekozen voor de aanleg van een spuisluisencomplex met eem lengte van ongeveer een kilometer, dat per seconde circa 25.000 m³ water kan doorlaten. Tevens werd er een schuitsluis gebouwd voor de scheepvaart.

Na een bouwperiode van 14 jaar werd de dam in 1971 voltooid.







Om het sluizencomplex te kunnen bouwen wer er een gedeelte van het haringvliet ingepolderd, waardoor er een soort bouwput ontstond. Deze bouwput hat een lengte van 1400 meter, breedte van 600 meter en was 10 meter diep. Het grondwater wer kunstmatig weggepompt.

Omdat de slappe ondergrond (bodem) het zou begeven door het gewicht van de sluizen, werden er eerst 22.000 betonnen palen de grond ingeheid. Sommige plaken waren meer dan 20 meter lang. Boven op de palen werd een drie meter dikke betonlaag gestort. De eerste peilers voor de dam waren vier jaar na voltooiing van de bouwput klaar.

De pijlers werden naast elkaar over de lengte over de lengte van 18 pijlers neergezet. Tussen de pijlers werden met een speciale kraan liggers geplaatst. Onder de liggers kwamen grote stalen armen, die de liggers konden bewegen in geval van hoge waterstanden



Op het vasteland werd ondertussen gewerkt aan de schuiven. Deze waren 56 meter lang en 6 meter hoog. De eerste schuif werd in 1963 geplaast. Na het plaatsen van de overige 33 schuiven twee in elk van de zeventien openingen, een aan de Noordzeekant en een aan de Haringvlietkant, was in 1966 het spuisluizencomplex klaar en werd de dijk van de werkput verwijderd nadat deze onderwater was gezet. Nu kon men verder bouwen aan het gesloten gedeelte van de dam.


Voor de sluiting van het Haringvliet werd de zelfde methode gebruikt als bij de Grevelingendam. Ook hier werd gebruik van de kabelbaantechniek met gondels die grote betonblokken in het water lieten vallen. Het zuidelijke gat was het gemakkelijks te dichten door middel; van het opspuiten van zand. Het noordelijke deel werd gedicht met totaal 100.00 betonblokken van 2500 kilogram. De holten tussen de betonblokken werden in de loop van de tijd opgevuld met zand om een goede afdichting te verkrijgen. Tijdens het afdichten van het noordelijke en zuidelijke gedeelte van de dam stonden de spuisluizen open om zo min mogelijk last te hebben van de stroming. In 1970 was de Haringvlietdam gereed.




De dam heeft een lengte van 5 kilometer en is 56 meter breed. Hij heeft in totaal 17 sluizen die ieder 56,5 meter breed zijn. Jaarlijks wordt er 30 miljard m³ water gespuid.




Om een natuurlijke delta te creëren, werden in 2010 de Haringvlietsluizen olp een kier gezet. Dat betekend dat de sluizen niet allen bij eb, maar ook bij vloed beperkt opedn staan. Op die manier kan zeewater het Haringvlied instromen, waardoor er een natuurlijk overgangsgebied van zeeawter en rivierwater ontstaat. De maatregel zorgt er ook voor dat trekvissen, zoals zalm en forel, de spuisluizen kunnen passseren. Door de maatregel worden de paaigebieden voor de vissen die stroomopwaarts zwemmen weer beter bereikbaar.
Voorwaarden hieraan waren de volgende:
1. De veiligheid tegen overstromingen is en blijft in de nieuwe situatie het belangrijkste doel van de sluizen.
2. De aanvoer van zoet water vood elandbouw en drinkwater mag niet in gevaar komen.
3. Het zoute water mag niet verder het Haringvliet instromen dan tot de denkbeeldige lijn Middelharnis - monding Spui. Een meetnet, van palen en boeien - voorzien van apparatuur om het zoutgehalte te controleren.
4. Voor de scheepvaart wordt gestreefd naar een waterstand (bij Moerdijk) die hoger is dan nul meter NAP.
(Gegevens Rijkswaterstaat & Deltaweren online.)