zondag 28 november 2010

HAAN VAN PORTUGAL.

DE HAAN.

De haan kom je steeds weer tegen: in spreekwoorden, op vlaggen en wapenschilden, bijbelse verhalen en als symbool van een land. In ieder verhaal of legende kraait het dier drie keer!

Zo is de Gallische haan een van de zinnebeelden van Frankrijk. Het dier, het gaat om een haan met een kleurrijke verentooi, wordt op munten en postzegels afgebeeld en is het symbool van
waakzaamheid en trots.

GALO DE BARCELOS.



De Portugese haan kom je overal tegen en is in vele kleuren geschilderd te koop als souvenir. Het is een nationaal symbool van Portugal ontstaan uit een legende.

" Een eenzame pelgrim, op doorreis naar de bedevaartplaats Santiago de Compostela, komt aan in het plaatsje Barcelos, in de Minho, om daar te overnachten. Tijdens het lokale feestbanket werd er tafelzilver gestolen en de eenzame pelgrim werd als vreemdeling hiervan valselijk beschuldigd. Gerechtsdienaren slepen hem mee naar de rechter, die op dat moment net zou beginnen met het verorberen van een gebraden haan. Hevig verstoord hoort de rechter de valse beschuldiging aan en ondanks dat de pelgrim vol bleef houden onschuldig te zijn, veroordeelde de rechter hem tot de strop.


Op het moment dat de veroordeelde werd weggesleept naar het schavot sprak hij tot de rechter; " Ik voorspel u, als bewijs van mijn onschuld, dat de haan op uw bord drie maal zal kraaien op het moment dat de strop om mijn nek gelegd zal worden". Aangekomen op het schavot legde de beul de strop om de nek van de pelgrim en kraaide de haan driemaal, waarop de rechter het vonnis nietig verklaarde en de pelgrim vrijsprak".


De Portugese haan staat symbool voor: onvoorstelbaar geluk.





zaterdag 27 november 2010

CONIMBRIGA - ROMEINSE STAD. PORTUGAL.

CONIMBRIGA.


Conimbriga was in de 2e tot de 4e eeuw n.Chr. een belangrijke tussenstop op de route van Olsipo (Lissabon) naar Bracara Augusta (Braga). Hoewel het niet de grootste stad van het Romeinse Portugal was, is het beter bewaard gebleven dan de andere plaatsen. Dit komt doordat de inwoners Conimbriga op een bepaald moment hebben verruild voor de relatieve veiligheid van Coimbra en nooit meer zijn teruggekeerd. Dat Vijandelijkheden de oorzaak zijn geweest van het einde van deze stad, blijkt uit de dikke vestingmuur die in allerijl door de stad heen is gebouwd en die op sommige plaatsen zelfs huizen in tweeën deelt.





DE OPGRAVINGEN EN VONDSTEN.

De muur en de Romeinse weg die er naar toe en er doorheen voert, springen het meest in het oog. Dit effect wordt versterkt doordat er niets boven de grond uitsteekt. De muur is opgebouwd uit zeer uiteenlopende materialen en voorwerpen, een duidelijk teken dat men haast had met de bouw ervan. bekijk je de muur van dichtbij, dan zie behalve gewone bakstenen ook stukken van zuilen en platen met inscripties.

Het grootste deel van de opgravingen ligt in de omgeving van de muur, maar het merendeel ligt nog onder de grond en moet nog blootgelegd worden. Er zijn resten van huizen met prachtige mozaïekvloeren en zwembaden in de oorspronkelijke staat.



Ook zijn er badhuizen opgegraven met hun ingenieuze ondergrondse verwarmingssystemen.
Conimbriga is nu een Nationaal Monument. Het zal nog jaren duren eer alles is opgegraven en in kaart gebracht.




vrijdag 26 november 2010

COIMBRA - SÉ VELHA KATHEDRAAL & FADO.

SÉ VELHA KATHEDRAAL.



Na ons bezoek aan de Universiteit van Coimbra wandelen we via sterk aflopende straatjes van de oude stad naar het plein waar de kathedraal Sé Velha is gelegen.

Aan de buitenkant lijkt de oude kathedraal van Coimbra op een kleine vesting met zijn hoge muren met kantelen en schaarse smalle vensters. Het is duidelijk, dat het onzekere tijd was met oorlogen, toen de kathedraal werd gebouwd.

De ingang, gericht op het westen, met het enorme portaal lijkt op een vooruit geplaatste toren met hoog erin geplaatst en fraai venster. Het portaal en het venster zijn zwaar verfraaid met romaanse motieven, met Arabische en pre-romaanse invloeden. De voorzijde heeft op de hoeken verstevigde steunen daar de kathedraal tegen de helling is aangebouwd.

De noordelijke zijgevel heeft een opmerkelijk gedocoreerd renaissans stijlportaal genaamd; Porta Especiosa. Het portaal is in drie verdiepingen gebouwd in 1530 door de Franse architect Jean van Rouan.




Van achteren gezien, de oostzijde, lijkt het of er in het midden van de kathedraal nog een toren staat met er op een koepel. Dit is de zo genoemde 'lantaarntoren' waardoor het licht binnenvalt voor de midden beuk van de kathedraal. Verder zijn er nog drie ronde kapellen tegen aangebouwd. Het gehele gebouw heeft een goud-gele uitstraling. Regenwater wordt afgevoerd door enorme waterspuwers.

Via kronkelige steil aflopende straatjes met poortbogen naar de oever van de Mondego gewandeld om vlak bij Ponte de Santa Clara te genieten van een stevige portie vers klaar gemaakte escargots met stokbrood en wijn.

We sluiten deze dag in Coimbra af met een avondje traditionele Portugese Fado muziek. Het is er zo populair dat je een dag van te voren moet reserveren en de groep mensen bestaat hooguit uit 20 personen. Sangria en hapjes zijn er bij inbegrepen. De zanger wordt begeleid met klanken van een Portugese- en een Spaanse gitaar. Het is meeslepende, maar ook trieste muziek, die verteld over het harde bestaan van de Portugezen.






COIMBRA UNIVERSITEIT. PORTUGAL.

UNIVERSIDADE DE COIMBRA.

Dit is een van de oudste universiteiten van Portugal. Deze instelling werd in 1290 door koning Dionysius van Portugal opgericht. Er studeren 22.000 studenten verdeeld over acht fuculteiten.

Het complex was oorspronkelijk het koninklijk paleis en daarvoor stond er een Moorse vesting. Het complex bepaalt het silhouet van Coimbra. De bibliotheek is zeer indrukwekkend en heeft meer dan 300.000 titels. Aan de kleur van de hoed is de studie te herkennen van de oustejaars studenten.





Vlak buiten het oude universiteitsgebouw staan de moderne faculteitsgebouwen, welke grotendeels zijn gebouwd gedurende het dictatorschap van Salazar, versierd met robuuste beelden, zoals we dit ook uit het voormalige Oostblok kennen.




donderdag 25 november 2010

COIMBRA. - PORTUGAL.

COIMBRA.

(Van Batalha rijden we naar de universiteit stad Coimbra)



Coimbra is een stad en hoofdstad van het gewest Centro en ligt aan de rivier de Mondego. Het is een van de grootste gemeenten van Portugal. De stad is trapgewijs gebouwd tegen de heuvel.

In de 12e eeuw was Coimbra de zetel van het koninklijkhuis van Portugal, maar dat verhuisde in het begin van de 13e eeuw naar Lissabon.

Al in de Romeinse oeriode was er reeds sprake van bewoning in en om Coimbra. Op de plaats van het huidige Coimbra stichten de Romeinen de nederzetting Aeminium. Uit die peride zijn alleen nog resten van een aquaduct en de fundamenten van wat eens een forum vormde.

In de 5e euw werd de nabij gelegen nederzetting Coimbriga binnengevallen door de Sueben en nam Aeminium zowel de naam als de bischopszetel over van die plaats.

De Westgoten noemden de stad Eminio en verloren deze in 711 aan de moslims van Al-Andulus. Alfons III van Asturië veroverde de stad weer in 871 en werd de stad een onderdeel van het koninkrijk Asturië.

In 987 veroverde Al-Mansur Ibn Abi Amir de stad. Op 9 juli 1064 wist Ferdinand van Castilië de stad, na een beleg van zes maanden, opnieuw op de moslims te heroveren.

In 1117 viel de stad weer in handen van de emir Ali Ibn Yusuf. In 1139 werd Coimbra, nadat de stad weer in handen van de christenen was gekomen, door koning Afonso I van Portugal benoemd tot de hoofdstad en zou die positie behouden tot 1255.


De universiteit van Coimbra werd opgericht in 1290 in Lissabon. In 1308 werd de universiteit verplaatst naar Coimbra. Het is een van de oudste universiteiten van Europa en wordt in één adem genoemd met die van Oxford en Bologna.

In 1755 werd ook Coimbra getroffen door de aardbeving net zoals Lissabon. De beneden stad werd grotendeels verwoest en werd bij de weder opbouw gemoderniseerd, de oude bovenstad bleef grotendeels in tact.



De stad verkennen kan je het beste lopend doen, maar het is een stevige wandeling omhoog naar de oude stad vanaf de beneden stad aan de oever van de Mondego.






dinsdag 23 november 2010

BATALHA KLOOSTER . PORTUGAL.

MOSTEIRO SANTA MARIA DA VICTÓRIA DE BATALHA.







Van Nazaré rijden we naar Batalha, in het distrct Leiria, alwaar een enorm fraai klooster is gelegen, wat een prachtig voorbeeld is van middeleeuwse Portugese architectuur. Een gotisch bouwwerk sterk beinvloed door Manuelijnse kunst. De bouw duurde ruim twee eeuwen.





GESCHIEDENIS.

Bij de veldslag bij Aljubarrota tegen de Castillianen, waarbij het leger van konin João I (Johan I) ver in de minderheid was aan manschappen, riep de koning Maria om God te vragen om een overwinning. Mocht het zo zijn dan zou hij ter ere van haar een prachtig klooster bouwen.

Zo geschiede in 1385 en deze overwinning resulteerde in een onafhankelijk Portugal van Spanje.De koning schonk het klooster aan de Dominicanen. In 1386 werd begonnen met de bouw welke zou duren tot 1517, verspreid over het bewind van zeven koningen en vijftien architecten.

Er kwam een einde aan de bouw ten Afonso V al zijn inspanningen stak in de bouw van het Jerónimos-klooster in Lissabon.

De aardbeving van 1755 richte lichte schade aan. De meeste schade werd toegebracht door de Napoleontische troepen van Marschall Massena die het complex plundereden en in brand staken in 1810 en 1811.

Toen de Dominicanen werden verdreven van het complex in 1834 werden de kerk en het klooster verlaten en raakte het complex in verval.

In 1840 begon koning Ferdinand II van Portugal met een programma voor het herstel van het verlaten en verwoeste klooster, om dit stukje fraaie gotische cultuur veilig te stellen. De restauratie zou duren tot in het begin van de 20e eeuw. In 1907 werd het uitgeroepen tot nationaal monument. In 1980 werd het klooster omgebouwd tot museum.


Het Batalha klooster werd in 1983 toegevoegd aan de lijst van Werelderfgoed door UNESCO.

Aan alle zijden is voldoende wandelruimte om dit geweldige complex te bekijken. Het uitbundig versierde klooster is opgebouwd uit kalksteen van Porto de Mos, dat in de loop der tijd een goud gele uitstraling heeft gekregen. Het geheel is een mengeling van de laat gotische architectuur, Manulijnse invloeden en sterke elementen van het Engels loodrecht bouwen. Zoals al de Dominidaanse kerken heeft ook deze kerk geen klokkentoren. De zuidelijke gevel ligt aan het plein met het ruiterstandbeeld van Nuno Álvares Pereira welke an de zijde van koning Johan streed tegen de Castillianen.



DE HOOFDINGANG.

De voorzijde van de kerk, aan de westelijke zijde, heeft een zeer fraaie ingang, ontworpen door de architect Huqet tussen 1402 en 1438. De ingang heeft een zeer overvloedig en indrukwekkende decoratie met 78 uit steen uitgehouwen beelden. Verdeeld over zes rijen zien we hier afbeeldingen uit het Oude Testament: de twaalf apostelen, engelen, profeten. koningen van Israel en heiligen. Boven in de tinpaan zit Christus, zittende onder een baldekijn, geflankeerd door de vier evangelisten ieder met zijn eigen attribuut. Even fraai zijn de twee hoge ramen naast de ingang en het ronde raam geheel boven.

Rechts naast de hoofdingang ligt de kapel van de stichter. De achthoekige structuur is verlicht met hoge gebrandschilderde ramen en is binnen overgoten met eem prachtig stergewelf.

Verder aan de oostelijke zijde van het klooster krijgt men een goed zicht p de onvoltooide kapel. Aan de noordelijke zijde ligt de fraai versierde ingang naar de zeven onvoltooide kapellen.

Links van de hoofdingang, aan de noordkant van het complex liggen de klooster gebouwen met hun ommuurde tuinen.

DE KERK.

De kerk is groot en smal (22 meter) in verhouding met zijn hoogte van 32 meter. het driegangen schip heeft stijgende verticale lijnen in puur gotische stijl. Het interieur is sober daar de absolute afwezigheid van ornamenten en beelden. Licht dringt de kerk binnen door tien gebrandschilderde ramen. Ze hebben afbeeldingen uit het leven van christus en maria: de visitatie, de drie koningen, de vlucht naar Egypte en de opstanding van Christus.



SALA DOEN CAPITULO.

In het koninklijk klooster ligt het 'Huis' wat de bezoeker er aan herinnert wat de militaire reden was tot de bouw van dit complex. In deze enorme ruimte , van 19 bij 19 meter, met een enorm gotisch gewelf zonder centrale ondersteuning, bevinden zich twee graven van onbekende soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Dag en nacht is er een erewacht aanwezig van twee militairen.

DE OPRICHTERKAPEL - CAPELA DOEN FUNDADOR.

De kapel werd gebouwd tussen 1426 en 1434. Het is een achthoekig bouwwerk geschaagd door acht pilaren die de bogen steunen en het prachtige ster gewelf. Het is een mausoleum.

Het gezamelijke graf van koning Johan I en zijn vrouw Philippa van Lancaster staat recht onder het stergewelf. Boven op hun tombe liggen ze in vol ornaat afgebeeld, hun hoofden rustend op een kussen, onder een uitbundig versierde baldakijn. De wapens van de Huizen van Aviz en Lancaster zijn op de kop van de baldakijn aangebracht samen met het insigne van de Orde van de Kousenband.



In de zuidelijke muur zijn van links naar rechts de ingebouwde graven van hun zonen: prins Dom Pedro, Hendrik de Zeevaarder (onder baldakijn), Dom Johan en Dom Fernando. De drie graven aan de westelijke muur zijn kopieeën van de orginelen van koning Afonso V, Jan II en zijn zoon Dom Afonso.

DE ONVOLTOOIDE KAPELLEN - CAPELAS IMPERFEITAS.

Deze onvoltooide kapellen blijven een getuigenis van het feit dat het klooster nooit geheel is afgebouwd. De kapellen vormen een achthoekige structuur en zijn tegen het koor van de kerk aangebouwd. De kapellen zijn alleen van buitenaf te betreden. Het geheel was in opdracht (1437) van koning Duarte gebouwd als een tweede mausoleum voor hem en zijn familie. Hij zelf en zijn vrouw koningin Leonor van Aragon liggen hier als enigste begraven en zijn op de tombe hand in hand afgebeeld. Omhoog kijkend naar de hemel zie de mooie voorbeelden van de manulijnse stijl. De portaal ingang, van 15 meter hoogte, is zeer fraai versierd.

HET KLOOSTER.

Het klooster heeft een mooie binnen tuin met sinasappelbomen en is omgeven door brede gewelfde kloostergangen van waar men uit een blik op de tuin kan werpen door de zeer mooi versierde gotischebogen met hun ranke pilaartjes. In de noordwestelijke hoek staat het 'Lavabo'. Het is een zeer fraai fontein met kleine water bassins er boven. Het geheel baad in een gouden gloed door het binnen sijpelende licht door het ingewikkelde maaswerk van erboven en er omheen.






maandag 22 november 2010

NAZARÉ. PORTUGAL.

NAZARÉ.



Van Alcobaça rijden we naar Nazaré (Nazareth) aan de Atlantische kust van Portugal voor een lunch.



Nazaré is een gemeente in het portugese district Leiria. Deze gemeente heeft een oppervlakte van 83 km² en ruim 15.000 inwoners.


Ten noorden van het strand, op de heuvel, bevindt zich de oude kern Sitio. Dit gedeelte is over weg slechts via een enorme omweg te bereiken, maar je kan ook de "bergtram"nemen van uit Nazaré: hij voert je recht tegen de heuvel op naar Sitio. Eens boven is de sfeer totaal anders.

Deze kern bestaat uit een wir war van straatjes, die bijna allemaal uitkomen op het dorpsplein met een kapel en kerk, met een 17e eeuws hollands tegeltableau. Vanaf de heuvel heb je een uitzicht over het lager gelegen Nazaré.


Opvallend is de dracht van de vissersvrouwen, korte rokken met daar onder meerdere petticoats, wat vreemd aandoet daar de meeste oudere vrouwen in Portugal in het zwart gekleed gaan. De rok is kleurijk en ook de schort die ze er nog over dragen.

Tot nog niet zoveel jaren geleden brachten de vissers hun felgeschilderde boten door de branding naar de openzee met behulp van ossen die door de vrouwen voortgedreven werden en ook om de scheepjes weer het strand op te trekken na een behouden thuisvaart. Het dragen van lange kleding in het water maakt het bewegen van de benen bijna onmogelijk en zodoende deze korte rokken. De vissers zelf dragen geruite hemden en broeken.

Overal kom je rekken tegen met platvis om deze te drogen in de wind.

De vissersboten zijn Fenicisch in hun vormgeving en zijn geschilderd in felle heldere kleuren met vaak op de boeg een oog aan iedere zijde, wat vermoedelijk met hun machische kracht stormen moet voorkomen en boze geesten afschrikken.
Voor liefhebbers van visgerechten is het plaatsje een culinair paradijs om van deze vers klaar gemaakt zeegerechten te kunnen genieten met een glas "groene wijn"met een frisse zachte afdronk.
"Groene wijn" dankt haar naam aan het feit dat ze zo jong wordt gedronken.



ALCOBAÇA KLOOSTER . PORTUGAL.

ALCOBAÇA.

Het klooster van Alcobaça is een cisterciënzer klooster uit de 12e eeuw. De volledige naam van het klooster is: Santa Maria de Alcobaça. Alcobaça, is een kleine stad op een afstand van ongeveer 100 kilometer ten noorden van Lissabon, gelegen aan de samenloop van de twee kleine riviertjes de Alco en de Baça.



De geschiedenis van het klooster is zeer nauw verbonden met het Portugese koningshuis en de strijd tegen de Moren. Koning Alfons I beloofde, als de herovering van Santarém op de Moren zou lukken, een stuk te zullen schenken voor de bouw van een klooster gewijd aan de heilige Bernard. In 1147 werd Santarém heroverd op de Moren en in 1178 begonnen de cisterciënzers met de bouw van het klooster. In de zelfde tijd werd er ook een klooster gebouwd in Clairvaux.
Het bouwpatroon van de abdij is dat van de modelabdij van Clairvaux geworden.



Aan de hoofdingang van de kerk werden later twee baroktorens toegevoegd. Het portaal en het roosvenster boven de ingang zijn nog origineel. Het 106 meter lange schip maakt indruk door de strenge soberheid en het overvloedige licht van de cisterciënzer architectuur. In de dwarsbeuk vallen twee monumentale graftombes op. De fraaie kloostertuin is omringt door een prachtige gewelfde wandelgalerij en ook de eetzaal en de slaapzalen hebben fraaie gewelfde plafonds ondersteund door zuilen.



De twee graftombes zijn die van Pedro I van portugal en van zijn minnares en postuum wettelijk verklaarde echtgenote Ines de Castro. Pedro's vader, Alfonso IV, die tegen de verhouding was van zijn zoon en deze vrouw liet Ines de Cartro vermoorden.
Toen Pedro in 1362, na de dood van zijn vader, de troon beklom als zijn opvolger liet hij het lichaam van Ines de castro opgraven en in de abdijkerk in een tombe plaatsen. Na zijn dood werd hij in de ernaast geplaatste tombe begraven. De twee geliefden liggen er naar elkaar gekeerd opdat ze op de dag van de verrijzenis elkaar in de ogen zouden kijken.
Kerk en klooster zijn de eerste gotische gebouwen in Portugal. Omwille van hun enorme omvang, de zuiverheid van de archtectuur, de mooie materialen en de zorg waarmee ze gebouwd werden, is dit meesterwek van de cisterciënzer architectuur sinds 1989 erkend als Werelderfgoed door de UNESCO.

zaterdag 20 november 2010

ÓBIDOS. PORTUGAL.

ÓBIDOS.

( We verlaten Lissabon en rijden via de A8 naar in het noordwesten gelegen stadje Óbidos)

Het stadje Óbidos, gelegen in het district Leira, is gelegen op een hoge heuvel en is omringt door een versterkte vestingmuur. De gemeente heeft een oppervlakte van 142 km². De naam Óbidos is afgeleid van de Latijnse naam 'oppidum', wat betekend 'citadel' of 'versterkte stad'. Argeologische opgravingen hebben aangetoond dat de Romeinen hier reeds een soort vesting hadden. Na de val van het Romeinse Rijk heeft het gebied onder invloed van de Visigoten gestaan. In 713 is de heuvel met de vesting in handen gevallen van de moslims van Al-Andalus die het geheel verder versterkten.


In 1147 begint koning Afons Henriques I van Portugal de oorlog tegen de Moren en de stad komt in 1148 in zijn bezit. De herovering van Óbidos getekende het einde van de Reconquista (herovering) van de Estremudura regio na verovering van Santaren, Lissabon en Torres Vedras.Het stadje kreeg in 1195 stadsrechten onder het bewind van Sancho I.
In 1210, schenkt koning Afonso II het stadje aan zijn echtgenote Urraca. Sindsdien heeft Óbidos aan veel Portugese koninginnen toebehoord, wat aanleiding gaf tot haar informele naam als 'Vila das Rainhus' (koninginnen dorp). Vele koninginen verrijkten het stadje met donaties tot in de 16e eeuw.

Het kasteel van Óbidos en de muren werden verbouwd onder koning Dinis I. Ook kreeg het stadje nedezettingen buiten de muren. De massale bouw van het kasteel wordt toegeschreven aan de bouw campagne van Fernando I aan het einde van de 14e eeuw.


Buiten de stadsmuren staan nog de resten van eens een enorm aquaduct, van 3 kilometer lengte, wat gebouwd werd in opdracht van koningin Catarina da Austria, vrouw van koning Johan III, voor de televering van water aan de fonteinen in het stadje, welke ook voor huishoudelijk gebruik waren.




Via de hoofdingang in de stadsmuur, Port da Villa, die betegeld is met prachtige 18e eeuwese tegels, kom je het stadje binnen. Smalle klinkerstraatjes voeren je door het stadje met zijn witte huisjes met de rode dakpannen. Een fraai uitzicht over het stadje met zijn wir war van straatjes en mooie tuinen en het omliggende landschap heb je vanaf de stadsmuur. Het enorme kasteel is vaak het decor voor middeleeuwse festiviteiten.

Als specialiteit heeft het stadje een lokale kersenlikeur, de ginjinha, die je zeker geproefd moet hebben met een stukje pure chocolade.