maandag 31 mei 2010

INKTVIS VANGEN en de HAVEN VAN SOUSSE. (8)




Op de kade lagen opgestapelde nieuwe kruiken en ook deze stapel kruiken die onderling met een touw aan elkaar verbonden zijn. In El-Djem was in een mozaiëk op de vloer de rand geheel afgewerkt met kruiken die onderling met elkaar verbonden waren door een touw. Gewoon versiering? Nee!
Met deze kruiken worden inktvissen gevangen door de vissers.
Voor het invallen van de avond laten de vissers een lange lijn van deze kruiken op de zeebodem zakken. Nu zoekt de inktvis bij het ondergaan van de zon ook een plaatsje om te overnachten en vindt zo'n kruik daar wel geschikt voor.



Hij of zij rolt zich lekker op in zo'n kruik.
Voor het opgaan van de zon en voordat de inktvis zijn nachtelijk onderkomen zal verlaten halen de vissers de lijn met de kruiken aan boord en daarbij hun vangst aan inktvissen. Het is dus een manier van vangst dat de Romeinen reeds kenden en anno 2000 nog steeds wordt toegepast.




Zo dit was even enige uurtjes frisse zeelucht opsnuiven, bootjes kijken op het water, netten op de kade en de reparatie ervan, even een klein scheepswerfje bezoeken, gewoon samen te zijn met hen die leven van de zee, maar een hard bestaan lijden.

MONASTIR - MAUSOLEUM. (7)

Het mausoleum van de familie van Habib Bourguiba in Monastir is een architectonisch hoogtepunt. De stichter van de staat overleed in april 2000 op 97-jarige leeftijd.






Het mausoleum is vrij toegangkelijk. Via een groot voor plein en een enorme stalen poort betreed men het terrein waarop het mausoleum staat. Twee enorme minaretten zijn verbonden met aan iedere zijde een galerei voorzien van zuilen en bogen. De hoofdingang is een enorm zware messing deur. Via een kleine zij ingang betreden we dan het binnenste van het mausoleum. Centraal (onder de gouden koepel) staat de sarcofaag met de stoffelijke resten van Habib Bourguiba. Boven in de koepel hangt een enorme kroonluchter. Ook de boven galerie is vrij toegangkelijk. In een nevenruimte liggen de overige leden van de Bouguiba familie begraven. Het is één groot eerbetoon aan de stichter van de staat en republiek Tunesië.







MONASTIR - RIBAT. (6)

MONASTIR de geboorte stad en laatste rustplaats van de stichter van de republiek Tunesië, Habib Bourguiba, een stad die hij altijd heeft gesteund.


De oorsprongvan de stad gaat terug tot de Punische tijd. Onder de naam Ruspina had Caesar hier een steunpunt voor zijn Afrikaanse veldtochten.

De Aghlagiden die in Kairouan gevestigd waren, bouwden de Ribat, de vesting van Monastir, en een van de oudste islamitische bouwwerken. Ze werd gebruikt om de kust te verdedigen regen de christelijke kruistochten.




Deze vesting is een van de grootste van zijn soort en beheerst het stadsbeeld van Monastir. Hij werd in de loop der jaren steeds verder uitgebreid, veranderd en onlangs gerenoveerd. De plekken die intussen zijn gerestaureerd zijn weliswaar ook met het ongeoefende oog te herkennen, maar vallen door het gebruik van dezelfde bouwmaterialen niet op in het geheel.


Je komt de vesting binnen door een kleine zijpoort en je staat gelijk op een enorme binnenplaats. Hier worden nu ook veel festivals gehouden. De cellen van de ridders en de vuurtoren (nador), bereikt men via een aantal trappen tegen de binnenmuur. Op het plein ernaast bevinden zich de woonvertrekken van de vrouwelijke monniksoldaten. De oude gebedszaal van de ridders op de 1ste verdieping in nu ingericht als een museum. Vanuit de toren heb je een mooi uitzicht over de kust van Monastir, de begraafplaats en in de verte het mausoleum van Bourguiba.


BERBER WONINGEN. (5)

Het was maar goed dat onze taxichauffeur was blijven wachten bij de ingang van de catacomben. Na wat heen en weer gepraat konden we een prijs overeenkomen voor het gebruik van de wagen voor de rest van de dag. We besloten naar Monastir te gaan. De taxichauffeur stelde voor om een stop te maken bij een park waar je kon zien hoe de Berbers wonen en leven.
Er waren wat groepjes school kinderen die te zien kregen hoe het lokale brood werd gebakken op de wand van een stenen oventje. Ook de woningen waren in orginele stijl opgetrokken en na wat rondgekeken te hebben gingen verder naar Monastir.

MUSEUM en CATACOMBEN. (4)



Het bezoek aan het Archeologisch Museum was kort en niet verder dan de gesloten hoofdingang. Oorzaak was het uitbreiden en verbouwen van het museum. Zodoende besloten we naar de catacomben van Sousse te gaan.

Buiten de oude ommuuurde stad liggen aan de westelijke rand de catacomben. De catacomben van Sousse vormen een unieke getuigenis van het vroege christendom. De tunnels hadden oorspronkelijk een lengte van 5 kilometer. De graven die in verschillende gangen liggen, komen uit de 2de tot de 5de eeuw en worden verdeeld in drie tijdperken: 6000 graven van de Bon Pasteur (goede herder), waarvan 2500 onder de naam Hermes en Severus. Achter glas zijn enkele skeletten te zien.


Het kaartje geeft enige indruk hoe groot dit tunnelcomplex moet zijn geweest en waarvan slechts een klein gedeelte open is voor publiek.


zondag 30 mei 2010

DAR ESSID HUIS. MEDINA - SOUSSE. (3)


Komen we bij de hoofdingang van de Medina. Bab El-Bahr, dan volgen we de muur aan onze rechterkant en komen vanzelf het bord tegen met de aanduiding hoe bij het Dar Essid Huis te komen. Hier krijg je een indruk hoe de welgestelde burgers van Sousse geleefd hebben.


De voorkant van de toegangspoort bevat verschillende symbolen van zowel Islamitische als Christelijke betekenis. De poort is verdeeld in gedeeltes en erg groot. Voorheen was het een teken van rijkdom en belangrijkheid van de familie die er woonde. Na de receptie gepasseerd te zijn betreden we een kleine binnenplaats. Vroeger werden in de huidige receptie door de eigenaar de zakelijke transacties afgehandeld zodat de bezoekers geen gelegenheid hadden om eventueel een blik te kunnen werpen op de vrouwen van het huis.


Via de binnenplaats zijn we in de gelegenheid diverse kamers te betreden. Links de kamer van de tweede vrouw met boven de deur overblijfselen van het huis uit 928 n. Chr. Ook boven de andere deurposten zijn intressante symbolen te zien die niet alleen afkomstig zijn uit de Islam maar ook uit de Christelijke- en Joodse religie. Boven het zitgedeelte staan mooie glazen parfumflessen in de meest mooie vormen. Het was, en is nog steeds, de gewoonte om parfum als geschenk voor de vrouw mee te brengen bij een bezoek. De flessen werden hoog opgeborgen om iets te hebben om naar te kijken. Zo ook de fraaie beschilderingen op de muren, het plafond en op de stoffen. In die tijd konden de vrouwen lezen nog schrijven en zo hadden ze iets om naar te kijken en over te praten.

Recht tegen over de ingang ligt de kamer voor de kinderen ouder dan 10 jaar, voor die tijd sliepen ze bij hun moeder. Een mooi plafond en handgemaakte beschilderingen boven het bed. De klok is afkomstig uit Duitsland en al de aanwezige klokken dateren van het begin tot midden 19e eeuw.

Rechts van de ingang ligt de slaapkamer van de eerste vrouw. Op de muur achter de tafel hangt een huwelijkscontract, dat ongeveer 700 jaar oud is. Het was voor de man en vrouw niet gebruikelijk in één bed te slapen. Na de 'daad' ging de vrouw slapen in het smalle bed tegenover het grote bed van haar man. De badkamer is uniek. Vanuit de muur komt stromend water. Dit is afkomstig vanuit een bron die zich op de binnenplaats van de bedienden bevindt. Het urinoir komt uit de Romeinse periode en is uniek in zijn soort in Tunesië. Het marmer is afkomstig uit Italië.

We gaan nu naar boven. We zien eerst de kleine keuken die uitsluitend werd gebruikt om eenvoudige gerechten klaar te maken en voor het zetten van thee en koffie. Ook zoals hier komen al de wandtegels uit Andalusië in Spanje of uit Tunesië. We steken de kleine binnenplaats over en komen in de grote keuken. Hier werden de maaltijden voor de familie en de gasten bereid. Sommig keukengerei is meer dan 400 jaar oud. Op de grote plaats van olijfhout, met daarin keramiek en marmer verwerkt, werden vis- en vleesgerechten klaar gemaakt. Voor grote feesten werd een ander vuur gebruikt. Verder staan er anfora's waarin olijfolie, meel voor couscous ect. werden bewaard. Op de binnenplaats is ook nog een mogelijkheid om water te putten en er naast staat nog een oud apparaat om water te verwarmen.

Vanaf de binnenplaats kan je de toren betreden welke 65 meter boven het zee-niveau uitsteekt. Oorspronkelijk gebruikt om, naar aanleiding van de stand van de maan, te besluiten wat de eerste dag van de ramadan was. Waar nu het terras ligt en vroeger ook de kamer voor het personeel lag, woont nu de huidige eigenaar.


PORT EL-KANTAOUI. (2)

PORT EL-KANTAOUI.

Vanuit ons hotel was het een aardige wandeling over het strand naar dit stadje met zijn kleine marina en de gebouwen in Andalusische stijl.

Het is een artistiek bouwwerk dat aan het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw in navolging van de Franse haven Port Grimaud werd gebouwd in de bekende Tunesische suikerbakkersstijl. Het ministadje dat werd geconstrueerd rond de toenmalige vissershaven, nu de jachthaven, heeft alles wat een kleine stad nodig heeft. Een eigen politiebureau, een warenhuis, bankgebouwen cafés en restaurants. De hotels hebben een hoge standaard en een directe toegang tot de zee. Een paradijs dus voor het kapitaal.

zaterdag 29 mei 2010

SOUSSE EN OMGEVING. (1)

SOUSSE.



Sousse is de twee na grootste industriestad van Tunesië en na Djerba het tweede toeistencentrum van het land.

De eerste Fenicische zeelieden kwamen in de 7de v.Chr. naar deze streek. Sousse werd 100 jaar later door nieuwe Fenicische imigranten gesticht als Hadrumut.

In 310 v.Chr. verwoestte de tiran Agathocles de stad die banden had met Carthago. In het begin van de 4de eeuw n.Chr. werd Sousse de hoofdstad van de provincie Byzacena.

Veel inwoners van de stad bekeerden zich tot het christendom. Toen de Arabieren in 647 de stad aanvielen, was hij al verwoest door de Berberstammen. Daarna waren er afwisselend tijden van bloei en periodes van achteruitgang.

In de Tweede Wereldoorlog had de stad nog te lijden van luchtaanvallen.

De oude ommuurde stad, de Medina, is geschikt voor een uren lange wandeling. Verdwalen kan je er eigenlijk niet daar je steeds weer bij de muur uitkomt. In de Medina ligt de Ribat wat eens een klooster was [zie Sousse (29)]. Binnen de muren van de Medina liggen diversen moskeeën, kleine musea en diverse souks waar alles te koop is van goud tot verse groenten.



maandag 24 mei 2010

TUNIS - SOUK. (43)

Na het bezoek aan het Bardo-museum besloten we deze dag in het kloppende hart van de oude stad van Tunis met een bezoek aan de souk. Het is een stelsel van overdekte kronkelige straatjes vol met geuren en geluiden. Haast moet je er niet hebben en al slenterend bereikten bijna aan het einde een lokaal restaurant waar we heerlijk lokale gerechten hebben gegeten.



Voor het grootste deel van ons reisgezelschap, 19 personen, was dit de laatste dag van de rondreis door TUNESIË EEN VERRASSEND LAND. Met acht personen zouden we nog een week doorbrengen in Sousse. Het was een gezellige groep die goed met elkaar overweg kon, humor had en kon lachen. De leeftijden waren tussen begin dertig en even over de zeventig. Het was dan deze laatste avond na het diner afscheid nemen van elkaar na steeds weer herinneringen op te halen over de afgelopen reis. Onze dank gaat vooral uit naar onze reisleider Lotfi Salah, een man met kennis en humor, en onze chauffeur Feisal die ons perfect en veilig overal naar toe heeft gereden. Ik hoop dat jullie allemaal nog eens rustig kunnen nagenieten van deze reis via dit weblog. Mijn dank en geniet mee met onze ervaringen in Sousse en omgeving.

TUNIS - BARDO MUSEUM. (42)





MUSÉE du BARDO.


Dit is wel het belangrijkste museum van Tunesië en een van de belangrijkste van Afrika.


Het gebouw dat vroeger hoorde bij het paleis van de Bei van Tunis (hier was toen de harem ondergebracht) bevat mozaïken van betoverende schoonheid uit het Romeinse Tunesië. Deze hoogte punten van de verzameling maken niet alleen de hoge civilisatiegraad van die tijd kenbaar, maar vooral ook de bewonderingswaardige technische en artistieke bekwaamheid. In het museum met meerdere verdiepingen (helaas was men bezig met een verbouwing en was niet alles toegankelijk) staan prachtige stukken. Pronkstukken blijven echter de werken van de onbekende kunstenaars, die nergens anders te vinden zijn. De mozaïeken en ook de andere museumstukken, zoals beelden en bustes, zijn afkomstig uit alle delen van Tunesië.


CARTHAGO - SIDI BOU SAÏD. (41)

Dit hoog boven de zeespiegel gebouwde stadje is waarschijnlijk het meest betoverende dat de uit Spanje gevluchte Arabische Andalusiërs in Tunesië hebben gebouwd. Het zou in vroegere tijden een zeeroversnest zijn geweest volgens de vertellingen. Het kleine stadje heeft maar één hoofdstraat en diverse kleine zijstraatjes. Het is er komen en gaan van touristen, maar als je de zijstraatjes induikt is het rustig genieten van de schoonheid van de huisjes met de witte gevels, lichtblauw gekleurde erkers, ramen en de met spijkers beslagen deuren. Het blauw werkt verkoelend in de zon en stoot de insekten af. Geef je je ogen goed de kost dan ontdek je dat niet alle deuren blauw zijn geschilderd.

CARTHAGO - THERMEN VAN ANTONIUS. (40)


(klik met de linkermuisknop op deze afbeelding om deze vergroot de bekijken)

DE THERMEN VAN ANTONIUS.

Deze thermen (warmwaterbronnen) werden in de 2de eeuw n.Chr. geopend. Ze werden gebouwd in opdracht van de rijke burgers van Carthago en zijn een bewijs van de enorme welvaart die heerste in deze stad. Het met alle comfort in de stijl van de Caracalla-thermen uitgeruste bad werd gevoed met water dat via het Hadrianus-aquaduct werd aangevoerd uit de bronnen van Zaghouan. Een opnieuw opgebouwde, 15 meter hoge zuil met een 8 ton zwaar kapiteel geeft een indruk van de inmense grootte van de thermen.

CARTHAGO - TOPHET. (39)

TOPHET een heiligdom, dat was gewijd aan de belangrijkste Fenicische goden Baal en Tanit, werd pas voor een deel blootgelegd na zeer moeizaam afgraven van de Romeinse bebouwing die er op stond. Uit de voorstellingen op de stèles en offerplaten en de botten die hier zijn gevonden wordt afgeleid dat de Feniciërs kinderen offerden. Een groot deel van de voorwerpen die hier werden gevonden bevindt zich tegenwoordig, en dat geldt ook voor de andere ruïnecomplexen in Carthago, in het Bardo-museum.


CARTHAGO. (38)

CARTHAGO is het centrum van de politieke macht in Tunesië. Hier staat niet alleen het prachtig gelegen paleis van de president, maar ook de villa's van andere machtigen en rijken.

Ondanks grote neerlagen in de strijd tegen Rome heeft de naam Carthago ook eeuwen later nog niets van zijn fascinatie verloren. Toch is er van de Punische tijd vrijwel niets overgebleven.

Eens was Carthago een belangrijke Fenicische handelsstad in Noord-Afrika. In de oudheid was het de hoofdstad van het Carthaagse Rijk, waarvan de inwoners door de Romeinen Puniërs werden genoemd. In de 3de eeuw v.Chr. was het Carthaagse Rijk de grootste rivaal van het Romeinse Rijk. Nadat Carthago in de Punische oorlogen door de Romeinen was verslagen werd het Carthaagse Rijk als provincie Africa onderdeel van het Romeinse Rijk. Carthago werd door de Romeinen in 146 v.Chr. geheel verwoest, maar in 44 v.Chr. werd de stad door de zelfde Romeinen weer opgebouwd en groeide ze uit tot een van de belangrijkste steden in het Romeinse Rijk van de eerste eeuwen na Christus.

De resten van het oude Carthago liggen ongeveer 10 km. ten oosten van het huidige Tunis.



We rijden de berg op waarop de kathedraal St.Louis staat waarvan we een prachtig uitzicht hebben over de opgravingen in de richting van de zee. Aan je voeten liggen de restanten van een vroegere necropolis (dodenstad) uit de 7de en 6de eeuw v.Chr. en de resten van het Fenicische Carthago. Vanaf de 3de eeuw n.Chr. bouwden de Romeinen in het nieuwe Carthago een forum en talloze tempels. Vanaf de berg zijn ook de oude Punische oorlogshaven en de handelshaven te zien liggen. Vroeger hadden ze een directe openverbinding met de zee. Nu is de Punische haven afgesloten en heeft via een kanaaltje verbinding met de handelshaven.In het nationaal museum zijn prachtige stukken te zien uit de toen rijke tijd van de stad Carthago.

zondag 23 mei 2010

Van DOUGGA naar TUNIS en OOIEVAARS.(37)


Na ons bezoek aan de Romeinse ruïnestad Dougga en een leeg theater achter gelaten te hebben vertrokken we richting Tunis. Deze dag legden we een afstand af van 300 kilometer met een steeds afwisselend landschap waar we doorheen reden.

(klik met de linkermuisknop op de afbeelding om deze vergroot te bekijken)



OOIEVAARS IN TUNESIË.

Vaak horen we dat veel vogels op hun trek naar warmere gebieden, vanuit onze koudere klimaten, in het zuiden afgeslacht worden. Hier in Tunesië worden de overwinteraars hartelijk ontvangen en krijgen ze zelfs een mogelijkheid om hun onderkomen te bouwen. Hier in Nederland zie je vaak een oud wagenwiel boven op een paal geplaatst of boven op een schoorsteen van een boerenhoeve waarop deze prachtige vogels hun nest kunnen bouwen. In Tunesië viel het ons op dat langs de lokale wegen de staats electriciteitsmaatschappij een mogelijkheid tot het bouwen van nesten had geplaatst boven op de spanningsmasten en de meesten waren dan ook bewoond.

DOUGGA ROMEINSE RUÏNESTAD. (36)



Na de stichting van de nieuwe provincie Africa Nova in 46 v.Chr. op bevel van Caesar vestigden de beheerder van de keizerlijke domeinen en zijn administratieve gevolg zich in Thugga. Reizen van de Romeinse keizers naar Afrika, zoals die van Hadrianus in 128 n.Chr, waren de aanleiding voor het bouwen van tempels of triomfbogen. Een bijzonder welvarend tijdperk beleefde de stad onder de uit Libië afkomstige keizer Septimus Severus (193-211 n.Chr.) en zijn opvolgers aan het einde van de 2de en begin van de 3de eeuw n.Chr. Dougga werd een monumentale stad dank zij de gulheid van zijn bewoners. De goede staat van bewaring laat toe te zien hoe een klein stadje er uitzag met: twaalf tempels waarvan er drie verbouwd tot kerk in de 4de eeuw n.Chr., drie thermen, een nymphae, twee theaters, een circus, verschillende begraafplaatsen en mausoleums.
Het capitol is gebouwd van 166 tot 167 n.Chr. Het omvat een cella van 13 bij 14 meter waarin een 6 meter hoog beeld stond van Jupiter en twee beelden van Junon en Minerva.
Het portica voorzien van zes Corintische zuilen waarvan vier aan de voorgevel komt uit op een monumentale trap.
Een imposant bewijs van de Romeinse bouwkunst is het in 169 n.Chr. gebouwde amfitheater met 3500 plaatsen voor de bezoekers. Het theater heeft drie ingangen, een voor de inwoners, een voor de vreemdelingen en een koninglijke voor de artiesten.