woensdag 21 juni 2017

BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 4 - STADSDEEL BUDA.)

BOEDAPEST DE HOOFDSTAD 

VAN HONGARIJE 

GELEGEN AAN BEIDE OEVERS 

VAN DE DONAU. (4)


STADSDEEL BUDA BEZICHTIGEN (VERVOLG).

Na het bezichtigen van de Matthiaskerk en het Vissersbastion besloten we in de richting van de burchtmuur te wandelen en daarover naar een punt om naar de benedenstad te gaan.
De benedenstad wordt ook wel Waterstad genoemd en ligt aan de voet van het Vissersbastion. In de tijd van de Romeinen liep hier een belangrijke weg van het huidige gebied bij de kettingbrug in de richting van Aquincom een Romeinse vesting aan de Donau. 
In de Middeleeuwen was het de hoofdstraat van de voorstad van Buda en heet nu nog "Hoofdstraat" (Fö utca). Tot de Turkse tijd lag deze wijk, waar vooral vissers, koop- en handwerklieden woonden, nog binnen de vestingburcht.


(Rijksarchief.)


We krijgen zicht op een imposant gebouw met een zeer fraaie dakbedekking met geglazuurde tegels, waarin het het Rijksarchief is gevestigd.
Voor dit gebouw volgen we de weg links af en naderen een ruïne met fundamenten.
Aan het einde van het terrein met deze resten van fundamenten staat de toren van de Maria-Magdalenakerk.





De Maria-Magdalenakerk is een kerkruïne uit 1274, waarvan alleen te toren er nog staat.
Deze kerk stond in de burcht van Buda en het de kerk waar in de middeleeuwen de Hongaren uit Buda naar toe gingen.
De Duitsers gingen naar de matthiaskerk.
Toen in de 16e eeuw Buda werd veroverd door de Turken werd de kerk een moskee.
In 1686 werd Buda op de Turken heroverd door de Oostenrijkers onder leiding van prins Eugenius van Savoye en daarbij werd de kerk zwaar beschadigd. De franciscanen kregen het verwoeste gebouw toegewezen en zij herbouwden de kerk in de barokke stijl. In 1698 werd de kerk weer ingewijd.





(Een bronzen afbeelding van de mantel welke door de patriarch van de kerk werd gedragen.)


Tijdens de verovering van Boedapest door het Rode Leger in 1945 werd de kerk opnieuw zeer zwaar beschadigd en sindsdien is het een ruïne op de toren na die is herbouwd.




Rechts van de Maria-Madalenakerk staat in een klein plantsoen achter het gebouw van het Militair Historisch Museum het standbeeld van János Kapisztrán.
Deze franciscaner monnik was een Italiaans theoloog en werd op 24 juni 1386 in Capestrano (het Koninkrijk Napels) geboren met de naam Giovanni da Capestrano. Hij overleed op 23 oktober 1456 te Újlak in het Hongaarse koninkrijk aan de pest.

Hij was theoloog, volksprediker en inquisiteur en streng voorstander van de leer van Rome.









We wandelen tussen de toren van de Maria-Magdalenakerk en de zijmuur van het Militair Historisch Museum door en komen uit op de voor het voor het Militair Historisch Museum gelegen brede wandelpromenade, de "Arpad Toth Promenade (Setany)", die vol ligt met oude lopen van kanonnen., waarvan sommigen van sierlijk gietwerk zijn voorzien.
We wandelen verder over de promenade in de richting van het Esztergombastion en hebben een mooi uitzicht op het moderne stadsdeel van Buda. Op dit bastion staat een zeer hoge vlaggenmast met er in de Hongaarse vlag.
Op de gehele wandelpromenade rond het Militair Historisch museum staan oude stukken oorlogsgeschut opgesteld.



                                           (Zicht op het moderne stadsdeel van Buda.)

Op het Esztergombastion staat ook een borstbeeld van de Ottomaanse strijdheer Pasja Abdurraham.
Hij was streed onder Grootvizier Sari Suleiman Pasja tijdens de begering van de burcht door de troepen van de heilige Liga, wat een einde betekende, na een beleg van 6 tot 10 weken, aan de Ottomaanse overheersing Van Hongarije.
Abdurramhan sneuvelde bij deze strijd en werd hier begraven.
We wandelen nu verder over de vestingmuur naar het Anjoubastion, waar we de vestingmuur met een lift verlaten, daar deze is afgezet wegens restauratie werkzaamheden.
Zo vervolgen wij onze wandeling door een park gelegen onderaan de vesting muur.


(Bij de Weense Poort nog een zicht op het gebouw van het Rijksarchief.)

Na het passeren van de Weense Poort in de vestingmuur komen we in een park dat vol staat met standbeelden in roze graniet of in brons, van vorsten en bekende Hongaarse componisten, zoals Zoltan Kodaly. 

De wandelpaden in het park lopen langzaam naar beneden af met hier en daar trappen.
Maar dan is het onverwacht afdalen via lange trappen naar het niveau van het onderaan de burchtmuur gelegen stadsdeel en komen zo uit op het Batthynany plein.
Op dit plein staat de Sint-Annakerk (Szent Anna Templon).


Vlak na het passeren van de Weense Poort komen we een modern standbeeld tegen van een koninklijk echtpaar in rood graniet.
Het zijn koning Jagiello en koningin Jadwigga van Polen.
Jagiello was grootvorst van Litouwen en koning van Polen onder de naam Wladyslaw II.
Jadwigga was de jongste dochter van Lodewijk de grote van Hongarije en Polen.







De Sint Annakerk is een barokke kerk gelegen in de Waterstad aan het Batthyánplein in het stadsdeel Buda.
De bouw van de kerk begon in 1740 onder leiding van de architect Kristóf Hamon. Na diens dood in 1748 werd zijn werk voortgezet door Máté Nepauer. In 1761 kwam de bouw gereed.
De buitenzijde van deze kerk wordt beheerst door de twee fraaie identieke torens met hun met koper beslagen torenspitsen.
De façade is versierd met beelden, met in het midden de heilige Anna met de maagd Maria gemaakt door Károly Bebo. Boven de ingang zijn zeer fraaie beelden aangebracht.
De ovale koepel binnen in de kerk is voorzien van fresco's van een onbekende Hongaarse schilder, alsmede een aantal schilders van die tijd. Enkele zuilen omgeven het hoofdaltaar.



Hiermede kwam een einde aan ons bezoek aan stadsdeel Buda.
Op een terras genoten we onder het genot van een heerlijk koel glas Hongaars bier  nog even van het uitzicht over de Donau op het Parlementsgebouw in Pest.

Onze chauffeur die ons naar Buda had gereden in de ochtend kon door werkomstandigheden ons niet terug rijden naar Dunabogdány.
We namen het besluit om vanaf Buda met de een treintje naar Szentendre te gaan en daar de bus te nemen.


Het treintje was een smalspoor boemel die tussen Buda en Szentendre in totaal 18 stops maakte. Alle ramen stonden open om wat verkoeling binnen te laten.
Het treintje zat vol met studenten, die op vertoon van hun schoolpas gratis vervoer hebben in het openbaar vervoer. Dit is iets waar ook mensen van boven de 65 jaar van kunnen profiteren en die zelfs gratis toegang krijgen tot musea. Zonder meer een mooi systeem.
Bij aan komst in Szentendre bleek dat de bus net weg was en we ruim drie kwartier moesten wachten op de volgende en dus maar een taxi genomen waarvan de prijs enorm meeviel.


Na een maag vullend diner in ons vaste restaurant keerden we terug naar onze stam wijnhuis om daar nog een heerlijke koele rosé te drinken en de door ons bestelde wijn af te halen.
het werd deze avond niet laat, daar we de koffers moesten pakken en de volgende ochtend vroeg op moesten voor ons vertrek naar het vliegveld van Boedapest.
Arno de eigenaar van het wijnhuis zou ons vroeg ophalen en naar het vliegveld rijden.





                                                                         VÉG.




dinsdag 20 juni 2017

BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 3 - STADSDEEL BUDA.)

BOEDAPEST DE HOOFDSTAD 

VAN HONGARIJE 

GELEGEN AAN BEIDE OEVERS 

VAN DE DONAU. (3)

Tussen het bezoek aan het stadsdeel pest en het stadsdeel Buda lagen de Pinksterdagen. Daar het deze dagen erg warm was werd er besloten om maar in het plaatsje Dunabogdány rond te hangen en kregen de tijd om met wandelingen.
Op de 2e Pinksterdag werden we door onze pension houders uitgenodigd om met hun een maaltijd van Hongaarse goulashsoep met brood en eigen wijn te gebruiken. Een maaltijd die goed was klaargemaakt en die we dan ook eer aandeden.
In de avond gingen we weer naar ons stam wijnhuis.

STADSDEEL BUDA BEZICHTIGEN.

We werden deze dag een uur eerder door onze chauffeur afgehaald om de ochtendspits voor te blijven. Hij zette ons netjes voor de ingang van de burcht van Buda af op 70 meter hoogte boven de waterspiegel van de Donau.

Eerst even iets over de enorme heuvel naast de heuvel waar de burcht opstaat.
Als je boven op de burcht uitkijkt over de Donau zie je rechts van de Gellértheuvel liggen.
Dit is een heuvel van 235 meter hoogte en ligt tussen de Vrijheidsbrug en de Elisabethbrug.


GELLÉRTHEUVEL.

Boven op de top van de Gellértheuvel staat het vrijheidsmonument van Hongarije.
Het is van verre reeds te zien en werd in 1947 onthult. Het is een ontwerp van de kunstenaar-beeldhouwer Zsigmond Kisfaludi Strobl.
Centraal staat in het midden een vrouwen figuur die een groot palmblad in de hoogte houdt.
Het bronzen beeld met een hoogte van 14 meter symboliseert de vrede en staat op een voetstuk van 26 meter hoogte. Rond het beeld staan nog enige kleinere mannelijke afbeeldingen.
Oorspronkelijk was het monument bestemd voor de gevallen Sovjet soldaten die in 1945 een einde maakten aan de nazi-Duitsland bezetting. Na de val van het communisme in 1989 werden de meeste Sovjet monumenten uit Boedapest verwijderd met uitzondering van het Vrijheidsmonument, waarvan alleen de soldaat met de Sovjet vlag werd verwijderd.
Het monument gedenkt nu allen die hun leven hebben opgeofferd voor de vrijheid en de welvaart van Hongarije.
 Verder staat er op de heuvel nog een bolwerk dat door de Oostenrijkse Habsburgers werd gebouwd tussen 1850 en 1854. Dit bastion wat zich op het hoogste punt van de heuvel bevindt, was oorspronkelijk 200 meter lang en had zes meter hoge en drie meter dikke muren. Later werd een gedeelte gesloopt en in wat nu nog rest is een hotel gevestigd. 

Aan de andere kant van de heuvel staat een groot bronzen beeld van bisschop Gellért, de martelaar naar wie de berg is genoemd.
Het monument werd in 1904 opgericht op de plek waar Gellért naar men veronderstelt in de elfde eeuw werd vermoord. Achter het monument staat een halfronde zuilengalerij.
Gellért was een Benedictijnse abt van het San Giorio Maggiore klooster in Venetië. OP weg naar Palestina op een bedevaart werd hij door de Hongaarse koning Stefan aangehouden, die hem vroeg om de heidense Magyaren te bekeren tot het christendom.
Na de dood van koning Stefan keerden de Magyaren terug en vermoorden de bisschop door hem in een ton vol geslagen met spijkers van de heuvel af te rollen. Het twaalf meter hoge beeld dat Gellért weergeeft met in zijn hand een kruis is het ontwerp van beeldhouwer Gyala Jankovits.

BURCHT EN OUDE STAD VAN BUDA.


De burcht van Buda, het oude laatste koningshuis, ligt op een plateau en bestaat uit vele historische en architectonische gebouwen, kerken, kloosters en smalle straatjes. het is een kastelencomplex  dat in de 7 eeuwen niet veel veranderingen heeft ondergaan.


( De burcht van Buda tegenwoordig.)

Met de bouw van deze vesting is begonnen na de invasie van de Mongolen in 1241. In 1255 gaf koning Béla IV opdracht om de burcht uit te breiden en er een stad in de bouwen voor de bewoners van verwoeste Pest. Kasteel voor de koning en de stad werden gescheiden van elkaar gebouwd.
Onder het bewind van de Ottomanen werden vele gebouwen vernield en deze bouwden alleen de muren verder op.
Tijdens de belegering van Buda in 1686 werd de toenmalige burcht vernield en bouwde men onder de Habsburgse heersers een kleine barokstad  op de ruïnes. Op de plaats van de oude burcht werd een klein slotpaleis gebouwd dat echter nooit door de keizerin Maria Theresia werd bewoond. Keizer Franz Jozef II lier er een theater bouwen. OP 21 mei 1849 veroverde de burgerwacht tijdens de opstand de burcht en begon daarna met man en macht te werken aan het herstel van de oude Hongaarse glorie.


(Het enorme binnenhof tussen de gebouwen.)

Het karakteristieke gebouw met een façade van 300 meter en de zeer opvallende hoge koepel in van overal uit Boedapest te zien.
De burcht was in de 14e eeuw de zetel van de koning en in de 18e en 19e eeuw vonden er grote uitbreidingen plaats.
Tijdens de gevechten in december 1944 tot februari 1945 tussen de troepen van Nazi-Duitsland en het Sovjet leger werd een groot deel van het burchtpaleis verwoest, daar een eenheid van de Waffen-SS hier stand wist te houden.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog lag de vesting weer in puin en begon men weer aan de wederopbouw en het herstel van de gebouwen.
De grootste werkzaamheden duurden tot 1970 en na meer dan 30 jaar was het grootste deel van de burcht in zijn oude glorie hersteld. het stadsbestuur besloot de gebouwen als museum in te richten.
Tegenwoordig bevinden zich in deze gebouwen het Museum voor Eigentijdse Kunst, de nationale Hongaarse Pinacotheek, Historisch Museum van Boedapest en de Nationale Bibliotheek.



(Het Matthias fontein en onderin twee afbeeldingen bij de ingang van het Museum voor Eigentijdse Kunst.)

Aan het noordwestelijke deel van het plein staat het Matthias fontein. (midden) Het fontein beeldt een tafereel uit afkomstig van de legende van koning Matthias (bovenin en links) en de mooie Ilonka (rechts).
Het fontein is ontworpen in 1904 door een ven de bekendste beeldhouwers van Hongarije; Alajos Stróbl.


DE LEGENDE VAN ILONKA.

(Het fontein illustreert een verhaal uit de tijd van koning Matthias Corvinus, dat werd neergeschreven door zijn geschiedschrijver en dat later in de 19e eeuw bekendheid verwierf dankzij de dichter Mihály Vörösmarty.)

Koning Matthias ging vaak incognito op jacht. Op een dag, toen hij met zijn vrienden aan het jagen was, kwam hij de aantrekkelijke boerendochter Ilonka tegen. Ze werden opslag verliefd op elkaar.
Toen Matthias naar het paleis terugkeerde, gaf hij zijn ware identiteit niet prijs, maar vroeg Ilonka hem op te zoeken in Buda.



 Zo snel ze kon spoedde Ilonka zich naar Buda. Toen ze er aankwam was er een grote menigte die de koning verwelkomde bij zijn triomfantelijke terugkeer van een gewonnen veldslag.

Toen Ilonka Matthias in vol ornaat te paard zag, besefte ze tot haar ontsteltenis dat ze verliefd was geworden op de koning.
Aangezien haar eenvoudige achtergrond was ze ervan overtuigd dat ze nooit met hem zou kunnen trouwen en ze keerde weer te voet naar huis terug, volledig verteerd door verdriet.
Kort na deze verdrietige ontdekking stierf ze aan een gebroken hart.

Twee weken later bezocht de koning het huis van Ilonka, die hij in de menigte in Buda niet had opgemerkt, maar vond het leeg terug.


Na het fontein passeren we een doorgang en komen op het brede terras uit met een geweldig uitzicht ov er de Donau en het stadsdeel Pest met de Kettingbrug en in de verte het Parlements-gebouw, de Margaretha brug en het eiland.












Het standbeeld geeft weer de prins Eugen van Savoye, van oorsprong een Franse generaal, met Italiaanse voorouders.
Hij werd op 18 oktober 1663 in Parijs geboren en overleed op 24 april 1736 in Wenen.
Hij was in dienst van drie Habsburgse keizers; Leopold I, Jozef I en Karel VI.
Zijn standbeeld staat hier vanwege zijn succes in de Oostenrijkse-Turkse oorlog. Hongarije was in die tijd nog een deel van het Oostenrijkse Rijk.




                                   (De Ferdinand poort met daarachter het Sándor Paleis.)

Na nog even van het uitzicht te hebben genoten verlaten we het terrein van het oude koninklijke paleis via de Ferdinand poort. Rechts op een zuil bij de poort staat op een zuil een grote bronzen adelaar met een zwaard in zijn klauwen.
Achter de Ferdinand poort ligt  de zuidoostelijke voorgevel van het Sándor Paleis.


Het Sandór Paleis, ook wel Alexander Palace of in het Hongaars Sándor-palota, is de officiële woonplaats van de president van Hongarije en de zetel van het bureau van de president.
Het gebouw is in neoclassicistische stijl opgetrokken en is het ontwerp van architect Mihály Pollack en Johan Aman.
De bouw begon in 1803 en was in 1806 voltooid.
Het werd vernoemd naar de filosoof en aristocraat graaf Vincent Sándor uit het Oosten-Hongaarse Rijk.
Tot de mislukte Hongaarse Revolutie van 1848 behoorde het aan Aartshertog Albrecht, de keizerlijke Gouverneur van Hongarije.
In de Tweede Wereldoorlog werd gebouw door gebombardeerd maar daarna weer in oude glorie opgebouwd.
Opvallend is het Oude Hongaarse wapenschild met eikenloof tussen de Europese en Hongaarse vlag.


Het wapenschild wordt gedekt door de Stefanskroon.
Het schild zelf is zeer complex. In het midden staat het huidige wapen van Hongarije, maar verder worden er op het schild de wapens weer gegeven van de toenmalige gebieden; Tatra, Klein Fatra en groot Fatra (tegenwoordig deel van Slowakije) en Mátra.


Rond het Sándor Paleis werden werkzaamheden uitgevoerd en het terrein was door een schutting aan het oog van het publiek onttrokken.
Op deze schutting waren alle bereden huzaren van het Hongaarse leger afgebeeld, door de geschiedenis heen. 

We verlaten het terrein van het koninklijk paleis, waar men tegenwoordig nog druk bezig is met het bloot leggen van oude fundamenten van voormalige gebouwen, en wandelen in de richting van Matthiaskerk en het Vissersbastion.


MATTHIAS KERK.


                                                          (Impressie van de Matthiaskerk.)

De Matthiaskerk bevindt zich op het plein van de Heilige Drie Eenheid. De kerk werd oorspronkelijk gebouwd als de Onze Lieve Vrouwenkerk in 1255 onder koning Béla IV.
In de 14e en 15e eeuw werd de kerk regelmatig uitgebreid en ontstond in 1470 onder koning Matthias de zuidelijke toren.
Onder het bewind van de Ottomanen werd de kerk vanaf 1541 een moskee en werden alle fresco's aan de muren en plafond door deze bezetters verwoest. Bij de herovering van Buda door de Habsburgse legers in 1686 leed de kerk opnieuw schade. In het begin van de 18e eeuw vonden er grote herstel werkzaamheden plaats aan de kerk, waarbij er barokke stijlelementen aan het gebouw werden toegevoegd. De kerk was in deze periode in het bezit van de eerst de franciscanenen en later de jezuïeten. In 1867 werd het Oostenrijkse keizerpaar Frans-Jozef en Elizabeth (bekend onder de naam Sisi)  hier gekroond.


Tussen 1873 en 1896 werd de kerk grondig verbouwd en kreeg ze haar neogotische aanzien.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed de kerk opnieuw enorme schade en bij restauraties hield men zich aan de gotische versie.
Buiten de 80 meter hoge klokkentoren en op het midden van het dak het kleine Béla torentje is het dak een lust voor het oog om naar te kijken met haar met majolicategels (geglazuurde tegels) in een fraai patroon gelegd.
 het Mariaportaal met de met smeedwerk beslagen deur en een reliëf uit de 14e eeuw heeft taferelen uit het dagelijks leven van Maria. De gebrandschilderde ramen stellen Hongaarse heiligen voor.
Na het vertrek van de Sovjet bezettingstroepen was het gebouw bijna zwart van de luchtvervuiling. Met de laatste restauratie werkzaam heden in de 21e eeuw kreeg de kerk haar oude statige glorie weer terug.


Op het plein van de Heilige Drie-Eenheid staat een monument ter nagedachtenis aan de duizenden mensen die zijn gestorven gedurende twee uitbraken van de Zwarte Pest.
Men plaatste een eerste monument in 1706 nadat de uitbraak van de pest was gestopt uit dankbaarheid, maar drie jaar later brak de tweed uitbrak van de pest uit.
Het kleine monument moest plaats maken voor een veel groter in 1709 met de hoop en gebed dat de pest nooit meer zou uitbreken.

Vlak achter de Matthiaskerk ligt het Vissersbastion.




VISSERSBASTION.

Het Vissersbastion is een bouwwerk vlak achter de Matthiaskerk aan de rand van de burchtheuvel.
het bouwwerk verrees tussen 1895 en 1902 en is het ontwerp van Friyes Schulek. Het is er populair vanwege het uitzicht.
De juiste oorsprong is onzeker. Waarschijnlijk komt de naam van de vissers die beneden onder aan de muur in de stad (Waterstad) een vismarkt hielden en ter plaatse de burcht verdedigd hebben bij een vijandelijke inval.
Midden op het plein staat een standbeeld van koning Stefanus I van Hongarije.
De meeste bezoekers worden naar de grote toren gelokt waar ze tegen betaling van een fraai uitzicht op de Donau en het stadsdeel Pest kunnen genieten, maar loop je even verder dan heb je het zelfde uitzicht tussen de romaanse bogen door voor niets.

De typische daken op de torentjes vinden hun oorsprong in de woningen van de oude steppebewoners van Hongarije.
Het gehele bouwwerk is opgetrokken uit witte kalksteen en is een neoromaans ontwerp.
Van het Vissersbastion loopt een trap met 145 treden naar 
de Waterstad beneden.


De achter en zijgevel van het nieuwe gedeelte van het Hilton Hotel heeft goudgele vensters waarin prachtige weerspiegelingen zijn te zien van het Vissersbastion en de Matthiaskerk.


We steken tussen de nieuwbouw van het Hilton Hotel en de zijgevel van de Matthiaskerk door en komen uit op het Hess Andreás plein, waar het gelijknamige standbeeld staat in de afbeelding als paus Innocent XI.




Het Hilton Hotel is ook gevestigd in het oude deel van het voormalige dominicanenklooster.
Hiervan staat de oude kerktoren met een prachtig stukje beeldhouwwerk op de gevel nog overeind.
Het is het Bautzen Matthias Monument. Het geeft weer koning Matthias I (1443-1490) zittend in volle wapenuitrusting met zijn voeten op een leeuw. Twee engelen houden een kroon boven zijn hoofd.
Er omheen wapenschilden. In de top de Stefanskroon met de wapenschilden van Hongarije en Bohemen.
Links de wapenschilden van Bosnië, Hunyadi en Stiermarken; en rechts de wapenschilden van Klagenfurt, Oostenrijk, Silezië en Lanstz.






We vervolgen onze wandeling door het oude stadsdeel van Buda gelegen op de burchtheuvel.
Hier zien we staatjes met huizen die geschilderd zijn in zachte tinten en is er niets meer van de toeristische drukte te merken. Helaas al die vele verkeersborden langs de weg.









  Zie vervolg. BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 4 - STADSDEEL BUDA.)



zondag 18 juni 2017

BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 2 - STADSDEEL PEST.)

BOEDAPEST DE HOOFDSTAD 

VAN HONGARIJE 

GELEGEN AAN BEIDE OEVERS 

VAN DE DONAU. (2)

BOEDAPEST.


Boedapest, is de hoofdstad van Hongarije. De stad is gelegen aan weerszijden van de rivier de Donau en heeft een oppervlakte van 525,2 km². Het is de grootste stad van Hongarije en de 7e grootste stad van de Europese Unie.
De stad werd gevormd in 1873 door het samenvoegen van Buda en Ó-buda op de westelijke oever van de Donau met Pest op de oostelijke oever van de Donau. Vóór de samenvoeging sprak men over Pest-Buda.
Dit is ook terug te vinden in het wapen van de stad; wat een samenvoeging is van beide wapens.
Het wapenschild wordt door een gegolfde witte baan in tweeën gedeeld voorstellende de Donau, met in het bovenste deel deel het oude wapen van Pest en in het onderste deel het wapen van Buda; waarbij een van de poorten symbool staat voor Ó-Buda. het wapenschild wordt gedekt door de Stefanskroon, gelijk aan de kroon op het wapen van Hongarije. Schilddragers zijn links een gouden leeuw en rechts een griffioen.
De westoever (stadsdeel Buda) werd reeds 400 v.Chr. bewoond door de Kelten en noemde hun stad Ak-Ink. Rond 35 v.Chr. kwam deze bevolking in aanraking met de Romeinen onder leiding van Octavius, de latere keizer Augustus, welke toen reeds de beide oevers gingen bewonen. het stadsdeel Óbuda had de naam Aquincum en waar nu Pest ligt Contra-Aquincum. De Hongaren verschenen er pas rond het jaar negenhonderd en veroverden het gebied onder leiding van Árpád.
Door de eeuwen heen heeft de stad veel te leiden gehad door invallen van de Mongolen (1241) en later de Ottomanen (1526). Door deze invallen is de bouw van de burcht ontstaan in de 13e en 14e eeuw. In 1686 viel de stad en het Hongaarse koninkrijk in handen van Oostenrijk. 

Van 1687 tot 1918 viel de stad en Hongarije onder Habsburgs bewind als het Oostenrijk-Hongaarse Rijk, vanwaar hiernaast afgebeeld het gezamenlijke wapen; met daarop alle wapens van de overige landen die hier onder vielen. 
 Na het einde van de Eerste Wereldoorlog viel dit enorme rijk uiteen.
 De Oostenrijkse invloed qua architectuur is duidelijk herkenbaar in het stadsdeel Pest.
De bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland deed de stad ook geen goed en na het einde van de bezetting in 1945 viel de stad in handen van de communistische Sovjet Unie. In 1956 kwamen de Hongaren in opstand tegen het Sovjet bewind en dat liet sporen na in de stad.
Na de val van het communistisch Rusland, werd in 1989 in Boedapest de Republiek Hongarije uitgeroepen. De Sovjets lieten een vervuilde vervallen stad achter, die nu vooral met hulp van de Europese Unie een grandioze opknapbeurt heeft ondergaat, iets waarmee men nog lang niet klaar is.
De Donau heeft heeft elf bruggen bij de stad Boedapest, waarvan twee spoorwegbruggen, de bekendste zijn de Kettingbrug, Vrijheidsbrug en de Margarethabrug.


STADSDEEL PEST BEZICHTIGEN.

Het stadsdeel Pest is het drukste deel van de hoofdstad; hier liggen het Parlementsgebouw met bijbehorende kantoren, de grote Markthal en de drukken winkelstraat Váci utca.
Onze verkenning van Pest begon voor het concertgebouw Vigadó, ook wel het 'sprookjespaleis aan de Donau' genoemd. Voor het gebouw staat in een parkje een leuk fontein van spelende jongens in het water.
Om een indruk van beide Donau oevers van de stad te krijgen is het interessant om een rondvaart te maken over de Donau.
De rondvaart ging eerst stroomopwaarts waarbij we eerst de Beroemde Kettingbrug passeerden.


(De Kettingbrug met een zicht op de burcht van Buda.)

Deze brug is de oudste brug over de Donau en heeft een lengte totaal van 375 meter, een breedte van 15,8 meter, en heeft twee enorme peilers in de rivier. Met de bouw van de brug is men in 1839 begonnen en 10 jaar later werd ze opengesteld voor het verkeer.
Officieel heet deze nu zeer druk bereden brug de Széchenyi-Kettingbrug, naar de graaf István Széchenyi die het initiatief nam voor de bouw in de tijd dat Hongarije onder Oostenrijk viel.




                         (Het Parlementsgebouw op de oever van de Donau in stadsdeel Pest.)

Na het passeren van de Kettingbrug komen we langs het Parlementsgebouw. Het gebouw is een ontwerp van Imre Steindl en de bouw duurde van 1885 tot 1904. Het behoort tot een van de fraaiste gebouwen van de wereld. Het gehele gebouw heeft een lengte van 268 meter en een grootste breedte van 118 meter. De hoogte is 27 meter en de koepel is 96 meter hoog. het geheel beslaat een oppervlakte van 17.745 m². De koepel is omgeven door twintig kleine torens, op de randen staan tussen gotische tinnen en zuilen 242 historische standbeelden. In het gebouw houdt het Huis van Afgevaardigden zitting en worden bezoekende staatshoofden door de Hongaarse president ontvangen. Bezichtigen kan alleen in groepsverband.



      (Tijdens deze vaart heeft men ook een goed uitzicht op de gebouwen in het stadsdeel Buda.)

We naderen het Margaretha-eiland met de daarvoor gelegen gelijknamige brug. Het eiland is 2,5 km lang, de grootste breedte is 50 meter en het beslaat een oppervlakte van 96 hectare.
De eiland kreeg aan het einde van de 19e eeuw zijn huidige vorm, toen drie kleine eilanden werden samengevoegd en werden verhoogd tot een hoogte van 104, 85 meter.



                                                         (Margarethabrug en -eiland.)

Het eiland dankt zijn naam aan Magareretha van Hongarije, de koningsdochter die in de 13e eeuw in het plaatselijke dominicanessenklooster leefde, nadat ze haar vader Béla IV haar als dank voor het vertrek van de Tartaarse plunderaars uit Hongarije aan god had opgedragen. De grafsteen met haar naam herinnert aan haar leven hier.
Aan de noordkant van het eiland ligt de moderne Ärpadbrug brug.



Aan de zuidkant ligt de oude Margarethabrug die in 1901 was voorzien van een aftakking naar het eiland en voorheen alleen met bootjes bereikbaar was.
Door de aftakking heeft de brug een Y vorm gekregen en is gebouwd op zeven pijlers. De lengte van de brug heeft een lengte van 607 meter en dateert uit 1876 en is een ontwerp van de Franse ingenieur Ernest Goüin. De pijlers van de brug zijn voorzien van een beeldhouwwerk een gevleugelde man en vouw op de boeg van een roeispanen met riemen. Op de middelste pijler staat de verklaring van de naam aangebracht. Op het Margaretha eiland staat een oude watertoren.

Na rond het eiland gevaren te zijn en wederom de bruggen te zijn gepasseerd met een zicht op de beide oevers kwam er een einde aan de rondvaart die echt de moeite waard was.
We wandelen nu naar de Grote Markthal van Boedapest.



                                                           (De Grote Markthal.)

De Grote Markthal (Nagysarmok) ligt aan het Föván tér. Het is de grootste overdekte markthal van Boedapest die 180 winkels herbergt die vooral levensmiddelen verkopen, vlees, worsten, kazen, fruit, vis etc. Verder de bekende paprika´s, kaviaar, ganzenlever en de Hongaarse wijnen.
Een verdieping  boven de begane grond wordt vooral textiel verkocht en toeristische artikelen.
Het gebouw is ontworpen door Samu Pecz, die leefde van 1854 tot 1922, en het werd in 1897 ingehuldigd. De hal heeft een lengte van 150 meter en het lichtdoorlatende dak wordt ondersteund door dunnen stalen balken. Het dak is op zeer kunstige wijze gedekt met geglazuurde tegels.



Na de drukte in de markthal ontvlucht te zijn, want iedereen was druk met de inkopen voor de Pinksterdagen, wandelen we naar de Váci utca.
Utca is Hongaars voor straat.
Het is regelmatig omhoog kijken naar de fraaie gevels van de gebouwen, welke duidelijk de Oostenrijkse invloed weergeven uit het verleden.
We passeren het oprij gedeelte van de Vrijheidsbrug met zijn fraaie verlichting.







                                               (Vrijheidsbrug gezien vanaf stadsdeel Pest.)

De Vrijheidsbrug dateert uit 1896 en heeft een lengte van 331 meter en is 20,1 meter breed. De brug bevindt zich tussen het Sint-Gellértplein en het Fövámplein in Pest.
De brug is een ontwerp van János Feketeházy en werd in 1896 in gebruik genomen. De brug droeg vroegen de naam van koning Frans Jozef, de Habsburgse vorst die hem ook opende.
Nadat de brug in 1945 door de Duitsers was verwoest werd deze als eerste herstelde brug op 20 augustus 1946 weer in gebruik genomen en kreeg zijn huidige naam.
Karakteristiek voor de stalen, groen geverfde brug zijn de beelden van vier roofvogels op de beide torens. Het is de turui, een vogel die een belangrijke rol speelde in de Hongaarse voorchristelijke mythologie. Tussen de overspanning van de torens is het Hongaarse wapen aangebracht.

De Váci utca is een belangrijke voetgangerspromenade en wel de beroemdste winkelstraat van Pest.
De meest dure kledingmerken zijn hier te koop tussen kleine winkeltjes met snuisterijen en toeristische artikelen. Op een terrasje gezeten van een van de vele restaurants is het heerlijk mensen kijken. Om een eventuele flauwte tegen te gaan is het goed eten bij het restaurant 'Salt and Peper'.
Ook moet je in deze straat oog hebben voor de eraan gelegen gebouwen die zeer fraaie gevels hebben met versieringen. En vergeet dan ook niet op de zeer fraaie messing putdeksels te letten, die glimmen door de vele schoenen die erover heen gaan.



(Váci utca.)

We wandelen verder door de Váci utca winkeltje in winkeltje uit en genieten nog even op een terras van een lokale limonade. Deze limonades zijn gemaakt met lokale vruchten en ook met het gebruik van de bloemen van de lavendel.
Alcohol vrij en zeer verfrissend.




(Standbeeld van Mihály Vörösmarty.)

Aan het einde van de Váci utca ligt het plein met gelijknamig standbeeld van Mihály Vörösmarty een zeer prominent Hongaars dichter uit de 19e eeuw.
In 1836 schreef hij zijn bekendste gedicht. Szózat (oproep) was een zanggedicht gewijd aan het Hongaarse volk, dat de status van een "tweede volkslied" kreeg.
Toen deze dichter op 21 november 1855 overleed, was het een dag van nationale rouw.




Aan het zelfde plein ligt de zeer luxe en natuurlijk zeer dure theesalon - café Gerbeaud, een zaak waar de dure fraaie aankleding al een prijskaartje is.

Alleen voor één koekje van deze fraai opgemaakte schaal, kan je ook een heel brood kopen bij de bakker. Maar wie het geld er voor heeft kan het hier laten rollen.


We komen uiteindelijk terug bij ons beginpunt van deze wandeling en bezichtiging van Pest. Natuurlijk kan je op een dag niet alles bezichtigen, maar om nog het concertgebouw, de Vigadó,  te bezichtigen hadden nog wel even de tijd.


DE VIGADÓ.

De Vigadó wordt ook wel het "sprookjes paleis aan de Donau" genoemd. Het gebouw kent een lange geschiedenis met verwoesting door oorlogsgeweld en wederopbouw.
Het gebouwd werd in 1865 geopend als een cultureel centrum. De naam is afgeleid van het verouderde Hongaarse woord 'vigad', dat zo veel betekend als 'vrolijk zijn' en 'feesten'. De naam Vigadó werd in brede zin gebruikt voor zowel concertzaal, balzaal en ook als tentoonstellingszaal. Zo komt het voor dat deze naam Vigadó meerdere keren in een stad kan voorkomen.

In 1858 begon men aan de bouw van het huidige Pesti Vigadó, naar ontwerp van Frigyes Feszi in een neo-romaanse stijl met oosterse elementen die verwijzen naar de vermeende oorsprong van de Hongaren in Centraal-Azië. De voorgevel is versierd met Hongaarse volksmotieven, wapenschilden, borstbeelden en beelden van bekende Hongaren als koning Matthias en graaf Széchényi.



Op de pijlers boven de centrale ingang staan standbeelden van Griekse muzen. Na de inhuldiging in januari 1865, werd het gebouw al snel een belangrijke culturele ontmoetingsplek in Pest waar bals werden gegeven, naast concerten van, onder andere, Franz List, Johannes Brahms, Claude Debussy. Herbert von Karajan, Vladimir Horowitz en Arthur Rubenstein en vele anderen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw zoveel schade op, dat het niet meer gebruikt kon worden. Pas in de jaren zeventig begon men met het herstel van het gebouw en het terugbrengen van haar oude glorie. De laatste opknapfase was in 2004.





Ook het fraaie interieur, van de hand van Károly Lotz en Mór Than, is luisterijk versierd en meer dan de moeite waard om te bezichtigen. Er zijn momenten dat je mond open zakt van deze pracht en praal zoals, de versierde plafonds, zuilen, trapgalerijen en kroonluchters.
Op de wand boven een enorme spiegel waar de trap zich splitst in twee trappen hangt een enorm schilderij voorstellende; Prins Árgírus aankomst in sprookjesland. 
Het geheel heeft een dusdanige schoonheid dat je vanzelf zachtjes gaat praten.

Eenmaal geheel boven gekomen is het mogelijk om vanaf de buitengalerij te genieten van een mooi uitzicht op de Donau met aan de overkant gelegen stadsdeel Buda.



(Links de Gellértheuvel met het oorlogmonument en het Gellért-monument en rechts de burcht van Buda.)



Na deze laatste bezichtiging was het voor ons tijd om naar ons onderkomen terug te keren om plannen te maken voor het bezoek aan de burcht van Buda.



  Zie vervolg: BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 3 - STADSDEEL BUDA.)