zondag 24 september 2017

SRI LANKA RONDREIS. SIGIRIYA OMGEVING. DAG 6.

SRI LANKA 

HET EILAND VAN SPECERIJEN, 

THEE EN OLIFANTEN. (6)


SIGIRIYA. DAG 6 11-09-2017.



In de ochtend na het ontbijt en lekker uitgeslapen te hebben, maakten we een wandeling in de omgeving van het hotel, maakten contact met de lokale bevolking waar we thee dronken bij een van de bewoners en bezochten een lokaal schooltje.
In de middag splitste de groep zich in tweeën. De helft ging een bezoek brengen aan de oude koningsstad Polonnaruwa en de rest verbleef heerlijk relaxend bij het zwembad van het hotel.


(Bij deze woning kregen we in de tuin thee geserveerd.)

In de tuin bij deze woning maakten we kennis met verschillende fruitsoorten en bloemen voorkomend op Sri Lanka, zoals de cashewnoot, woodappel en cassavewortel.
Ondanks dat het huis er voor onze levens maatstaven er armoedig uit zag, was het er binnen kraakhelder schoon.
Hierover later meer. Langs de weg bloeiden de bloemen van de hibiscus in verscheidene kleuren.




HET SCHOOLTJE.



Het schooltje dat we bezochten was in 1980 door middel van de Belgische - Sri Lanka vriendschapsvereniging opgericht.
Het waren allemaal open lokalen en al de leerlingen droegen een schooluniform.
We konden vrij rondlopen en wat ons opviel was, dat ondanks de leerkracht niet aanwezig was al de kinderen rustig waren en verder gingen met hun studie. Het onderwijs is in Sri Lanka gratis en er worden twee talen op school geleerd; het Srilankaans en Engels.
Het het lokale schrift met zijn vele krullen stamt af uit het Sanskriet. 


We gebruikten het schoolbord om via een schets aan te duiden waar wij woonden in Nederland, en enkele kinderen vertaalden de namen van een paar vrouwen in het Sanskriet.



Bij het luiden van de bel voor de lunch, de kinderen brengen zelf hun lunch mee naar school, liepen de leerlingen keurig in de rij naar buiten om bij een kraag op het terrein netjes hun handen te wassen.
De schooltuin wordt ook door de leerlingen schoon en bijgehouden en in een perk rond een boom waren twee meisjes kleine plantjes aan het poten. Voor dat we afscheid namen werden we onthaalt door een groepje leerlingen die een liedje voordroegen. Wij verrasten ze met het canon van 'Vader Jacob'. We wandelden terug naar ons hotel voor de lunch.

Deze middag gebruikte de helft om bij het zwembad tot rust te komen na een heerlijke massage die al de stijve spieren weer losmaakten.


DE KOKOSNOOT PALM.


De kokosnoot palm is één van wel 4000 palm soorten. Maar niet alle palmen dragen vrucht.
Deze boom kan een lengte ven meer dan 30 meter bereiken, heeft in de top van de stam een kroon groene bladeren, waarin de kokosnoten groeien. Tegenwoordig wordt er ook een lager soort kokospalm geteeld.
De boom levert een hoog gehalte aan grondstoffen. Op de eerste plaats de kokosnoot als vrucht, de bloem levert de nectar voor de palmwijn. De noot van de boom is pas na 10 maanden volledig volgroeid.

Om de noot met zijn vruchtvlees en vruchtsap zit een dikke bastvezel van enige centimeters dikte.
Van deze bast worden kokosmatten en vloerbedekking gemaakt en is verder geschikt om op te koken of als brandstof om bakstenen en dakpannen mee te bakken. Tevens is de vezel van de bast geschikt om jonge plantscheuten in op te trekken.
Na het verwijderen van de dikke bast houden we de noot over zoals we die uit de groentewinkel kennen.
In de zeer karde kern van de noot zit het vruchtvlees en het vruchtsap. Een product van beide kennen we als kokosmelk.











De kokosmelk wordt in vele gerechten gebruikt en het vruchtsap is heerlijk dorstlessend om te drinken.
Het vruchtvlees wordt gedoogd, fijn geraspt en gebruikt om koekjes van te bakken en om in lokale gerechten verwerkt te worden.
De harde vruchtschaal van de noot is geschikt om gebruiksvoorwerpen van de maken; zoals besteklepels en vorken, kommen om uit te drinken, schaaltjes, knopen en versieringen. Langs de weg in de groeten en fruit stalletjes zijn het vooral de jonge oranje noten die verkocht worden vanwege hun heerlijke smaak.

Van de bladeren van de palm, een harde middenkern met lange zijbladeren worden matten  gemaakt voor vloerbedekking, hele scheidingswanden voor in de woning, manden, hoeden en dakbedekking.
Restafval dient weer als brandstof om op de koken.

De stam zelf die bij een volwassen boom wel dertig meter lang en vrijwel recht omhoog is gegroeid is van een houtsoort met duizenden kleine nerven en is zeer geschikt om steigerpalen van de maken in een haven. Goed gedroogd is het hout bikkelhard.
Ook worden er in de meubelindustrie tafelbladen van gemaakt die goed gepolitoerd en/of afgelakt prachtig zijn om te zien. Verder wordt het hout gebruik voor het maken van schalen en schotels.
Wederom is het restafval weer geschikt als brandstof om op de koken.


Verder kennen we nog twee producten van de nectar van de bloem van de kokospalm.
Van dit sap wordt palmwijn, tuak genaamd op Sulawesië, gemaakt en gedistilleerd de bekende Arrack. Verder kan het vocht worden ingekookt tot palmsuiker, wat donkerbruin van kleur is.








Nu de vraag hoe krijg je de kokosnoten uit de dertig meter hoger gelegen palmkroon.
Het is over het algemeen gewoon mensen werk, maar er worden ook wel getrainde apen voor gebruikt.
De kokosnoot plukker klimt in een hurkpositie met beide voetzolen tegen de stam geklemd, die met een touw net boven de enkels met elkaar zijn verbonden, en de handen om de stam geslagen wippend omhoog om eenmaal boven in de kroon de noten met een hakmes uit de vruchttros te hakken, waarna ze naar beneden vallen. Blijf er wel niet vlak onder staan om te kijken, want een noot ven enkele kilo's kan dodelijk zijn als je die op je hoofd krijgt. 
Vaak hakt men ook kleine inkepingen in de stam die dan als voetsteuntjes dienst doen.



CASHEWNOOT.













De cashewnoot is het zaad van de kasjoeboom. De Latijnse naam is Anacardium occidentale. De boom komt oorspronkelijk uit Brazilië. Ze staan ook bekend onder de namen; cachounoot, bombaynoot of olifantsluis.
Op de afbeelding boven toont de vrucht, een schijnvrucht, met daaronder de eigenlijke vrucht, met daarin het zaad, wat de noot is.
De vruchthuid bevat gif, dat ernstige huidirritaties kan veroorzaken. Een onderdeel van de verwerking van de vruchten tot eetbare noten is het verwijderen van de huid met het gif. De van de huid ontdane noten worden op diverse manieren verwerkt.


 De noot wordt allereerst in de dop gebrand, zodat die dop gemakkelijk kan worden verwijderd. Dit gebeurd vaak nog handmatig. De noot bevat een vlies, dat ook met de hand wordt verwijderd. Al deze handelingen maken de noten duur.
De noten kunnen worden gebakken en eventueel gezouten, met hete lucht geroosterd, in suiker gecoat, of voorzien van een beslaglaagje vergelijkbaar met borrelnootjes en als ingrediënt in gerechten.
Cashew noten bevatten veel magnesium en fosfor, verder bevatten ze een grote hoeveelheid eiwit en ijzer.


WOOD-APPLE.

Hout appel of Limonia fruit. Als je deze vrucht op een markt ziet liggen denk je eerst aan grote golfballen, en ze zijn even hard.
Het is een bizarre maar lekkere vrucht en wordt ook wel de honingappel genoemd, 
Ze hebben als de bast geopend is een bruine kleur en ruiken als een combinatie van blauwe kaas en rozijnen.
De geur verspreidt zich snel in de ruimte. Hoe sterker de geur hoe rijper de vrucht.





In Sri Lanka wordt de vrucht veel gebruikt in een vruchten shake. Veel mensen voegen wat honing bij het sap om het minder zuur te maken.
Bij het openen van de bast ziet het er niet erg smakelijk uit maar is het vlees met een lepel er uit te eten. Een soort soepele pudding. Er wordt ook jam van gemaakt.








                               Zie vervolg: SRI LANKA RONDREIS. SIGIRIYA - KANDY.

SRI LANKA RONDREIS. SIGIRIYA ROTS. DAG 5.

SRI LANKA 

HET EILAND VAN SPECERIJEN, 

THEE EN OLIFANTEN. (5).


SIGIRIYA. DAG 5 10-09-2017.



Het was ook deze dag vroeg opstaan, om 06.00 uur, om van de ochtend koelte gebruik te maken om de klim te kunnen maken op de imposante rots van Sigiriya. Na het uitgebreide ontbijt, voorzien van energie, vertrokken we met de autobus naar deze uit het landschap hoog opstekende rots waarop koning Kasyapa in de vijfde eeuw een rotsvesting bouwde.




'DE LEEUWENROTS'.

Deze vrijstaande rots met loodrechte wanden van roodachtig gneis steekt meer dan 200 meter boven het omringde landschap uit.
In de 5e eeuw koos koning Kasyapa de vrijwel ontoegankelijke top als locatie voor zijn paleis, een aards paradijs met schitterende paviljoenen, tuinen en baden. Nu ook wel het achtste wereldwonder genoemd.
Weliswaar leefden er al zes eeuwen monniken op de westelijke en noordelijke hellingen van de rots.

Door een van baksteen opgetrokken kop en voorpoten tegen de rots aan te bouwen kreeg deze het aanzien van een immens grote liggende leeuw. Alleen de klauwen hebben de tand des tijds weerstaan. De bouw van het geheel het naar verluiden slechts zeven jaar geduurd.
Kasyapa's paleis in de wolken is slechts 18 jaar bewoond geweest. Hij regeerde van 477 tot 595.
Hij was de zoon van koning Dhatusena van Anuradhapura. Toen hij hoorde dat Dhatusena zijn halfbroer Mogallana, die jonger was, maar wel van koninklijke bloede, was aangewezen door de koning als troon opvolger eiste Kasyapa de troon voor zichzelf op en zette zijn vader gevangen. Mogallana vluchtte naar India, waar hij hoopte een leger te verzamelen om zijn broer af te zetten. In afwachting van de strijd verliep Kasyapa de moeilijk te verdedigen hoofdstad Anuradhapura en stichtte de nieuwe hoofdstad Sigiriya waar hij zijn paleis op de top van de rots liet bouwen. Een onneembare vesting aan alle kanten omringt door steile rotswanden.


Overzicht van het complex.

A. Watertuin.
B. Rotstuin.
C. Cobra Hood Cave.
D. Grot met de Maagden van Sigiriya.
E. Spiegelmuur.
F. Leeuwenplatform.
G. Sigiriya Wewa.

Kasyapa voelde zichzelf hemels verheven en besloot er een hemel verblijf van te maken.
Hij liet tuinen aanleggen en prachtige beelden plaatsen en zelfs de rotswand beschilderen.
De natuurlijke vesting werd versterkt met ingenieuze verdedigingswerken, zoals twee concentrische grachten en stenen wallen van ongekende omvang. Ze waren zo aangelegd dat het gehele gebied tussen beide grachten onder water kon worden gezet. Op de top zijn nog steeds de resten van een katapult te zien, bedoeld om de aanvallers met stenen te bestoken. Wachters werden op zulke riskante geplaatst, dat indien hun aandacht zou verslappen en ze inslaap zouden vallen, ze naar beneden zouden storten van de rots.


(Een vijver / badplaats op de top van de rots.)


In 495, 18 jaar nadat hij de macht had gegrepen, kwam de langverwachte aanval van Mogallana. Ondanks dat hij op de rots volkomen veilig zou hebben gezeten, besloot hij het leger van Mogallana op de vlakte voor de rots aan te vallen. Het noodlot sloeg toe in het heets van de strijd, toen de olifant waarop Kasyapa reed schrok en op hol sloeg. Zijn soldaten zagen dit als teken van de terugtocht en gaven de strijd op. Kasyapa bleef alleen achter en om niet in handen van zijn vijanden te vallen stortte hij zich in zijn zwaard. Mogalana slachtte meer dan duizend tegenstanders af en keerde terug naar de oude hoofdstad Anuradhapura. De monniken mochten de rots hebben.


(De watertuinen met wandelpaden gezien vanaf de top van de rots.)

Passerend de gracht (Moat)  komt men op het pad dat loopt door de watertuin. Het lijkt alsof een stukje van de tuinen van Versailles terug in de tijd is geplaatst. Het geheel is aangelegd rond een symmetrisch patroon van vijvers, die in perioden van weinig regenval droog staan.

In de rotstuin woonden tijdens het bewind van Kasyapa de monniken en in tal van grotten zijn nog resten van muurschilderingen te vinden.


De Cobra Hood Cave, zo genoemd omdat de rots waaronder deze grot zich bevindt op de kop van een cobra lijkt.
Deze grot werd in de 3e eeuw v.Chr. reeds door de monniken bewoond.

Na de nodige bakstenen trappen omhoog te zijn gekomen komen we bij de metalen wenteltrappen die in de 19e eeuw werden geplaatst. We gaan eerst een stuk omhoog en dan naar beneden en komen in de grot van de zogenaamde Maagden van Sigiriya. Kasyapa gaf zelf in de 5e eeuw opdracht om deze uiterst verfijnde muurschilderingen te vervaardigen. 


Oorspronkelijk moeten er op de steile rotswand vijfhonderd schilderingen te zien zijn geweest, die zich uitstrekten over een lengte van 150 meter.
Deze vrouwen met ontbloot bovenlijf zijn vanaf hun middel gehuld in wolken en lijken bloemblaadjes rond te strooien en bladen met fruit te offeren.
Ze zijn bijna op ware grootte afgebeeld. Deze schilderingen zijn uniek in de Sri Lankaanse kunstgeschiedenis.


Onderweg via verdere metalen trappen komt men langs de 'Spiegelnuur'. Eens moet deze muur er glanzend hebben uitgezien, maar door de 1500 jaren heen, heeft iedere bezoeker getracht hier teksten in te krassen. Deze muur had een glanzend gepolijste laag gemaakt van kalk, eiwit, bijenwas en honing van wilde bijen.
Verder omhoog gaand bereikt men het Leeuwenplatform, en zij die er nog niet genoeg van hebben kunnen hier verder omhoog gaan via een metalen trap langs de rotswand naar boven. 
Hier men wel het omhooggaande verkeer gescheiden van het afdalende. Het is verplicht stil te zijn daar er ander enorme wespen nesten kunnen worden verstoord.


(Resten van paleis op de top van de rots.)

Na genoten te hebben van het overweldigende uitzicht van het landschap rond de rots is het weer de weg naar beden volgen via vele trappen met ongelijke en vaak gladde treden naar de standplaats van de autobussen.
Het was gelukkig nog vrij rustig toen wij aan deze ervaring begonnen, want eenmaal beneden constateerden we dat er horden mensen bezig waren omhoog te klimmen.
Het waren 1200 traptreden omhoog naar de top van de rots.

Het Sigiriya Wewa is een waterbekken aan de zuidelijke zijde van de rots. Hier werd het water opgevangen dat op de rots niet nodig was en werd via goten naar het beken afgevoerd. het werd gebruikt om in droge perioden de lagergelegen terreinen te bevloeien.


DE LUNCH VAN DEZE DAG.


Na het bezoek aan de 'Leeuwenrots' reden we met de autobus naar de oever van het Sigiriya meer omdat met een soort catamaran kano's over te steken naar een huisje aan de oever, alwaar we een kookdemonstratie kregen en onze lunch op lokale wijze was klaar gemaakt.


De beide kano's waren voorzien van een platform met daarop een brede bank waarop de passagiers konden zitten. Een enkele peddelaar zorgde voor de verplaatsing van het geheel over het water van het meer dat vol gegroeid was met lotusplanten met witte bloemen.






Midden tussen lotusbladeren stopte de peddelaar om van een lotusblad een hoed te maken voor een ieder die geen hoofd bedekking had tegen de zon, maar het werd meer een hoofdbedekking tegen de onverwachte regenbui.
Droog bleven we niet eer we de ander oever van het meer hadden bereikt en konden schuilen in  het huisje waar we werden verwacht voor de kookdemonstratie en onze lunch.

In de leefruimte van een huisje afgedekt met palmbladeren kregen we een demonstratie van de gastvrouw hoe ze uit een geslepen kokosnoot  het water verwijderde en het kokosvlees raspte.
Het fijn geraspte kokosvlees werd met het water vermengd en uitgeknepen zodat er witte kokosmelk ontstond voor de bereiding van het eten. Er werd uitleg geven over de toegevoegde groenten.



Ongepelde rijst werd in een stamper gedaan en fijn gestampt, waarna deze op een van palmblad gemaakte schaal werd gelegd en buiten in de wind opgeschud tot alle schilfertjes van het kaf waren verwijderd. Enkele van onze medereizigers staken een helpende hand uit. Alvorens te genieten van de lunch kregen we nog een demonstratie van het palmblad vlechten. De lunch werd opgeschept op een aardewerken gebakken bord met een lotusblad en werd op traditionele wijze met de rechterhand gegeten. Alles was bereidt in een klein keukentje achter de woonruimte. Het smaakte prima.


Na de lunch namen we afscheid van deze vriendelijke gastvrije mensen en wandelden door het dorpje terug naar de autobus.
De wanden en vloeren van deze woningen zijn gemaakt van een mengel van het het stro dat over is gebleven na de oogst van de rijst, de vaste ontlasting van de runderen en lokale klei.
De vloeren zijn glad, vlak , hard en schoon.
De daken zijn bedekt met gevlochten matten van palmbladeren.
De bouw van een dergelijke woning duurt maar één week, maar het dak dient jaarlijks te worden vernieuwd.


Na teruggekeerd te zijn in ons 'jungle' hotel was het even lekker wassen alvorens te gaan genieten van het uitgebreide dinner buffet. Hier ontdekte we een speciale koffie die aan tafel wordt klaargemaakt.
Iets wat wij kennen als een lekker afzakkertje na een goed eten, de Irisch Coffee.


SRI LANKA COFFEE SPECIAL.

Benodigdheden: Cardamon zaad, kaneelstok schilfers, kruidnagel, honing, arrack en koffie.

Bereidingswijze:
In een kleine koekenpan, werden eerst op een zacht gaspitje een kleine hoeveelheid cardamom, kaneelschilfers en enige kruidnagels goed ingedroogd. Hierna werd uit een gereedstaand kannetje de koffie er over gegoten en het geheel werd even door verwarmd.
Een groot wijnglas werd voorzichtig boven de gasvlam voorverwarmd, waarna er een stevige borrel arrack in werd gegoten.
De arrack in het glas werd bij de glas bij de gasvlam aangestoken en over een lange sinaasappelschil in het pannetje uitgegoten. Dit mengsel werd zonder de drap van de kruiden in het wijnglas gegoten waarin als zoetstof honing was gedaan en voorzien van een stevige schep slagroom. Het geheel werd geserveerd met op de rand van het glas een koffielepel met brandende arack.
Een heerlijk kruidige fijne smaak deze koffie speciaal.

SRI LANKA ARRACK.

Sri Lankaanse kokosnoot arrack wordt gedistilleerd van de nectar getrokken uit de kokosnoot bloemen, verzameld door 'toddy tappers'. Deze tappers bewegen zich over touwen tussen de toppen van de kokosnoot palmen.
Deze nectar maakt een snelle fermentatie door en wordt gedistilleerd en gerijpt in eiken of halmilla vaten, een inheemse boomsoort. Dit geeft ook de lichtbruine kleur aan de arrack. Na het rijpen wordt de kwaliteit bepaald en wordt de drank gebotteld. Het gehele proces staat onder controle van de Sri Lankaanse regering.


CARDAMOM.















Cardamom behoort tot één van s'werelds oudste specerijen, maar cardamom is ook één van de duurste specerijen ter wereld. het staat op de derde plaats na saffraan en vanille. De bijnaam van de cardamon is "the Queen of Spices`. 
Cardamom wordt gebruikt in zowel zoete als hartige gerechten, en kant daarnaast vele andere toepassingen.
De plant waar de cardamom vandaan komt, Latijnse naam Elettaria Cardamomum, is familie van de gember en is meerjarig, rietachtig kruid dat tot 4 meter hoog kan worden. Cardamom is de gedroogde zaaddoos van deze plant.
De plkant gedijt in vochtige berggebieden op 750 tot 1500 meter hoogte. Cardamom komt oorspronkelijk uit India, waar het in het wild voorkomt in het Ghat gebergte aan de Malabar kust in Kerala, een deelstaat in het uiterste zuidwesten van India. Dit gebied staat bekend als de "Cardamom Hills".



                                         Zie vervolg: SIGIRIYA OMGEVING. DAG 6.

zaterdag 23 september 2017

SRI LANKA RONDREIS - SIGIRIYA OLIFANTEN. DAG 4.

SRI LANKA 

HET EILAND VAN SPECERIJEN,

THEE EN OLIFANTEN. (4)


SIGIRIYA. DAG 4. 09-09-2017




Ook deze ochtend was het bijtijds opstaan weer de koffers pakken, een ontbijt en na het inladen van de bagage vertrekken , voor een rit van 82 kilometer naar de plaats Sigiriya. 

De route liep door een rijk bebost gebied waar we regelmatig het verkeersbord tegenkwamen, wat waarschuwde voor overstekende olifanten.

Rond lunchtijd namen we onze intrek in het sfeervolle bungalow hotel Sigiraya Village.






Een hotel complex gelegen in een enorme jungle aangelegde tuin met enorme oude bomen, planten en waterpartijen. Overal de vermelding van de naam van de boom met een naambordje. Houtenschildjes met de afbeelding van de vogels die er leefden. Zonder meer een gebied van rust.
In dit hotel zouden we drie dagen verblijven. Vanuit de tuin bij het zwembad hadden zicht op de imposante rots van Sigiriya.


Na ons geïnstalleerd te hebben en opgefrist en genoten van de lunch, maakten we ons gereed om met de autobus naar de standplaats te rijden van de jeeps waarmee we een bezoek gingen brengen aan het Minneriya Giritale National Park.
Hier zouden we de olifanten in het wild kunnen zien die tegen de avond op weg gingen naar open waterplekken om te drinken.
Helaas was het een zwaar bewolkte hemel en viel er op z'n tijd wat regen. Het was dan ook regelmatig de kap boven de zitplaatsen verwisselen. De rit was ook niet al de comfortabel door de vele gaten in het onverharde wegdek.




Onze eerste olifanten kwamen we tegen onderweg naar het park waar ze in de wegberm stonden te grazen en duidelijk lieten blijken dat ze niet gestoord wensten te worden gedurende hun maaltijd.


Tijdens de reis verstelde de gids over het verschil tussen de Afrikaanse- en de Indiase olifant. De laatste is kleine, donkerder van huid en heeft pigment vlekken achter zijn oren. Teven zijn de slagtanden kleiner dan die van zij Afrikaanse soortgenoot.
De gehele groep was verdeeld over drie jeeps, maar het was onze chauffeur die er kans voor om zich vast te rijden in een diep modderig spoor.
Poging na poging mislukte om er uit te van de komen, wat leidde tot grote hilariteit uit de andere jeeps. We mochten uit veiligheids- overwegingen niet de jeep verlaten, wat een aanzienlijke vermindering aan gewicht zou hebben betekend. Andere chauffeurs gingen zich en mee bemoeien en trachten onze jeep er uit te trekken met behulp van een ketting, die wel langer werd en uiteindelijk brak.
Uiteindelijk kwam er een jeep die een stalen sleepkabel bij zich had en werden we uit het modderige spoor getrokken. Een enorme olifant die vlakbij stond te grazen liet ons rustig aan modderen, want zijn kracht was het in feite zo geklaard.





Het uiteraard niet mogelijk alle afbeeldingen die er zijn gemaakt van deze geweldige dieren op de website te plaatsen. het was zonder meer een genot op de jonge olifantjes bezig te zien. Hoe ze hun soortgenoten uitdaagden en ze genoten van het verse gras.  Het was indrukwekkend om deze enorme beesten van dichtbij in hun eigen leefomgeving te zien. Helaas bleef het niet droog en keerden we onder de kap om droog te blijven terug naar de standplaats van de jeeps, waar de autobus op ons wachtte. Het was donker toen we weer bij ons hotel aankwamen voor een bad en een uitgebreid buffet voor het avond eten.
Maar een goed gekoelde fles lokaal gebrouwen beer smaakte na zo'n dag best.



SRI LANKAANS GELD.

Intussen hadden we ook kennis gemaakt met de Sri Lankaanse munteenheid, de Sri Lanka Rupi (LKR). Men kent er net als bij onze € munten van 10, 20, 50 en 100, waarna men overgaat in biljetten van 10. 20, 50, 100, 500, 1000 en 10.000 Rupees. Alle biljetten zijn verschillend van kleur, zijn aan de voorzijde voorzien van afbeeldingen uit het land, met links onder een vlinder en rechts een vogel.
Op de achterzijde staan afbeeldingen van Sri Lankaanse dansen. Door de biljetten loopt een dunne zilverdraad.





                                 Zie vervolg: SRI LANKA RONDREIS - SIGIRIYA  DAG 5.